FAYASTON, ParboCom’s weekly NetColumn
(augustus 1999, nr.42)
 

door Ismene Krishnadath

Minister liegt

Voer voor filosofen deze week. Het is interessant om te zien hoe normen - dat wat normaal is – veranderen Vooral als het gaat om normen van goed fatsoen.

Onze politiek geeft daar saillante voorbeelden van. U herinnert zich vast nog de protesten van mei dit jaar, toen tientallen duizenden burgers de straat op gingen om hun onvrede te uiten over het wanbeleid van president Wijdenbosch. Als uitvloeisel daarvan nam de meerderheid van de Nationale Assemblee een motie van wantrouwen tegen hem aan, verwachtende dat hij uit goed fatsoen wel op zou stappen. Dat was de norm. Overal op de wereld stappen mensen op na een motie van wantrouwen, maar nee hoor, niet onze Bosje. Met de grondwet in zijn hand bleef hij aanzitten. Ook toen alle deskundigen, ook zijn eigen adviseurs, publiekelijk in lezingen en actualiteitenprogramma’s verklaarden dat onze constitutie aan alle kanten rammelt. Bosje vond dat hij daar niets aan kon doen, die grondwet was nou eenmaal zo en we hadden ons als natie eraan gecommitteerd. Als hij op zou stappen, werd het land een bestuurlijke chaos en dat kon hij niet maken. Noch als president, noch als doctorandus in de politicologie.

Ik ontkom niet aan de indruk dat Bosje nu, nog geen drie maanden verder, steviger in het zadel zit dan ooit. Alle politici hebben zich braaf op de voorbereidingen voor de nieuwe verkiezingen van volgend jaar mei gestort.

Het gevolg van de normverschuiving was deze week duidelijk te zien. Minister Mangal werd door de Assemblee ter verantwoording geroepen over een of ander asfalteringsproject dat de Staat Suriname, dus de fatsoenlijke, hardwerkende, belastingbetalende burgers onder ons, drieënveertig miljoen Yankee dollars gaat kosten. Mevrouw! Meneer! Ik zeg het u, dàt is een lieve duit. En dàt bovenop het vooruitzicht dat we de komende jaren krom moeten liggen om Bosjes felbegeerde bruggen af te betalen.

Nou die Mangal! Wat een knopendraaier is die man toch. Zonder blikken of blozen legde hij binnen een uur de ene tegenstrijdige verklaring na de andere af. Zelfs de meest onnozele hals kon zien dat hij de geachte volksvertegenwoordigers probeerde te frommelen, een rad voor hun ogen te draaien. De oppositie in de assemblee was hels en de coalitie vond dat de zaak om nader onderzoek vroeg. ‘Hij liegt,’ riep het geachte lid Derby. Hij wenste dit niet terug te nemen en na een urenlange tirade kwam het dan eindelijk. "We moeten de president vragen om deze man niet meer voor ons te sturen, want met deze man kunnen we niet werken. Hij houdt ons voor de gek."

Ik bedoel: waar zijn we nu beland? In ‘normale’ gevallen zou er een motie van wantrouwen tegen de minister volgen. Maar nu was er niemand in het hoogste college van staat die daarover repte. Nu moet de president het opknappen. Het geloof in het goede fatsoen van beleidsmakers is weg, nog erger, men accepteert het ook. Moties van wantrouwen hebben geen zin meer. Waar is het eergevoel en waar is het geweten? De grenzen van goed fatsoen lijken mijlenver verschoven.