FAYASTON , ParboCom’s weekly NetColumn

(december 1998, nr.7)

Door Ismene Krishnadath

Laat de kinderen tot mij komen

Als u in december uit de kerstsfeer wilt raken, moet u een reisje maken naar het binnenland van Suriname. Het zal de nodige dollars kosten, maar ik verzeker u dat het de meest effectieve manier is om te ontsnappen aan de massahysterie die de commercie en de media ontketenen in de laatste maand van het jaar. Boek een trip, naar Gran Rio bijvoorbeeld. Het kan bij elk reisbureau in Paramaribo en de agentschappen in de grote steden van Nederland en Amerika zullen u zeker ook wel kunnen accommoderen.

Ik deed het met man en kids en nog veertien andere toeristen. We vlogen over eindeloos lijkend oerwoud naar een onwezenlijke wereld van eeuwenoude rivieren met borrelende stroomversnellingen, vaatwassende vrouwen op de rotsen, slaapplaatsen in pinahutten en ontmoetingen met mensen als Akanjan.

Akanjan is een succesvol man. Als beheerder van een toeristenoord heeft hij een goed inkomen, dat hij, zodra hij de kans krijgt, nog eens aanvult met de verkoop van soft drinks en bier uit zijn mobiele bar, een grote-gezinnen-formaat ijsbox. Verplicht aan zijn status heeft Akanjan een ruim aantal vrouwen, acht maar liefst en op zijn vijfenveertigste is hij al gezegend met negenentwintig kinderen. Aan voorbehoedmiddelen doet hij niet. Zijn zaad stroomt vrij en de vrouwen zijn er trots op zijn kinderen te mogen baren. Het is voor hem onbegrijpelijk dat zo’n belangrijke man als Bart, lid van ons gezelschap en direkteur van een plastiek buizenfabriek, maar vier kinderen heeft.

Bart verontschuldigt zich uitvoerig. Die heeft zich, vooral dankzij onze locale gids die zeker vijf keer per dag in drie talen een toespraak houdt, aan de breedsprakerigheid van de Saramaccaners aangepast. Na zijn hele familiegeschiedenis op tafel te hebben gegooid –in het Nederlands en Engels en dan nog eens door de gids in het Saramaccaans vertaald voor Akanjan- gooit hij de schuld op die ellendige vogel. De ooievaar is nooit meer teruggekomen na de vierde keer.

"Gelukkig", merkt Akanjan heel wijs op, "dat de kinderen bij ons niet door vogels worden gebracht."

En zo keren wij na vijf dagen zonder kerstmannetjes, kerstbomen, kerstkortingen, kerstlichtjes en zelfs zonder ook maar één stukje kerstbrood te hebben gegeten, op 25 december terug naar Paramaribo. Net op tijd voor het feest van de geboorte van het kindje Jezus.

Hoe kwam die ook weer in ons midden?

Previous Fayaston