WIJDENBOSCH'

FINANCIEEL-ECONOMI SCHE CAPRIOLEN

Suriname gaat in economisch opzicht door een diep dal. De heersende crisis is zo omvangrijk, dat menige Surinamer reeds tot wanhoop is gedreven. Loontrekkers nemen dagelijks deel aan protestdemonstraties door de straten van Paramaribo in een poging de regering te dwingen tot het creëren van betere leefomstandigheden. De regering echter gaat totaal voorbij aan deze roep van het volk en zet het vernietigend financieel beleid dat sinds haar aantreden is gevoerd, onverkort voort. De financieel-economische capriolen van de regering Wijdenbosch zijn haast huiveringwekkend. Vooral die, die plaatsvinden buiten het gezichtsveld van de doorsnee burger van het land.

Ondanks alle ontkenningen van regeringszijde werd op 17 oktober van het vorig jaar de directeur van Financien gemachtigd om in afwijking van de regel tot het houden van een openbare aanbesteding de levering van een voertuig van het merk Cadillac Deville Concourse ten behoeve van de president van de republiek Suriname te gunnen aan Dilip Sardjoe voor een totaal bedrag van Sf 84.042.000,-, wat neerkwam op US$ 140.000.

Op 30 september werd aan de directeur van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen toestemming verleend de aanleg van een waterleiding distributienet in het project Coppenamestraat/Duisburglaan zonder aanbesteding te gunnen aan de Surinaamse Waterleiding Maatschappij voor een bedrag van Sf 11.521.591,46. Een dag later mocht de directeur van Natuurlijke Hulpbronnen opnieuw zonder een openbare aanbesteding werk gunnen. Ditmaal aan de NV Olibis voor een bedrag van Sf 19.542.875,- voor de aanschaf van een Lister-aggregaat 65 KW ten behoeve van het Kabinet van president Wijdenbosch.

De directeur van het Directoraat Civieltechnische Werken van het ministerie van Openbare Werken werd op 23 september gemachtigd zonder aanbesteding te gunnen aan de firma Datsun Suriname NV de aankoop van een 4 wheel drive pick-up van het merk Nissan voor Sf 12.173.000,-, alsook 2 pick-ups, 2 wheel drive, eveneens van het merk Nissan voor een bedrag van US$ 35.000 per stuk. Zonder, dat een openbare aanbesteding hoefde te worden gehouden, mocht Rudisa International een terreinwagen van het merk Korando leveren voor een bedrag van US$ 28.000.

Voor de aanmaak en levering van een pakket dienstkleding en schoeisel ten behoeve van 209 douane-ambtenaren en aangepaste kleding voor 25 bureau-ambtenaren hoefde de directeur van Financiën ook geen openbare aanbesteding te houden. De NV Lincoln mocht de kleding voor een bedrag van Sf 27.847.552 leveren, Onze Vlag NV de werkschoenen voor de douane-ambtenaren voor Sf 5.480.850,- en Surishopping de dienstschoenen voor Sf 6.474.200,-.

De directeur van Openbare Werken kreeg op 8 october te horen, dat hij onderhands mocht gunnen aan NV Rudisa Internationaal de levering van een Ssangyong terreinwagen voor Sf 14.210.000,-. Rudisa International mocht een voertuig van het merk Daewoo model Super Salon ten behoeve van de korpschef van het Korps Politie Suriname leveren. Aan de directeur van Financiën werd op 17 october toestemming verleend deze levering zonder openbare aanbesteding te gunnen voor een bedrag van SF 11.286.800,-Twee dagen later vernam de directeur van Natuurlijke Hulpbronnen, dat hem toestemming was verleend zonder een aanbesteding te houden ertoe over te gaan de bouw van een H.S./L.S. distributienet met transformatorinstallatie aan de Oedraysing Varmaweg en de Brantimakkaweg te Weg naar Zee aan de NV E.B.S. te gunnen voor een maximaal bedrag van Sf 91.587.567,-.


WAAROM MARIE LEVENS

MOET VERTREKKEN

Het Bureau Onderwijsinformatie en Studiefaciliteiten (BOS) van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, is reeds enkele dagen in het brandpunt van de belangstelling. Van het één op het ander moment werd het hoofd van de afdeling drs. Marie Levens ontheven uit haar functie. Deze ontheffing ontlokte een golf van kritiek in de samenleving en verschillende personen en maatschappelijke organisaties kwamen in beweging.

Minister Karan Ramsundersingh van Onderwijs en Volksontwikkeling deed zijn uiterste best om de ontheffing van Levens te rechtvaardigen, door allerlei drogredenen aan te dragen. Het is dan ook logisch dat niemand daar onder de indruk van raakte. Voor Keerpunt reden genoeg om te onderzoeken wat er in werkelijkheid aan de hand is.
 

POGING MISLUKT

Ondanks de golf van protesten bleef de ontheffing van Marie Levens van kracht. De bedoeling was dat onderdirecteur Onderwijs, Raghoebarsing, de werkzaamheden van Marie Levens op de afdeling Onderwijsinformatie en Studiefaciliteiten zou overnemen. Dit doet vermoedens, dat er op het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling een etnische zuivering plaatsvindt, nog sterker toenemen. Raghoebarsing bezocht de afdeling BOS dan ook enkele dagen geleden om de zaak daar eventjes over te nemen. Het personeel van de afdeling verhinderde dit, door het kantoor bezet te houden. Raghoebarsingh gaf aan dat hij slechts opdrachten moet uitvoeren, toen hem werd gevraagd hoe hij de taak van afdelingshoofd van BOS denkt te vervullen, naast zijn reeds overbeladen overige taken op het ministerie. Uiteindelijk vertrok hij zonder dat de overdracht had plaatsgevonden.
 

BELACHELIJK

Minister Ramsundersingh dacht vervolgens de zaak eventjes te kunnen klaren. De bewindsman begaf zich naar het kantoor waar de afdeling Onderwijsinformatie en Studiefaciliteiten is gevestigd en maakte bij aankomst duidelijk, dat hij het commando voert en de bevelen geeft. Dit optreden van de minister prikkelde de lachspieren van het personeel van de afdeling BOS, omdat iedereen zich realiseerde dat een man nooit van de één op de andere dag zo "tof" kan zijn geworden. De minister werd daarom ook geadviseerd het terrein zo gauw mogelijk te verlaten en zijn "tofheid" maar voor thuis te bewaren. In elk geval had het BOS personeel voor de tweede maal weten te voorkomen dat de werkzaamheden van Marie Levens door iemand anders werden overgenomen.
 

WERKELIJKHEID

Intussen kwam er steeds meer informatie over de werkelijke bedoelingen van minister Ramsundersingh aan de oppervlakte drijven. Het werd steeds duidelijker dat de problemen van de minister met Marie Levens gezocht moeten worden in het feit, dat zij geweigerd heeft dat zij bijvoorbeeld met gereserveerde projectgelden eerste klasse tickets te betalen voor een reis van een delegatie naar het buitenland. Te bedenken dat het hier gaat om een delegatie die totaal niet in relatie staat tot de projecten van het BOS.
 

IETS BIJZONDERS

Marie Levens is een hard werkende, intelligente, maar bovenal goed opgeleide Surinaamse vrouw, die ruim vijftien jaren op onnavolgbare wijze leiding heeft gegeven aan de afdeling Onderwijsinformatie en Studiefaciliteiten van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling. Er moet werkelijk iets bijzonders aan de hand zijn, alvorens men tot de ontheffing van een dergelijke functionaris overgaat. En inderdaad bleek er na onderzoek, iets bijzonders aan de hand te zijn. Zoals intussen bijna normaal geworden bij het optreden van de huidige regering van Suriname, is dit optreden ook deze keer niet in het algemeen belang. Gebleken is namelijk dat op de ministeries van Arbeid en Onderwijs en Volksontwikkeling thans voorbereidingen worden getroffen voor de samenstelling van een Commissie Herijking Beurzenbeleid. De commissie is een voortvloeisel van een afspraak tussen de respectieve ministers en president Wijdenbosch, welke inhoudt dat het beurzenbeleid wordt overgeheveld naar het ministerie van Arbeid.

Minister Faried Pierkhan van Arbeid treft op dit moment maatregelen om het beurzenbeleid in kaart te brengen en te incorporeren in het beleidskader van zijn departement. Volgens onze informatie is deze maatregel nimmer besproken in de Raad van Ministers. Het besluit zou zijn genomen tijdens een besloten vergadering op 26 januari jongstleden, waarbij ook president Jules Wijdenbosch aanwezig was.
 

HERVERDELING

In plaats van het advies van de Adviseur van Staat Desi Bouterse op te volgen en corrupte en incompetente ministers uit het kabinet te verwijderen, wordt deskundig kader ontheven. Daarnaast vindt een herverdeling plaats van de taken van de ministeries, om op die manier toch wat te creëren voor de incompetente ministers. Helaas moest om deze reden het hoofd van Marie Levens rollen.



VERRUWING

CRIMINALITEIT DOOR

GEBREK AAN BELEID

Suriname is nimmer zo onveilig geweest, als op dit moment het geval is. De criminaliteit heeft niet alleen zorgwekkende vormen aangenomen, maar tevens heeft er een ernstige verruwing plaatsgevonden. Volgens Soeshiel Girjasing, minister van Justitie en Politie tijdens de regering Venetiaan, komt dit door een gebrek aan beleid van de regering Wijdenbosch op dit stuk.
 

Onder president Venetiaan was er een punt van niet meer aanvaardbare verruwing van de criminaliteit bereikt. Middels het uitstippelen van een beleid is toen geprobeerd de bestrijding ter hand te nemen en de criminaliteit enigszins beheersbaar te maken, om er zodoende enige greep op te krijgen. Tijdens de vorige regeerperiode was de criminaliteit tweeledig, zegt Girjasing. " We hadden te maken met een structureel aanpassingsprogramma, als gevolg waarvan velen in financiële problemen waren komen te verkeren. Verder was er het probleem van de vluchtelingen uit Frans Guyana, die niet in Moengo bleven, vanwege de beperkte ontplooiingsmogelijkheden en naar Paramaribo kwamen op zoek naar een living. Velen kwamen tenslotte in het criminele circuit terecht". Girjasing zegt, dat het beleid dan ook hierop was afgestemd, terwijl er steeds werd geevalueerd. Politieagenten werden in de gelegenheid gesteld verschillende opleidingen te volgen, terwijl het Korps Politie Suriname van materieel en vervoersmiddelen werd voorzien. Verder werd de 115 lijn ingesteld, evenals de anonieme tipgeverslijn. Girjasing: "We hebben tevens geprobeerd de politie zichtbaar en onopvallend te laten surveilleren, de SACS in het leven geroepen en de oprichting van verschillende buurtwachten gestimuleerd. "We zagen tenslotte een daling van de criminaliteit, waarbij ik niet spreek van de drugscriminaliteit". Volgens de ex-minister van Justitie en Politie was dit te staven met statistieken. Er werd naar zijn zeggen steeds geëvalueerd, waarna het beleid steeds werd bijgesteld. In dit kader noemt Girjasing de RAYO-opleiding waarmee een aanvang werd gemaakt en die een drieledig doel had. Ten eerste was het bedoeling de onderbezetting van de rechterlijke macht enigszins op te heffen. In de tweede plaats was het de bedoeling dat sommigen, die opleiding hadden gevolgd bij het Openbaar Ministerie te werk zouden worden gesteld. Tenslotte was het de uiteindelijke bedoeling dat de RAYO opleiding zou moeten bijdragen in de bestrijding van de criminaliteit.
 

GEZAMENLIJK OPTREDEN POLITIE EN MP

Girjasing wijst erop, dat bij het aantreden van de regering Wijdenbosch, zowel bij de presentatie van de regeringsverklaring, als bij de introductie van het honderd dagenplan, was aangekondigd, dat de politie en de militaire politie gezamenlijk de drugsbestrijding zouden aanpakken. Dit gezamenlijk optreden heeft slechts enkele dagen geduurd, waarna het is doodgebloed. Al gauw bleek de militaire politie niet over voldoende materieel te beschikken en werd de druk op de politie te groot. De criminaliteit is toen niet echt afgenomen. Het resultaat was slechts een vermindering van korte duur vanwege het schrikeffect. Wat volgens Girjasing daarna gebeurde, was een nog grotere toename en verruwing van de criminaliteit, waarbij het verschijnsel van buurt-bendes zich aandiende. Het gevolg was dat de burgerij zich op straat, in de tuin en zelfs in huis niet meer veilig voelde. Een probleem dat men naar zeggen van Girjasing nimmer heeft onderkend, is dat niet alle agenten van de militaire politie de beperkte opsporingsbevoegdheid hadden. Onder de regering Wijdenbosch zijn wat voertuigen aangeschaft, ik meen een zes stuks, hetgeen een druppel op een gloeiende plaats is.
 

GEEN BELEIDSSTUK

Girjasing zegt met betrekking tot de criminalitietsbestrijding nergens een beleidsstuk, dat door de huidige regering is geproduceerd, te hebben kunnen vinden. In de begroting van het ministerie van Justitie en Politie zegt Girjasing slechts enkele voornemens te zijn tegengekomen. Volgens hem moeten in een begroting echter concrete maatregelen worden opgenomen en wat die gaan kosten. Hetzelfde is het geval met het meerjaren ontwikkelingsprogramma, dat thans bij de Nationale Assemblee ligt. Het zit boordevol voornemens, te bedenken dat een MOP een strategisch plan van de regering is, voor de duur van vijf jaren.
 

AD HOC

Doordat de huidige regering geen beleid heeft met betrekking tot de criminaliteitsbestrijding en nog minder de aanpak van de criminaliteit evalueert kunnen zware criminelen op dit moment in Suriname hun gang gaan en heeft een gevoel van onbehagen zich meester gemaakt van de bevolking. Tot op heden heeft het ministerie van Justitie en Politie nagelaten een beleid ten aanzien van de criminaliteitsbestrijding te presenteren. Justitie en Politie voert een adhoc beleid op dit stuk, hetgeen er de oorzaak van is dat er geen sprake is van consistentie. " Dan kan je nog zoveel voertuigen hebben, maar zonder consistentie kan je het vergeten", aldus Girjasing. Volgens de voormalige minister van Justitie en Politie is regelmatig overleg tussen de top van Justitie en Politie en het management van de politie een noodzakelijke voorwaarde om de criminaliteit te kunnen bestrijden. En dat is precies wat er ontbreekt bij de regering Wijdenbosch, aldus Girjasing. Volgens hem merk je gewoon, dat de regering niet in staat is de burgers van het land een veilig gevoel te geven. We merken dan ook, in tegenstelling tot de periode van Venetiaan, een toename van de drugscriminaliteit. Girjasing wijst erop dat er thans geen vlucht, naar Nederland vertrekt zonder dat er enkele drugskoeriers worden gearresteerd.

Volgens de ex-minister van Justitie en Politie geeft dit aan, dat in tegenstelling tot de periode van president Venetiaan er nu toch aardig wat drugs het land binnenkomen en in mondjesmaat het land uit worden gesmokkeld. Daarbij moet worden aangetekend, dat een behoorlijke hoeveelheid in de Surinaamse samenleving blijft hangen.
 

SAMENWERKING VS

We zien, aldus Girjasing, dat de huidige regering bezig is met de Verenigde Staten van Amerika sa-menwerkingsverbanden aan te gaan in het kader van de bestrijding van de internationale drugscriminaliteit. Onder de regering Venetiaan zijn verschillende politie-functionarissen in de gelegenheid gesteld trainingen te volgen onder auspicien van de DEA en de FBI.

De regering Wijdenbosch kiest voor een ander model, namelijk de ondertekening van een shiprider-overeenkomst met de VS. Hoewel de inhoud van die overeenkomst onbekend is, zijn de ervaringen van Trinidad and Tobago, die de overeenkomst eerder ondertekenden. wel bekend. Die landen, aldus Girjasing, hebben er spijt van dat zij de samenwerking zijn aangegaan, omdat het hun integriteit aantast. Volgens de vroegere bewindsman op Justitie en Politie zijn er voldoende andere mogelijkheden, om met de VS samen te werken, maar zijn die door de regering Wijdenbosch onbenut gelaten.
 

BROCHURE WIJDENBOSCH

Girjasing wil tenslotte president Jules Wijdenbosch herinneren aan een brochure, die hij Wijdenbosch, in 1990 heeft geschreven, toen hij de oppositie in het parlement leidde. Wijdenbosch constateerde toen 25 gebieden, waarin er crises heersten en die hij toen dijkdoorbraken noemde. Een nationaal kabinet, een staatsgreep of nieuwe verkiezingen zouden volgens hem geen oplossing brengen voor die problemen. Als enige oplossing zag Wijdenbosch toen, dat erkend zou worden dat er een crisis was in al zijn aspekten en dat er een crisisprogramma zou moeten worden gemaakt, dat met ondersteuning van alle politieke en maatschappelijke groepen zou moeten worden uitgevoerd. Op basis van dat crisisprogramma, aldus Wijdenbosch in zijn brochure, zou een team moeten worden samengesteld, dat daadwerkelijk in staat zou zijn het uit te voeren. De president, vice-president en de ministers uit dat team zouden samen een crisiskabinet moeten vormen. Wijdenbosch in de brochure: "Ik kan U garanderen dat mijn partij, de NDP, bereid is zo'n kabinet voluit te ondersteunen en ik ben er verder van overtuigd, dat elke rechtgeaarde Surinamer, onge-acht tot welke politieke partij of maatschappelijke groep hij of zij ook behoort, bereid is hetzelfde te doen". Wijdenbosch verder: "Men kan duizenden redenen verzinnen om niet te kiezen voor deze nationale oplossing. Er is echter een alles overheersende reden om uit volle borst ja te zeggen en dat is: Wij moeten Suriname redden voor het te laat is." Soeshiel Girjasing wijst er tenslotte op, dat het beleid en het honderd dagenplan van Jules Wijdenbosch volledig zijn mislukt en dat alle sectoren zijn vastgelopen. Volgens Girjasing is het trieste, dat Wijdenbosch totaal niet weet hoe hij eruit moet komen".



 
 
 

WET FINANCIELE INSTELLINGEN

BEPALINGEN PENSIOENWETTEN

DEUGEN NIET

Het Actuarieel Bureau Lo Fo Wong heeft op verzoek van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven het gedeelte dat betrekking heeft op de pensioenfondsen in de conceptwet op de Financiele Instellingen van commentaar voorzien. Daarbij wordt erop gewezen dat ingevolge de geldende wet van 7 november 1986 houdende algemene regelen betreffende het Toezicht op het Bank- en kredietwezen (SB 1986 No. 82) pensioenfondsen verplicht zijn zich bij de Centrale Bank van Suriname aan te melden, waarna zij door de bank onder toezicht worden gesteld. Krachtens de bevoegdheden die door de wet aan de Bank zijn toegekend, zijn door haar instructies gegeven.
 

In het document staat dat met betrekking tot het toezicht tijdens het onderzoek diverse meningen zijn geventileerd. Zo zou naar voren zijn gebracht dat de effectiviteit en de eenduidige interpretatie van de instructies discutabel zijn. Ten aanzien van de beleggingsinstructie wordt opgemerkt dat gelet op de beperkte beleggingsmogelijkheden en de onzekere economische ontwikkelingen, die pretentieus en ondoelmatig is. Ten aanzien van de kwaliteit van het toezicht wordt opgemerkt dat voor doelmatig toezicht op verzekeringsgebied zeer specifieke kennis is vereist, maar dat adequaat toezicht desalniettemin zeer gewenst is. Dit toezicht zou kunnen worden gerealiseerd door een specifieke wet, waarin algemene regels ter waarborging van de belangen van rechthebbenden en het deugdelijk functioneren van pensioen- en voorzieningsfondsen worden vastgelegd. De wet zal tevens doelmatige rapportage verplichtingen dienen voor te schrijven. Het toezicht op de naleving van de wet zal zodanig moeten zijn geregeld, dat geen andere doelstellingen dan het specifieke doel van de wet worden nagestreefd, wordt aanbevolen. Het Actuarieel Bureau Lo Fo Wong schrijft verder:
 

In dit verband moge worden verwezen naar de navolgende passage uit het Action Plan opgesteld door de State-Owned Banks Consulting Group, die specifiek is opgericht ten behoeve van de Su-riname Financial Sector Reform Program, ter verkrijging van een IDB-lening. ''The Supervisory department of the Centrale Bank of Suriname is also supervising pension funds. The Supervisory terms and conditions are formulated in the current Law "Toezicht Kredietwezen". The instruments of the Supervisor to take disciplinary actions towards the management of a pension fund that does not report to the bank are extremely limited. The Centrale Bank can now only advise the pension found on its financial position and give guidelines to balance the fund within the specified period. The ultimate sanction that the current law has in the publication of the advise of the Centrale Bank, including the correspondence with the pension fund."

Wij hebben het niet zinvol geacht om de Memorie van Toelichting op het ontwerp van commentaar te voorzien en noch minder om de incompetentie van zowel de Commissie Herziening Financiële Structuren Republiek Suriname als de functionarissen van de Centrale Bank belast met het toezicht op het verzekeringswezen verder in detail bloot te leggen. Voor uw beeldvorming verwijzen wij naar het lid 2 van artikel 14 van het conceptontwerp luidende alsvolgt:

"Het bestuur van een pensioenfonds, legt bovendien jaarlijks een actuarieel bedrijfstechnisch verslag aan de bank over betreffende het te voeren beleid, waarbij financiële opzet en de grondslagen waarop het rust, gemotiveerd omschreven zijn."

Deze bepaling kan niet anders worden gekwalificeerd als: "Conceptuele, administratieve, actuariële en bedrijfstechnische wartaal en onzin."

Wij hebben het ontwerp evenmin beoordeeld op juridische- en wetstechnische merites, doch tekenen aan, dat toetsing aan reeds bestaande wetten noodzakelijk is. Het aangeboden concept ontwerp achten wij absoluut niet acceptabel. Gelet op de thans gedane ervaringen met de Centrale Bank van Suriname met betrekking tot het toezicht op het verzekeringswezen in de ruimste zin des woords achten wij het noodzakelijk dat dit toezicht door een in te stellen Verzekeringskamer wordt uitgeoefend. Uiteraard zullen ten aanzien van de bemensing van een dergelijk orgaan onder meer hoge kwaliteits- en integriteitseisen moeten worden gesteld.

Tenslotte zij opgemerkt dat na een vluchtige blik in de concept Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf wij het niet zinvol achten het concept van commentaar te voorzien. Het ontwerp is eveneens op grond van conceptuele en technische aspecten onacceptabel.



 
 
 
 

WAT EEN GRAP

Het Korps Politie Suriname heeft enkele dagen geleden via de media bekendgemaakt dat er de afgelopen weken regelmatig na een verkeersongeval wordt doorgereden. Daarnaast zouden veel bestuurders verzuimen, zich binnen vier uren te melden bij de politie. Het KPS wijst erop dat mensen die na een ongeval doorrijden artikel 4 van de rijwet overtreden en hiervoor in verzekering kunnen worden gesteld. Het zou interessant zijn om van het Korps Politie Suriname te vernemen hoe lang de termijn is, waarbinnen op de politie gewacht moet worden wanneer zich een verkeersongeval heeft voorgedaan. Misschien zou exact kunnen worden aangegeven, wanneer doorrijden als doorrijden wordt gekwalificeerd. Afgelopen woensdagavond omstreeks acht uur werd namelijk een bromfietser op de hoek van de Tourtonne- en Mahonylaan van achteren aangereden. De jongeman kwam met een smak op het wegdek terecht en liep, getuige de verkrampte uitdrukking op zijn gezicht en later het feit dat hij zijn bewustzijn dreigde kwijt te raken, ernstige verwondingen op. Nagenoeg een ieder die zich in de naaste omgeving bevond, met een cel-telefoon in het bezit, belde ettelijke malen naar politie op de nummers 115, 402831 en 477777 en kreeg steeds te horen " we komen zo meteen". Wat precies daarmee werd bedoeld, werd niet duidelijk. Ongeveer twee uren na de aanrijding, kwam er uiteindelijk een ambulance aanrijden met loeiende sirene. De politie verscheen nimmer ter plaatse. Een vraag voor het Korps Politie Suriname: als de bestuurder van de auto, die de aanrijding heeft veroorzaakt na uren wegrijdt, wordt dat dan als doorrijden beschouwd?. Nog een vraag: als de politie niet verschijnt, hoe denkt men dan artikel 4 van de rijwet toe te passen?. De allerlaatste vraag: is de bestuurder van de auto, die betrokken was bij de aanrijding in Commewijne waarbij een zekere Ajodhia het leven verloor, niet in verzekering gesteld, omdat zijn vader een hoge functie binnen de belangrijkste regeringspartij bekleedt?