INSIDE STORIES
(Door: Cliff Djamin)

MINISTER ZONDER

PRINCIPES

Surinamers krijgen het steeds moeilijker. Onder invloed van de erbarmelijke economische situatie in het land, is de doorsnee burger steeds minder in staat het hoofd boven water te houden. Slechts degenen die actief betrokken zijn bij de handel en het transport van drugs, of er niet voor schromen zich te verrijken ten koste van de gemeenschap, hebben een redelijke kans zich overeind te houden in de huidige situatie.
 

Het gevolg hiervan is, dat er nog nauwelijks waarde wordt gehecht aan geldende waarden en normen. De huidige regering van Suriname, onder leiding van president Jules Wijdenbosch, maakt in dit opzicht de zaak niet gemakkelijker voor de burgers van het land. Er wordt namelijk een beleid gevoerd, dat weinig of geen rekening houdt met waarden en normen, die gelden binnen een geciviliseerde samenleving. In feite heeft de huidige regering van Suriname een nieuw normenstelsel geïntroduceerd.
 

EIGEN BELANG
In tegenstelling tot vroeger, hoeven ministers thans niet meer kundig en integer te zijn. Ministers hoeven niet meer te handelen in het belang van de gemeenschap, als de leiders van hun partij maar gediend worden. Het gevolg hiervan is dat van leden van het kabinet ook niet meer wordt verwacht dat zij principes hebben. En voor het geval zij die wel hebben, dienen zij zich niet aan die principes vast te klampen. In het geval van de regering Wijdenbosch gaat het erom dat de coalitie van NDP, BVD, KTPI, Ramkhelawan en Playfair, zo lang mogelijk in het machtscentrum blijft. De reden hiervoor is, dat de persoonlijke belangen van degenen, die deel uitmaken van de coalitie enorm zijn.
 

GROTE KLUNGEL
Indien het gebruik zou zijn, aan het eind van elke week een "man van de week" uit te roepen, dan zou het ditmaal ongetwijfeld Rudolf Mangal, minister van Openbare Werken zijn geweest. Zelden in de geschiedenis van Suriname is iemand zo veel besproken als Mangal in de afgelopen dagen. Aanleiding hiertoe was een contract, dat hij eind vorig jaar namens de regering met een dubieuze onderneming ondertekende. Op grond van dat contract zullen de wegen van Groot-Paramaribo worden geasfalteerd en geherasfalteerd. Het gehele wegenbouwprojekt zal de staat tientallen miljoenen dollars kosten, terwijl in het contract geen clausules zijn opgenomen, die de garantie moeten geven, dat er kwaliteitswerk geleverd zal worden. Overigens is niet eens bekend of de uitvoerder wel in staat is kwaliteitswerk te leveren. In elk geval is minister Rudolf Mangal de afgelopen week niet in staat geweest vragen van leden van de Nationale Assemblee, naar tevredenheid te beantwoorden. Beter gezegd, Mangal was niet in staat aan één antwoord vast te houden. Nog beter gezegd, Mangal wist niet eens wat hij moest antwoorden. Uit zijn reacties op vragen, die hem werden gesteld, bleek, dat het plaatsen van zijn handtekening op het contract zijn enige betrokkenheid. Doordat echter er vanuit moet worden gegaan dat een minister van Openbare Werken het best geïnformeerd is over een op handen zijnde wegenbouwprojekt, liefst van een dergelijke omvang, bleven parlementariërs vragen stellen en gleed Mangal steeds verder de afgrond in.
 

"BEVRIEND"
In de kwestie Mangal/ Wegenbouwprojekt dienen een aantal punten te worden vastgelegd. Ten eerste, dat de minister van Openbare Werken verklaart, dat het project wordt uitgevoerd in het kader van de samenwerking tussen de Republiek Suriname en de Volksrepubliek China. Dat de bewindsman vervolgens verklaart niet meer precies te weten met wie het contract is getekend, om daarna te vertellen dat de overeenkomst is gesloten met een particuliere onderneming. Reeds in een vroeg stadium deelde de Chinese ambassade in Paramaribo in een verklaring mede, dat de Chinese regering niets te maken had met het contract, omdat het was gesloten tussen de regering van Suriname en een particuliere onderneming uit China. De aanwezigheid van de ambassadeur van de Volksrepubliek China bij de ondertekening van de overeenkomst, werd als een protocollaire handeling bestempeld. Minister Mangal leverde het bewijs totaal niet betrokken te zijn bij het wegenbouwprojekt door op een gegeven moment niet in staat te zijn geweest de hand te leggen op het bewuste contract. De directeur van zijn departement, Dharm Mungra, zou ermee zijn vertrokken naar Beijing. De afgang van de minister in het parlement was roemloos. Echter volgden geen consequenties, omdat Suriname en zeker de regering Wijdenbosch, geen traditie heeft van opstappen bij een dergelijke afgang. De hele kwestie heeft ook geen gevolgen gehad voor de relatie tussen Suriname en China. Het is namelijk van belang dat het Surinaamse volk ervan doordrongen raakt dat niet de toevallige regering Wijdenbosch een relatie met China onderhoudt, maar de staat Suriname, dus het volk van Suriname. Wanneer de Volksrepubliek China wordt aangeduid als een bevriende mogendheid, dan is het een zeer kwalijke zaak, dat de ambassade van dat land tracht het Surinaamse volk te misleiden. Wanneer in een officiële verklaring wordt gesteld dat het contract is gesloten met een particuliere onderneming uit China, dan is er sprake van een poging tot grove misleiding. De Volksrepubliek China is namelijk onbekend met het verschijnsel "particulier", omdat het verwerpelijke en reeds lang achterhaalde communistisch systeem, dat in dat land wordt gehanteerd, iets dergelijks niet toestaat. Overigens is het zeer de vraag, of Surinamers wel bevriend willen zijn met een land, dat wordt geregeerd door politici, waarvan mensenrechtschending hun visitekaart is.
 
 
 
 

ASFALT EN HET EIGEN BELANG

De Nationale Assemblee heeft zich rond de controversiële asfalteringsovereenkomst niet alleen met Rudolf Mangal (BVD) van Openbare Werken beziggehouden, maar ook met het ingenieursbureau NV Sintec, dat onder andere controle en het toezicht moet houden op de correcte uitvoering van het werk door de Chinese aannemer. Directeur van het bureau Sintec is Ir. Frank Playfair, het assembleelid van Democratische Partij (DP).

Uit de twee offertes die Playfair namens het bureau Sintec heeft ingediend, kan men constateren welk belang hij en zijn bureau hebben bij de uitvoering van het asfalteringsproject. Inside Stories heeft de hand weten te leggen op de offertes en drukt ze hier af, zodat de lezers kunnen zien wat er staat. Interessant detail bij deze offertes is dat Openbare Werken twee splinter nieuwe pickups ter waarde van 2 x USD. 22.500 = USD. 45.000 aan het bureau Sintec gratis ter beschikking moet stellen voor transport tijdens de duur van het project. Dat is dus tenminste drie jaar. verder moet Openbare Werken de kosten betalen voor het opzetten van een laboratorium voor controle van wegenbouwmaterialen. Kosten Nf. 125.000. Aan het ingenieursbureau NV Sintec is Suriname dus kwijt 36 maanden à Nf. 45.911,25 per maand, dat is totaal Nf. 1.652.805 of USD. 826.402. Dit staat gelijk aan 2% van de bouwsom van USD. 41.077.240. Telt men de twee pick-ups en het laboratorium erbij op, dan kost Sintec de staat totaal zo'n USD. 1 miljoen, met inbegrip van onderhoud en brandstof van de pick-ups.
 
 

FANATIEKE VERDEDIGING
Als men de offertes doorneemt, dan begrijpt men pas goed, waarom het assembleelid Frank Playfair het asfalteringsprojekt van de Suriname Anneng Construction Company NV in oprichting, zo fanatiek verdedigt. Zozeer neemt hij de verdediging op zich, dat het wel lijkt alsof hij, Playfair, zelf de minister van Openbare Werken is. Weegt het eigen belang hier misschien zwaarder dan het algemeen belang?
 
 

CONFLICT OF INTEREST
Waar blijft de controle taak van het assembleelid Frank Playfair tegenover de regering als hij zelf in zijn hoedanigheid van directeur van NV Sintec zoveel eigen belang heeft bij het project? Kan het assembleelid Frank Playfair de minister van Openbare Werken in alle oprechtheid vragen of hij van de minister van Financiën autorisatie heeft gekregen om het contract met NV Sintec te ondertekenen? Bestaat die autorisatie werkelijk? Dit is zeer twijfelachtig, omdat er voor zover bekend in de begroting niet zo'n post voorkomt. Bij elke gewone vennootschap of vereniging is het een goed gebruik, dat wanneer in een vergadering van het bestuur of de raad van commissarissen een punt aan de orde komt, waarin één der leden een persoonlijk belang heeft, dat bewuste lid de behandeling niet bijwoont. Kan dit misschien een voorbeeld zijn voor Ir. Frank Playfair.
 
 
 
 

Samenspannen tegen criminaliteit

De bouwvallige congreshal aan het Onafhankelijkheidsplein is enkele dagen terug het toneel geweest van een belangrijke activiteit. In verband met het tienjarig bestaan van de Justitiële Dienst van het Korps Politie Suriname is namelijk een congres gehouden, met de bedoeling na te gaan hoe kan worden samengespannen in de strijd tegen de criminaliteit.

Ongetwijfeld een nobel streven van het Korps Politie Suriname. Zonder meer is het van belang, dat met vereende krachten de criminaliteit te lijf wordt gegaan. Echter is het zeer twijfelachtig of het Korps Politie Suriname en de justitiële autoriteiten inderdaad dit voornemen wensen te realiseren. Met een zekere regelmaat worden namelijk gevallen onthuld van politieagenten, die sterke banden met de onderwereld onderhouden. Zelden wordt de gemeenschap zelf door het KPS geïnformeerd over de betrokkenheid van politiefunctionarissen bij criminele activiteiten. De gevallen, waarbij, vooral hooggeplaatste wetsdienaren betrokken zijn, worden meestal verzwegen, terwijl de samenleving van derden afhankelijk is, om te weten te komen, wat er broeit binnen het KPS, dat overigens met gemeenschapsgelden wordt gefinancierd en als hoofdtaak heeft de bevolking te beschermen. Het meest recentte voorbeeld is het opsporingsbevel, dat van Interpol is uitgegaan tegen de commandant van de Mobiele Eenheid, inspecteur Ruben Peiter. De leiding van het Korps Politie Suriname is reeds maanden op de hoogte van de verdenkingen van de Belgische justitie tegen Peiter, maar heeft nagelaten tegen hem op treden. Indien niet bekend was geworden dat Interpol de aanhouding van Peiter had gelast, zou de Surinaamse gemeenschap nimmer hebben geweten, dat een deel van de drugs, die vanuit Suriname naar Europa worden gesmokkeld, afkomstig zijn van de commandant van Mobiele Eenheid. Er moet dus sterk worden getwijfeld aan de bereidheid van het Korps Politie Suriname, om met anderen samen te spannen in de strijd tegen de criminaliteit. Ook kan niet gezegd worden dat de politie van boven uit wordt gestimuleerd om de criminaliteit, met alles wat in haar vermogen ligt aan te pakken. Kort geleden is bekend geworden, dat de vertegenwoordiger van de Chinese onderneming, die voor de regering Wijdenbosch het wegenbouwproject moet uitvoeren, over een Surinaams paspoort beschikt. Het is eveneens bekend dat het paspoort na 1993 is afgegeven, terwijl in dat jaar de Nationale Assemblee voor het laatst een naturalisatiewet heeft aangenomen. Alsof dat niet voldoende is, is thans bekend, dat de man het paspoort bij de consulaire afdeling van de ambassade van de Verenigde Staten van Amerika heeft aangeboden, om in aanmerking te komen voor een visum, om de USA te kunnen bezoeken. De ambassade functionarissen kwamen gauw tot de ontdekking, dat het bewuste paspoort deel uitmaakt van een lijst van paspoorten die enige tijd terug werden gestolen op het Centraal Bureau voor Burgerzaken. Een vreemdeling beschikt dus over een gestolen paspoort en biedt het bij een ambassade aan om in aanmerking te komen voor een visum.

Vervolgens gaat hij zijn paspoort met of zonder visum niet meer afhalen op de betrokken ambassade. De leiding van het Korps Politie Suriname zou misschien via de publiciteitsdienst van het KPS de gemeenschap kunnen aantonen dat er hier geen sprake is van een strafbaar feit en dus de man nog vrij mag rondlopen. Men zou ook van de gelegenheid gebruik kunnen maken om precies aan te geven over welke samenspanning tegen de criminaliteit men het heeft, want niemand begrijpt er nog iets van.
 
 
 
 

NIET VERGETEN

JHARAP MOEST WEG

Suriname gaat veel geld verdienen in de komende jaren. Een contract dat de Staatsolie Maatschappij Suriname deze week sloot met een consortium van wereldbekende gerenommeerde oliemaatschappijen, zal binnen vijf jaren erin moeten resulteren, dat de staat op jaarbasis tussen USD. 100 miljoen en USD. 1 miljard verdient. De groep buitenlandse maatschappijen zal voor de kust van Suriname onderzoek plegen naar aardolievoorkomens en eventueel tot de winning van de olie overgaan. Van de netto-produktie blijft 80 procent in Suriname.
 

Er heerste op de dag van de ondertekening een en al vreugde binnen de Staatsolie Maatschappij Suriname en ook binnen de regering. De blijdschap bij het management van Staatsolie en medewerkers van het bedrijf is te verklaren. Langdurig, maar vooral intensief is de zaak voorbereid en tot een goed eind gebracht. Ook het enthousiasme bij president Jules Wijdenbosch en consorten is begrijpelijk, echter valt daar het een en ander over op te merken.

President Wijdenbosch, vice president Pretaap Radhakishun en hun mi-nister sloegen vol trots de ondertekening van het contract gade. De argeloze luisteraar zou bij het aanhoren van de toespraken van de president en de minister van Natuurlijke Hulpbronnen allicht de indruk kunnen krij-gen, dat het contract dat is ondertekend en uiteindelijk Suriname veel geld zal opleveren, een verdienste van de regering Wijdenbosch is. Bij iemand, die niet bekend is met de recente geschiedenis van Suriname, zou wellicht de indruk kunnen ontstaan, dat de ondertekening van het con-tract het resultaat is van gedegen regeringsbeleid. De realiteit is echter niets anders, dan dat het contract een van de vruchten is, die de kundige leiding van Eddy Jharap, directeur van Staatsolie, heeft afgeworpen. De bittere werkelijkheid is, dat ruim een jaar geleden, de regering Wijdenbosch Jharap de laan uitstuurde. In feite ving de ondermijning van Staatsolie door de regering Wijdenbosch, reeds kort na het aantreden van het kabinet aan. Jharaps kop moest rollen, omdat hij zich samen met de gemeenschap verzette tegen de verkoop van Staatsolie. In een poging haar geldnood, die zij zelf door wanbeleid had gecreëerd, te lenigen, was de regering van plan Staatsolie voor een appel en een ei van de hand te doen. En wel aan een Canadese onderneming met een zeer bedenkelijke reputatie. Het is geboden voorbij te gaan aan de woorden van de regeringsautoriteiten bij de ondertekening van het contract en het regeringsbeleid vanaf 1997 ten aanzien van Staatsolie niet uit het oog te verliezen.
 
 
 
 

Hoe de NDP China inpast in Communicatie Coup

Enige tijd geleden nodigde de regering van de Volksrepubliek China de heren Kenneth Moerli, toen nog waarnemende directeur van de Surinaamse Televisie Stichting, en Thomas van Genderen, lid van de Raad van Toezicht van de STVS, uit voor een bezoek aan China. Tijdens het verblijf van de beide heren in Beijing kwam het idee van Kabel Televisie in Suriname aan de orde.
 
 

Terug uit het Verre Oosten werkte Moerli, samen met Glenn Geerlings, echtgenoot van NDP-assembleelid Jenny Geerlings-Simons en ex-directeur van Para Industries en John Neede, directeur van het telecommunicatiebedrijf ICMS, hiervoor de technische details uit. De bedoeling hiervan was dat Neede's ICMS het plan zou uitvoeren. Thomas van Genderen echter, was van mening, dat een dergelijk project zou moeten worden uitgevoerd door Telesur, het nationale telecommunicatiebedrijf en niet door ICMS. In een poging Van Genderen tot andere gedachten te brengen maakte Geerlings, samen met Index-directeur Rob Leter, contact met NDP voorzitter Desi Bouterse. Geerlings en Leter wezen Bouterse erop dat het jammer zou zijn, als naar aanleiding van Van Genderens advies, de besprekingen met de Chinezen zouden resulteren in een vorm van samenwerking met Telesur, in plaats van met ICMS. Bouterse werd echter te laat ingeschakeld. Hij liet Geerlings en Leter weten, dat hij begon te begrijpen waarom de Chinezen hun attitude hadden gewijzigd en waarom zij volledige controle over het communicatieproject wensten. Volgens Bouterse had Van Genderen zijn lobbywerk voortgezet en met succes Geerlings en anderen zwart gemaakt in de ogen van de Chinese ambassade. Onder andere zou Van Genderen de Chinezen hebben voorgehouden dat Geerlings en Leter verantwoordelijk zijn voor de ondergang van Para Industries., terwijl Moerli recentelijk werd ontslagen door vice president Pretaap Radhakishun als directeur van de Surinaamse Televisie Stichting. Volgens Bouterse zou van Genderen de Chinezen zelfs een brief, afkomstig van het Kabinet van de President van de Republiek Suriname, hebben getoond, waarin het één en ander werd bevestigd. Van Genderen zou de medewerking hebben gevraagd van iemand op het kabinet om het verhaal te bevestigen. Bij Leter bestaat het vermoeden dat Andy Rusland de aantijgingen heeft ondersteund. In een nieuwe poging om de zaak veilig te stellen, werd terstond een nieuwe lobby naar hooggeplaatsten op de Chinese ambassade toe voorbereid, die volgens Bouterse gek zijn op vissen. In dit kader vond er op 18 juli van dit jaar een hengelpartij plaats.

In de plannen, die zijn ontwikkeld is ook ruimte gecreëerd voor Norman Kleine, voormalig minister van Financiën, wiens taak wordt, het controleren van het één en ander en het dienen als een soort back-up, in geval het verkeerd loopt met het computer bedrijf CQ-Link, waar Geerlings en Leter mede-eigenaar van zijn. Het belangrijkste doel van het project is het interconnectie vraagstuk tussen Telesur en ICMS op te lossen. Verder om voor de komende verkiezingen het beheer te hebben over een goed communicatie netwerk. Er moet een stuk infrastructuur worden beheerst, waardoor los van de formele regeling van de interconnectie de mate van afhankelijkheid van Telesur wordt verkleind. CQ-Link moet hiermee een aanvang maken, maar heeft geen concessie voor telefoonverkeer. Een andere zaak, waarbij CQ-Link een rol moet spelen, is het realiseren van wireless verbindingen, waarbij een breedbandige verbinding ontstaat, dat voor diverse functies kan worden gebruikt. Om deze verbinding optimaal te kunnen benutten is weer een samenwerking nodig met een van de bedrijven met een concessie om telefoonverbindingen tot stand te brengen. Een samenwerking met CQ-Link moet dit mogelijk maken.

In samenwerking met Japan moet een educatie netwerk worden opgezet, ten behoeve van de verschillende scholen, met de mogelijkheid voor volwassenen educatie. Dit programma moet gebruik maken van glasvezelkabel mogelijkheden en het wireless netwerk. Er wordt naar gestreefd, dat er een samenwerkingsvorm ontstaat, waarbij alle partijen hun belangen worden gediend. Die samenwerking kan om tot nog toe onbekende redenen zijn beslag niet krijgen. Dit is dan ook de reden waarom ICMS een aantal zaken, zoals I.P. Telefonie heeft laten liggen, in het belang van een samenwerking met ICMS. In het licht van de plannen van CQ-Link heeft ICMS ingestemd, dat onder haar paraplu een grondstation wordt opgezet voor internet activiteiten en eventueel telefoonverkeer. CQ-LInk beijvert zich verder om op vier lokaties, verspreid in Paramaribo, voldoende lijnen aan te leggen, om het telefoonverkeer ten behoeve van ICMS te bevorderen. Dit, vooruitlopend op een goede regeling van het interconnectie verkeer. Bij de bij de uitvoering van het communicatie project betrokken partijen bestaat bezorgdheid, omdat de vorderingen matig zijn en het niet duidelijk is of het door CQ-Link op te zetten grondstation wel onder toezicht en verantwoordelijkheid van ICMS komt. Er zouden aan de Gemenelandsweg voldoende lijnen zijn aangebracht, echter zou het niet duidelijk zijn wat de status van deze situatie is. Onduidelijk is ook wat er met die lijnen gaat gebeuren en wat de stand van zaken is, met betrekking tot het opzetten van de andere drie lokaties. De bedoeling is verder dat Norman Kleine zorg-draagt voor telefoonkaarten voor Nederland, de Nederlandse Antillen en Suriname.

De hoofddoel van het communicatieproject, waar het hier om gaat, is dat de Nationale Democratische Partij van voorzitter Desi Bouterse en president Jules Wijdenbosch de beschikking krijgt over alle internetconnecties en de mogelijkheden die het biedt voor telefoon, de zogenaamde "voice over IP". Verder ligt het in de bedoeling, dat de NDP volledige controle krijgt over de glasvezelkabels en daardoor controle over alle multimedia ontwikkelingen in Suriname en uiteindelijk alle draadloze connecties. De bedoeling is dat de zaak door de Chinezen wordt gefinancierd. Het document, waar Inside Stories de hand op heeft weten te leggen, spreekt zelfs van de satelliet stations, die worden gebruikt door de verschillende ambassades in Paramaribo. Die zouden aan duidelijke regels moeten worden gebonden. Daarnaast zou er een doorzichtige overeenkomst met de ambassades gesloten moeten worden.De bedrijven, die bij de uitvoering van het project betrokken moeten worden, zijn ICMS (Neede en Morroy), NV Site (Rosheuvel), Nijros NV (Rosheuvel), Megrez NV (Rosheuvel en Geerlings), CQ-Link NV (Rosheuvel en Geerlings), Tulip (jagessar, terborg en Altenberg.