LIDBONDEN MOEDERBOND ZIJN WAKKER
Lidbonden van het AVVS De Moederbond hebben in een schrijven aan het
hoofdbestuur van deze vakcentrale hun verontwaardiging uitgesproken over
het feit dat een lezing verzorgd door mr.Sam Polanen en mr. Coen Ooft ten
behoeve van de leden van De Moederbond., voor propagandistische doeleinden
is in gebruikt in het televisieprogramma Hoe Verder? De lidbonden zeggen
dat bij hun het gevoel ontstaat dat het verbondsbestuur bewust voor Ooft
en Polnanen heeft gekozen, in een poging de achterban te beinvloeden. Ooft
en Polanen ondersteunen het standpunt van president Jules Wijdenbosch en
zijn partij de NDP, dat de president niet kan worden afgezet door de Nationale
Assemblee, middels een motie van wantrouwen. Aam het hoofdbestuur van De
Moederbond is gevraagd dat met een spoed een algemene ledenvergadering
wordt belegd, waarop kan worden nagegaan, of de uitzending van de lezing
van Polabnen en Ooft in een regeringsvoorlichtingsprogramma, met medeweten
van het Moederbondsbestuur heeft plaatsgevonden. In het schrijven aan het
verbondsbestuur wordt gewezen op het feit dat op een algemene ledenvergadering
op 28 mei unaniem is besloten de akties van het Gestructureerd Samenwerkingsverband,
die tot doel hebben de regering naar huis te sturen, te ondersteunen. Het
heeft wel heel lang geduurd, voordat het tot de lidbonden van het AVVS
De Moederbond is doorgedrongen dat het verbondsbestuur hun organisatie
tot een verlengstuk van de regering Wijdenbosch heeft gemaakt. Maar, zegt
men vaak, liever te laat dan nooit. Het zal de leden van de Moederbond
ook zijn opgevallen dat terwijl zij gebukt gaan onder de gevolgen van het
wanbeleid van Wijdenbosch en zijn regering, in de afgelopen drie jaren,
de crisis volledig aan hun leiders voorbijgaat.
IMF BEKRITISEERT ECONOMISCH WANBELEID WIJDENBOSCH
Bijkans tachtigduizend personen hebben wekenlang middels straatacties aan de regering te kennen gegeven dat president Jules Wijdenbosch en vice president Pretaap Radhakishun niet langer gewenst zijn. Duidelijk is aangegeven dat een interimkabinet orde op zaken moet stellen en nieuwe verkiezingen moet voorbereiden. Met het aannemen van een motie van wantrouwen tegen de president en de vice president op 1 juni in de Nationale Assemblee heeft de meerderheid van het parlement uitdrukking gegeven aan de wil van de tientallen duizenden, die dagelijks door de straten van Paramaribo trokken. De roep om het vertrek van de regering is niet zomaar ontstaan, maar heeft een duidelijke oorzaak. Het gaat niet goed met het land en de indivuele burgers.
De regering Wijdenbosch heeft in de afgelopen drie jaren ellende gestort
over de Surinaamse samenleving. Op onavolgbare wijze is een stuk wanbeleid
gedemonstreerd. In alle sectoren van de samenleving heerst er een crisis.
Ondeugdelijk bestuur, als gevolg van onkunde hebben de regering onder Wijdenbosch
gekenmerkt, in de afgelopen periode.
SPOEDVERGADERING
Op 1 juni jongstleden werd in De Nationale Assemblee een motie van wantrouwen
tegen Wijdenbosch en vice president Pretaap Radhakishun aangenomen. Daags
voor de historische parlementsvergadering heeft het Internationale Monetaire
Fonds (IMF) een spoedvergadering gewijd aan de economische situatie in
Suriname. De bevindingen van missie, die in de tweede helft van de maand
januari van dit jaar in Suriname was zijn hierbij aan de orde geweest.
Tijdens de spoedbijeenkomst kwam duidelijk naar voren dat het IMF zich
ernstig zorgen maakt over de negatieve economische ontwikkelingen in Suriname.
Dieontwikkelingen zouden hebben geleid tot hoge inflatie, koerstijgingen
en toenemende armoede. Op het sociaal-economische en monetaire beleid van
de regering Wijdenbosch werd ernstige kritiek geleverd. Met name de minister
van Financien en de president van de Centrale Bank van Suriname moesten
het hierbij ontgelden. Het beleid van de regering Wijdenbosch werd zeer
slecht genoemd.
QUASI FISCALE OPERATIES
De monetaire financiering van de overheidsuitgaven en de actieve rol,
die de Centrale Bank van Suriname daarbij speelt vormde een doorn in het
oog. Ook de quasi fiscale operaties van de Centrale Bank van Suriname,
zoals de grondaankopen ter waarde van Sf 16 miljard, buiten de begroting,
ontlokten eveneens enorme kritieke bij de deskundigen van het IMF. Inmiddels
heeft het Internationale Monetaire Fonds haar bezorgdheid over de situatie
in Suriname schriftelijk ter kennis gebracht van president Jules Wijdenbosch,
minister Tjan Gobardhan van Financien en president Henk Goedschalk van
de Centrale Bank van Suriname. Het IMF heeft geconstateerd dat de uitgangspositie
van de regering Wijdenbosch in 1996 riant was en dat reeds het jaar daarop
een enorme teruggang in de economie was te constateren. In een versneld
tempo vond volgens het IMF in 1998 een verslechtering van de economische
situatie plaats, terwijl thans sprake is van een forse crisis. Volgens
het Internationale Moneatire Fonds heeft de komst van de regering Wijdenbosch
een ongewenste economische ombuiging teweeggebracht, waarvan het resultaat
een ongekende ellende voor de samenleving is.
AANBEVELINGEN
Het Internationale Monetaire Fonds doet ook enkele aanbevelingen aan
de regering van Suriname. In de eerste plaats zou er een restrictief overheidsfinancieringsbeleid
moeten worden gevoerd. Ook ten aanzien van het monetair beleid is een restrictief
beleid gewenst, waarbij er absoluut geen sprake van monetaire financiering
mag zijn. Met de grootste voortvarendheid moet volgens het IMF de "gap"
op de valutamarkt tussen de officiele wisselkoers van de Centrale Bank
van Suriname en de koers, die geldt op de zwarte markt weggewerkt worden.
De wisselkoers zou moeten worden vrijgelaten. De voorwaarde hierbij zou
moeten zijn een gezond budgettair en monetair beleid, aldus het IMF. Het
Surinaamse volk is het hier roerend mee eens, maar acht Wijdenbosch, Gobardhan
en Goedschalk absoluut niet in staat om Suriname uit het dal te halen.
Zij hebben overigens al bewezen het niet te kunnen. De burgers van Suriname
vinden dat Telting en Jharap het werk moeten doen, omdat zij wel hebben
bewezen het te kunnen. Overigens op het moment dat telting op de Centrale
Bank plaats moest maken voor Goedschalk was het fenomeen inflatie in Suriname
onbekend.
Eind December 1996 deed president Jules Wijdenbosch een aantal mededelingen.
Zo kondigde hij aan dat de regering, waar hij leiding aan geeft, binnen
haar regeerperiode de bouw van bruggen over de Suriname- en Coppenamerivier
zou realiseren. Om aan te geven hoe serieus de regering was met dit voornemen,
noemde de president 23 januari 1997 als de datum waarop de betreffende
kontrakten zouden worden ondertekend. Die datum werd dan ook door vooral
nieuwsmedia goed in de gaten gehouden. Toen de bewuste dag was aangebroken
werd bij het kabinet van de president geinformeerd naar de plaats en het
tijdstip van de ondertekening. Tot ieders verbazing zei de president toen
nimmer een datum waarop kontrakten zouden worden ondertekend te hebben
genoemd. Hij bleef volhouden, ondanks het feit dat hem werd voorgehouden
dat hetgeen hij had gezegd eind December was vastgelegd. De Surinaamse
samenleving kon toen op een duidelijke manier kennis maken met de wijze
waarop Wijdenbosch met de waarheid omspringt. Daarna zouden zich nog diverse
gevallen voordoen, waarbij het staatshoofd werd betrapt de waarheid niet
te hebben gesproken.
Een gewoonte van de president, waar de samenleving in de afgelopen periode
kennis mee heeft gemaakt, is dat wanner hij in problemen is hij zaken aankondigt,
waarna hij zelf vergeet het te hebben gezegd. Zo stond het kabinet in April
van dit jaar onder grote druk. In een poging om te redden wat er te redden
viel, gaf de president toe een waardeloos beleid te hebben gevoerd, sinds
zijn aantreden. Terwijl de bewuste persconferentie aan de gang was, kwam
hij op het idee een nieuw beleid aan te kondigen. On the spot bedacht hij
een naam. Zo werd Pragmatiek in Realiteit" geboren. Nooit meer is iets
ervan vernomen, omdat het gewoon niet bestaat. Toen ruim tachtigduizend
personen zich straat hadden begeven om tegen het regeringsbeleid te protesteren
en het vertrek van de president en vice presdient te eisen, wees de president
zijn ministers aan als zondebokken. In een pogingen de massa enigszins
tot bedaren te bewegen kondigde hij aan zijn ministers te hebben verzocht
hun portefeuilles ter beschikking van hem te stellen. Hun zou zijn verzocht
tot 31 mei de lopend zaken af te handelen. Vervolgens werd op hun een beroep
gedaan nog vier dagen aan te blijven en uiteindelijk tot nader order. In
elk geval zijn ze allemaal nog in functie.
President Jules Wijdenbosch heeft op niet mis te verstane wijze laten
blijken niet te zullen opstappen, ondanks het feit dat op 1 juni in de
Nationale Assemblee een motie van wantrouwen tegen hem en vice president
Pretaap Radhakidhun is aangenomen. Volgens Wijdenbosch biedt de grondwet
van Suriname het parlement niet de ruimte om hem af te zetten. Het staatshoofd
geeft wel toe, dat zijn regering in de afgelopen drie jaren een waardeloos
beleid heeft gevoerd. De schuld hiervan, hoewel hij steeds heeft aangegeven
de hoofdverantwoordelijke te zijn, schuift hij in de schoenen van zijn
ministers. Er zal daarom worden gereshuffeled, terwijl sommige bewindslieden
het veld zullen moeten ruimen, zodat andere hun plaatsen kunnen innemen.
Volgens goed geinformeerde bronnen is de president voornemen reeds de komende
week zijn nieuwe kabinet te presenteren. Simultaan met de wijziging van
het kabinet moet ook het vertrek van president henk Goedschalk van de Centrale
Bank van Suriname plaatsvinden. Het hoofd van Gopedschalk moet om verschillende
redenen rollen. Ten eerste omdat hij grandioos heeft gefaald sinds hij
van Andre Telting heeft overgenomen. In de tweede plaats, omdat NDP voorzitter
Desi Bouterse enigszins moet worden tegemoetgekomen, want die heeft Goedschalks
hoofd geeist. Een belangrijke reden, waarom de huidige president van de
Centrale Bank van Suriname de laan uit zou moeten worden gestuurd, is de
negatieve uitstraling, die hij heeft naar het buitenland en internationale
instituten toe. Intussen is drs. Subhas Mungra, de huidige ambassadeur
van Suriname bij de Verenigde Naties en voormalig minister van Financien
en Buitenlandse zaken benaderd om van Goedschalk over te nemen, als president
van de Centrale Bank van Suriname. Mungra zou, naar wordt vernomen een
weekend bedenktijd hebben gevraagd.
Bosje moet weg, omdat het Algemeen Bureau voor de Statistiek heeft uitgerekend
dat de consumentenprijzen de afgelopen maand, dus mei 1999, in vergelijking
met mei 1998 met maar liefst 102.2 % zijn gestegen. Hierbij gaat het om
de zogenaamde twaalfmaandsverandering. Indien een vergelijking wordt gemaakt
tussen de maand mei en April, dus de maan daarvoor, dan blijkt dat de consumentenprijzen
met 20.7 % de lucht zijn ingegaan. De prijzen zijn sinds December vorig
jaar, dus begin dit jaar met maar liefst 72 % gestegen. Het Algemeen Bureau
voor de Statistiek heeft een wetenschappelijke methode toegepast, om aan
deze cijfers te komen. Het is dus zeker niet zo dat zekere Iwan Sno achter
een bureau heeft gezeten en wat cijfers heeft geproduceerd, om de regering
onaangenaam. Overigens heeft het Internationaal Monetaire Fonds ook aangegeven
dat deze cijfers het resultaat zijn van financieel-economisch en monetair
wanbeleid van de regering Wijdenbosch sinds haar aantreden. Het is zeer
onwaarschijnlijk dat er op het hoofdkantoor van het IMF in Washington iemand
werkt, die Jules Wijdenbosch en zijn regering niet goed gezind is. De Surinaamse
bevolking heeft eigenlijk het ABS en het IMF niet nodig om uit te rekenen
en vast te stellen dat inflatie gigantische vromen heeft aangenomen sinds
het aantreden van de regering Wijdenbosch. De resultaten zijn elke voelbaar.
Het is dan ook precies om die reden dat in koor wordt gezongen "Bosje go
home". Wat de doorsnee Surinamer het heeft hindert is, dat in 1995 en1996,
met Andre telting aan het hoofd van de Centrale Bank van Suriname, economische
stabiliteit in Suriname heerste, terwijl er sprake was van deflatie en
geen inflatie. Suriname heeft thans weer hoop, want Telting gaat opnieuw
zijn schouders onder het werk zetten.
Assembleelid Achmetali Jainullah heeft voorspeld dat zaken in Suriname gaan escaleren en zullen uitmonden in bloedvergieten. Verder zou iemand hebben gehoord en aan hem hebben gerapporteerd dat collega parlementarier, tevens voorzitter van de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA), aan assembleevoorzitter Marijke Djwalapersad zou hebben gezegd dat hij de veiligheid van Jainullan niet meer kan garanderen. Intussen heeft Djwalapersad verklaard nimmer zulks van Derby te hebben vernomen, terwijl korpschef Carlo Hunsel van het Korps Politie Suriname heeft verklaard dat er geen gronden zijn om aan te nemen, dat de situatie in het land zodanig zal escaleren dat er sprake van bloedvergieten op grote schaal zal zijn. Jainullah is dus door de mand gevallen. Hij heeft niet de waarheid gesproken. Zelfs hoeft hem niet eens te worden gevraagd over welke informatie hij beschikt om te kunnen staven dat een bloedbad op komst is. Hij heeft helemaal geen informatie en heeft het verhaal gewoon uit zijn duim gezogen. Jainullah's uitspraken waren bedoeld als een poging om te rechtvaardigen dat voor de zoveeslte keer politiek verraad heeft gepleegd. Hij was mede-ondertekenaar van de motie van wantrouwen tegen de president en vice president en stemde derhalve ook voor die motie. Enkele dagen later verklaarde hij doodleuk niet meer achter de motie te staan en teruggekeerd te zijn naar de regeringsfractie. Jainullah's handelen kwam weliswaar als een verrassing, maar vreemd was hij niet. De Nickeriaanse VHP-ers stemden in 1996 in goed vertrouwen op hem. Nadat hij gekozen was, vertelde hij hen doodleuk dat hij geen VHP-er meer was en besloten had onderdak te zoeken bij de NDP van Desi Bouterse. Tussen dat moment en nu heeft Jainullah ontelbaar veel keren overgestoken van de coalitie naar de oppositie en terug. Velen beweren dat bij elke oversteek terug naar de coalitie hij enorme bedragen opstrijkt. Maar, dat is evenmin hard te maken, als zijn eigen beweringen dat Derby niet meer wil instaan voor zijn veiligheid.