(november/december 1998, nr.4)
Door Ismene Krishnadath
No jokes
Het wordt steeds moeilijker te blijven lachen. Mijn jongste zoon gaat al langer dan een maand niet naar school. De valutakoersen zijn sky-high. De machtsstrijd tussen de zittende regering en haar tegenstanders begint na de protestdemonstratie tijdens de tweede tweedaagse staking van het Gestruktureerd Samenwerkingsverband steeds grimmigere vormen aan te nemen en van het rapport over schendingen van vrouwenrechten dat ik moest lezen voor de rubriek van de Vrouwenbibliotheek in ‘De Ware Tijd’ werd ik ook niet vrolijker. Incest, mishandeling, vrouwenhandel, verkrachtingskampen, vrouwenbesnijdenissen, gedwongen sterilisatie, sexueel molest, intimidatie.
Nee, deze week geen jokes. Ik ga u het trieste verhaal vertellen van de aap en de poes. Ik ben niet echt een dierenliefhebster. Het liefst ga ik dierloos door het leven, maar dank zij Kobi (dat is niet de echte naam van mijn jongste zoon, maar als ik zijn echte naam noem krijg ik natuurlijk heisa) zit ik toch altijd met een paar van die mormels opgescheept. Kobi is boogschutter. Let u maar op: een boogschutter zegt nooit nee als hij een dier aangeboden krijgt. Op gegeven moment hadden we dus een aap en een poes. De aap was een baby monki-monki. Monki-monki’s zijn hele kleine apen en de baby was, zijn staart niet meegerekend, niet groter dan een mannenvuist. Mijn zusje had hem gered uit de kaken van haar honden. Hoe hij op haar erf terecht is gekomen weet ik niet, maar ze wist wel raad met hem. "Kobi, moet je een aap?" en toen hadden we dus een aap.
Vanaf de eerste dag zocht Aapje moederwarmte. Eerst klom hij op onze hoofden om zich vast te klemmen aan onze haren. Een aandoenlijk gezicht, maar niet al te hygiënisch want het beestje was uiteraard niet zindelijk.
Net toen niemand Aapje meer bij zich wilde hebben, ontdekte hij Streepje, de poes. En ik zeg het u, als ik het niet zelf had meegemaakt, zou ik het niet geloven, maar wij werden de trotse bezitters van een Aap-Poes symbiose. Streepje nam Aapje op zijn rug overal mee naar toe, ook op uitstapjes waarvan ik de bestemming niet kende.
Het ging drie maanden goed. Toen kwam Streepje thuis -met kapwonden, onder het bloed- zonder Aapje. Even leek het erop dat onze dappere poes het niet zou halen, hij weigerde voedsel en vermagerde sterk, maar toen won zijn levenskracht het en na twee weken voelde hij sterk genoeg….. om op zoek te gaan naar Aapje.
De volgende dag kwam hij zo mogelijk nog ellendiger mishandeld thuis dan de eerste keer. Weer verpleegden wij hem en weer knapte hij op en weer ging Poes op zoek naar Aap. Deze keer kwam hij ongeschonden terug. Tenminste dat dacht ik totdat ik bloedsporen bij zijn ligplaats ontdekte. Ik onderzocht zijn lichaam -geen kapwonden-. Toen zag ik dat het bloed uit zijn anus vloeide.
Het was december, de maand van de bombels. De volgende dag lag Streepje dood tussen de pompoenstruiken.
Het is december. Ook de maand van Vrede op Aarde?
Oplossing van de rekenopgave van
de vorige week: