Iemand stapte van de week bij een cambio binnen en wilde dollars
kopen. De klant was bereid een koers van 800 gulden of meer te betalen
voor een dollar. Maar de cambio wilde geen dollars verkopen. Die wilde
zelf opkopen. Op de vraag van de klant waarom er geen dollars verkocht
werden, kwam als antwoord: "Centrale Bank ... waaazig, mang!"
GEEN TOUW MEER AAN VAST
TE KNOPEN
Dat een cambiohouder de Centrale Bank thans wazig
vindt is heel begrijpelijk. De man hoort de laatste dagen heel andere beweringen
uit de mond van de president van de Centrale Bank dan vroeger. De verhalen
van tegenwoordig staan soms zelfs in schril contrast met de verhalen van
vorig jaar of met die van 1997. In een rapport van 1996 had een commissie
waarin de huidige bankpresident ook zitting had, uitgerekend dat de koers
van 406 nog te hoog was. De commissie vond, dat de juiste wisselkoers ongeveer
350 gulden moest zijn voor de Amerikaanse dollar. Na herbenoemd te zijn
tot bankpresident heeft hij aan het begin van 1997 met veel fanfare verklaard
de koers op 385 gulden voor de dollar te zullen brengen. Waar zijn wij
vandaag beland? Ruim boven de 800 gulden op de parallelmarkt. Hier en daar
worden hogere koersen in de prijzen van de goederen en diensten doorberekend
aan klanten van wel 850 tot 890 gulden voor de dollar. Hoe moet een cambiohouder
of de gewone man van de straat of de huisvrouw die deze werkelijkheid met
de dag meemaakt dan tegen de verhalen aankijken die de president van de
Centrale Bank vertelt? Eerst verklaart hij plotseling de koers marktconform.
Een paar dagen later zegt hij doodleuk dat de koers rond de 700 gulden
voor de dollar moet worden gestabiliseerd. Men kan er geen touw meer aan
vastknopen. Dat de toonzetting en de inhoud van de verhalen zo anders is
geworden komt naar verluidt omdat er nu soms wordt nagepraat wat de heren
van het Senioren Adviesorgaan hebben geadviseerd.
INTERVENIËREN ZONDER
DOLLARS
Wat de zaak nog waziger maakt is dat de mensen
de president van de Bank horen vertellen dat hij gaat interveniëren
om de koers te stabiliseren. Niet met dollars, maar met instrumenten en
met mechanismen. In een interview met radio ABC heeft de president van
de bank gezegd, dat die instrumenten en mechanismen eigenlijk niets anders
zijn dan afspraken met de banken om niet teveel geld in omloop te brengen
en afspraken met de regering om ook niet teveel geld in omloop te brengen.
De regering moet de begroting in balans brengen en het begrotingstekort
wegwerken. Mooi gezegd. De regering moet dus fors bezuinigen. Maar gaat
een regering onder leiding van president Jules Wijdenbosch zoiets doen?
Het is bijna ondenkbaar.
Een cambiohouder, een zakenman of zakenvrouw, een gewone burger begrijpt het niet meer. Als de president van de bank nu zegt dat hij gaat interveniëren zonder dollars om de wisselkoers te stabiliseren, waarom heeft hij dat dan niet veel eerder gedaan? Hij zit er al twee jaar en in die tijd heeft hij niet anders dan met dollars geintervenieerd. Die schaarse dollars zouden toch voor iets anders gebruikt kunnen zijn. Maar nu schijnen de dollars op te zijn. Of interventie zonder dollars maar met instrumenten en mechanismen snel resultaten zal afwerpen moet nog worden afgewacht. Daarover heeft de president van de bank niets gezegd. Daar blijft het wazig en wordt het misschien nog waziger. Want in zijn vorige ambtsperiode als bankpresident had hij de koers ook niet stabiel kunnen houden zonder dollars. De tijd zal het leren.
VAN DE REGERING WIJDENBOSCH
Inside Stories is erin geslaagd de hand te leggen op het besluit van de Centrale Bank van Suriname, waarmee de devaluatie van de Surinaamse gulden een feit werd. Zie onderstaande besluit:
Op basis van bovenstaand besluit is de Surinaamse gulden met 75 procent in waarde gedaald. Recentelijk devalueerde de Braziliaanse munt, de Real, met 8 procent. Voor de regering in Brasilia was dat aanleiding om de president van de Centrale Bank van Brazilië, Gustavo Franco, op staande voet te ontslaan. In Suriname wordt de samenleving dagelijks allerlei verhaaltjes voorgehouden.
Het is niet uitgesloten dat de banken niet bespaard blijven van de consequenties van de maatregel van de regering om per 1 januari de marktconforme wisselkoers te hanteren. Door de enorme inflatie wordt het sparen zeer onaantrekkelijk, met name in Surinaamse guldens. Er zou dus een situatie kunnen ontstaan, waarbij spaarders hun geld van hun rekeningen halen, terwijl men ervan afziet geld te beleggen bij de bank. In plaats van te sparen bij de bank zal men op de parallelmarkt het Surinaamse geld omzetten in harde valuta. De banken zouden dan door gebrek aan spaarmiddelen hun kredietverlening niet kunnen uitbreiden, terwijl de bedrijven en productiesectoren juist extra kredieten nodig zullen hebben om de overschakeling op de veel hogere wisselkoersen te financieren. Instellingen als bijvoorbeeld de ziekenhuizen, die al in de problemen zitten, komen hierdoor in een reddeloze situatie terecht. De kosten om de banken draaiende te houden, zullen uiteraard met de koersstijgingen meegaan. Degenen, die schulden aan de banken hebben, kunnen in de overgangsperiode misschien ook niet op tijd hun betalingen aan de banken doen. Het is dus opletten geblazen voor de banken.
De regering Wijdenbosch staat op het punt Gerard Brunings te benoemen tot directeur van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij. Brunings, ex-voorzitter van het Alternatief Forum, was directeur-eigenaar van de luchtvaartmaatschappij Gonini, die enige tijd geleden failliet ging.
In SLM-kringen is met grote bezorgdheid kennis genomen van dit voornemen van de regering. Gewezen wordt op het feit dat Brunings niet in staat is geweest een bedrijf met nog geen twintig personeelsleden te leiden en te behoeden van de ondergang. Hoe zal hij dan in godsnaam een onderneming met bijna 600 werknemers kunnen leiden?, vraagt men zich in gemoede af. Overigens wordt er geen reden gezien om op dit moment tot mutaties in de leiding van het bedrijf over te gaan. Onder moeilijke omstandigheden zou de SLM het afgelopen jaar toch een kleine winst hebben gemaakt. Binnen de SLM-gemeenschap is men verder van oordeel dat Brunings een "staat van dienst" heeft, die niet past bij het directeurschap van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij. Zo zou hij betrokken zijn geweest bij de beruchte Stanford-affaire en schuld hebben bekend, door zijn bereidheid om een boete van meer van Sf 5 miljoen te betalen, om in vrijheid te worden gesteld. Om deze reden, zou hij ook al zijn politieke functies binnen DA'91 hebben moeten neerleggen. Naar wordt vernomen is het besluit om Brunings te benoemen tot directeur van de SLM niet genomen op het Kabinet van de President, maar op het Centrum Index, alwaar het kabinet van de Adviseur van Staat is gevestigd. Het is dus helemaal niet uitgesloten dat de benoeming van een nieuwe directeur van de SLM zal plaatsvinden tegen de zin van president Wijdenbosch. Het is evenmin uitgesloten dat de kwestie de tegenstellingen binnen de regeringscoalitie zullen aanscherpen. In elk geval heeft, naar wordt vernomen, het personeel van de SLM zich voorgenomen de benoeming met alle haar ten dienste staande middelen aan te vechten.
President Jules Wijdenbosch heeft laten doorschemeren
de Sociaal Economische Raad (SER) te zien als een zeer belangrijk aspect
van het oplossingsmodel, dat de regering voorstaat bij de aanpak van de
huidige crisis in het land. Onder de gegeven omstandigheden is de instelling
van een Sociaal Economische Raad niets anders dan een cosmetische maatregel.
De bedoeling van de regering is niets anders dan met de SER legitimiteit
te geven aan een wanbeleid, dat wordt gevoerd en het land in de afgrond
heeft doen belanden. De regering wil niets anders dan de sociale partners
medeverantwoordelijkheid te laten dragen voor een desastreus beleid. Terecht
staan de vakbeweging en het bedrijfsleven dan ook sceptisch tegenover de
uitnodiging om in de SER te participeren. Indien de sociale partners van
de regering toch nog besluiten deel te nemen in de Sociaal Economische
Raad, dan zal dat onder stringente voorwaarden moeten gebeuren. Een drastische
ombuiging van het beleid zal ongetwijfeld één van de belangrijkste
eisen zijn. Aangezien president Wijdenbosch vaker heeft gesteld, dat daar
nimmer sprake van zal zijn, kan nu reeds worden vastgesteld dat het doel,
dat het staatshoofd met de SER nastreeft, niet zal worden bereikt. Vooral
als ervan wordt uitgegaan, dat de sociale partners zich niet door hem in
de luren zullen laten leggen. De oplossing van de crisis moet dus op een
hoger niveau dan de Sociaal Economische Raad worden gezocht. Misschien
moet de president inderdaad de installatie van een interim regering, ter
vervanging van zijn kabinet, in overweging nemen. Pas dan heeft misschien
een Sociaal Economische Raad een kans van slagen.
Suriname wordt op dit moment geteisterd door
een alomvattende crisis. Nagenoeg alle sectoren van het leven van de burgers
van het land zijn erdoor aangetast. De crisis is het directe gevolg van
het falend beleid, op financieel-economisch en monetair gebied, dat sinds
september 1996 is gevoerd.
De thans heersende crisis uit zich in de vorm
van een op hol geslagen wisselkoers en een inflatie spiraal, met als gevolg
daarvan een sterke afname van de koopkracht. De situatie is totaal uitzichtloos
door een gebrek aan vertrouwen van de bevolking in het beleid van de regering,
maar bovenal een gebrek aan geloof in het vermogen van de regering en de
Centrale Bank van Suriname om de situatie onder controle te krijgen.
VERKEERDE STRATEGIE
Vooral wanneer de directe oorzaak van de huidige
situatie, de devaluatie van de Surinaamse gulden, in ogenschouw wordt genomen,
wordt duidelijk waarom er sprake is van een vertrouwenscrisis. De regering
heeft namelijk op verschillende momenten sedert haar aantreden gedemonstreerd
niet in staat te zijn dusdanige strategieën te ontwikkelen, waardoor
economische maatregelen vruchten afwerpen. Bij de introductie van de marktconforme
wisselkoers hebben de autoriteiten opnieuw aangetoond enig inzicht in economische
aangelegenheden te ontberen. De introductie van de marktconforme wisselkoers
heeft namelijk op totaal verkeerd moment plaatsgevonden, los van het feit
dat nagelaten is een pakket van ondersteunende maatregelen te presenteren.
GEEN DRAAGVLAK
In de eerste plaats moet worden vastgesteld,
dat het hanteren van een marktconforme koers op zich geen slechte maatregel
is. Het zou echter beter zijn geweest wanneer de introductie op 1 februari
zou hebben plaatsgevonden, in plaats van 1 januari. In december is er namelijk
sprake van een hoge liquiditeit, doordat vooral zakenlui veel Surinaams
geld verdienen. Direkt daarop volgt de maand januari, die doorgaans voor
loontrekkers een hele lange maand is. Bij een invoering van een marktconforme
koers direct na december zal automatisch tot gevolg hebben dat er een drang
naar harde valuta zal ontstaan. De vraag neemt daardoor toe en heeft een
stijgende koers tot gevolg.
De devaluatie van de Surinaamse gulden, die aan
het begin van dit jaar heeft plaatsgevonden, is onderdeel van de structureel
aanpassingsprogramma, dat in opdracht van de Inter American Development
Bank momenteel wordt uitgevoerd door de regering Wijdenbosch. Middels een
overeenkomst met de IDB heeft regering ingestemd met de uitvoering van
dit aanpassingsprogramma, zonder zich te verzekeren van een breed maatschappelijk
draagvlak. Het gevolg is dan ook een enorme verpaupering van de samenleving,
met een grote kans op sociale onrust.
UITZICHTLOOS
De nationale crisis in Suriname uit zich sinds
begin 1999 in een verhevigde vorm. Doordat de regering zich in een stilzwijgen
heeft gehuld neemt de onrust van de bevolking met de dag toe. De Centrale
Bank van Suriname is er naar alle waarschijnlijkheid van overtuigd dat
de eerste tranche van de lening, die zal worden ontvangen van de IDB, wonderen
zal verrichten. Er wordt ervan uitgegaan dat het bedrag van US$ 18 miljoen,
dat bestemd is voor de agrarische sector, enige tijd de mogelijkheid zal
bieden om interventies op de valutamarkt te plegen. Dit zou inderdaad mogelijk
kunnen zijn. Echter moet niet uit het oog worden verloren dat de US$ 18
miljoen heel snel opraakt, terwijl voor het oplossen van de crisis een
veel hoger bedrag vereist is. Volgens economen zal de oplossing van de
crisis niet in de economische sfeer moeten worden gezocht. Eerder zou naar
een oplossing van het vertrouwensvraagstuk moeten worden uitgekeken. En
dat is precies wat de zaak zo uitzichtloos maakt.
DRUGSMAFFIA
ZEER INVENTIEF
Ruim een maand geleden werd in de haven van de Engelse hoofdstad London
een grote hoeveelheid cocaine in beslag genomen. Het verdovend middel was
per schip naar Europa vervoerd en werd per toeval door de Engelse justitiele
autoriteiten ontdekt.Na aankomst in London beklaagde de kapitein van het
schip zich over het verloop van de tocht, die in Zuid Amerika was aangevangen.
Het vaartuig dat onder zijn gezag de Atlantische Oceaan was overgestoken
zou gedurende de gehele reis afwijkingen hebben vertoond. De tocht was
overigens voorspoedig verlopen. De klachten van de kapitein echter, over
het functioneren van de boot, maakten een onderzoek noodzakelijk.Als onderdeel
van dat onderzoek werd de onderkant van de boot geinspecteerd. Prompt werd
de oorzaak van het ongerief dat de kapitein had waargenomen ontdekt. De
onderzoekers kwamen tot hun grote verbazing namelijk tot de ontdekking
dat onder de boot twee gasbommen waren bevestigd. Bij nadere controle bleken
beide gascylinders met cocaine gevuld te zijn. Een diepgaand onderzoek
dat vervolgens werd verricht, bracht een aantal feiten aan het licht, die
voor de Surinaamse gemeenschap heel interessant zijn. Het vertrekpunt van
het vaartuig bleek het district Nickerie in Suriname te zijn. Nickerie
bleek eveneens de plaats te zijn waar de gasbommen aan de boot waren bevestigd.
Aangezien daarbij laswerkzaamheden onder water moesten worden verricht
was speciale apparatuur ingevlogen. De gasbommen bleken ook in Nickerie
met cocaine te zijn gevuld. Nadat de zaak aan het rollen kwam in London
werden een aantal personen aangehouden. Onder hen bevond zich de zoon van
een bekende zakenman in Paramaribo, die nog een aantal kilogrammen cocaine
in een tas bij zich bleek te hebben.