1. Inleiding
| Doel dossier | Dit projectdossier en haar bijlagen
is gebaseerd op een analyse van de politieke situatie na de grote massademonstraties.
De analyse is opgenomen in dit dossier.
Het doel van het dossier is in eerste instantie om de brainpower in de Surinaamse gemeenschap in en buiten Suriname te mobiliseren voor een grondige vernieuwing van de Surinaamse samenleving. Die brainpower is aanwezig bij heel veel mensen. Het doel is niet om mensen te overtuigen van een ‘juiste’ strategie. Het is slechts één mening van een groep intellectuelen die bereid zijn gevonden om hun ervaring, deskundigheid en denkkracht in te zetten voor strategisch en tactisch denken. De stukken nodigen uit tot kritiek. Dat is het primaire doel van het dossier: het denken over Suriname op lange termijn te verbinden met praktische en korte termijn stappen. |
| Bijdragen | Parbo.com nodigt iedere Surinamer op deze aardbol - onze global village - uit om hun ideeën aan te dragen, kritieken te leveren en suggesties te doen voor de toekomst. Uw reacties kunt U opsturen naar ParboCom |
| Een pinda voor een idee | Dit is een proeve van goed of slecht analytisch denken. Het is niet meer waard dan een pinda. De invalshoek is het denken in het bedrijfsleven over projectmanagement toe te passen op de politiek. De resultaten zijn misschien krom, misschien ook niet. Die methode is met succes uitgeprobeerd in de verkiezingscampagne van Clinton in USA, Tony Blair in Engeland en Barak in Israel. In alle drie campagnes waren overigens dezelfde campagneleiders betrokken (alle Amerikanen) om de zaak uit te werken. |
2. Projectmanagement als methode
| Een klus klaren | Projectmanagement is heel breed.
Eigenlijk zijn er maar twee basiskenmerken die steeds terugkomen:
|
| Relatie met staand beleid | Projectmanagement bestaat niet bij de gratie van staand beleid. Het kan staand beleid versterken, verzwakken of gewoon veranderen. Het kan leiden tot het afbouwen van staand beleid of het ontwikkelen van nieuwe staande structuren. Dat hangt af van het project. |
| Politiek en projectmanagement | In de westerse landen is het al langer gebruik om verkiezingen als een project te beschouwen waarvoor projectteams in het leven worden geroepen om de verkiezingen te leiden. Met name bij de beide verkiezingen van Clinton is duidelijk geworden hoe ‘techneuten’ met expertise op het gebied van projectmanagement de verkiezingen konden winnen door wetenschappelijke kennis op het gebied van communicatie en projectmanagement in te zetten in de politiek. |
| Voordelen van projectmanagement | Het gebruik van projectmanagement
concepten in de politiek heeft een aantal duidelijke voordelen:
|
| Nadelen projectmanagement | Het grote nadeel is dat er fricties kunnen optreden met lange termijn doelstellingen als alles gefocused wordt op het behalen van de korte termijn doelstelling. Maar dat is een kwestie van goed projectmanagement. |
| De probleemstelling | De probleemstelling bij deze denksessie is: hoe kan de NDP via verkiezingen van het politiek toneel worden weggevaagd? |
| De uitgangssituatie | De analyse van de uitgangssituatie
is neergelegd in de vorige notie van de pindaman Suriname - het machtsvraagstuk.
Kort samengevat komt het hierop neer. Na de demonstraties heeft het NDP het initiatief naar zich toegetrokken. Het GS kan geen parlementaire kracht meer ontwikkelen en heeft geen andere optie dan zich voor te bereiden op de verkiezingen. |
3. Analyse van het krachtenveld
| De NDP | De NDP is erin geslaagd om het
initiatief naar zich toe trekken doordat de oppositie geen 2/3 meerderheid
kon krijgen in het parlement. Bouterse heeft weer duidelijk de regie. Maar
in de verkiezingen heeft hij één groot probleem: hij moet
zich ontdoen van Wijdenbosch. In feite moet hij voldoende afstand scheppen
in de verkiezingen tussen de organisator van die verkiezingen (Wijdenbosch)
en zijn fractie in de NDP. Die zwakte is een troef voor de oppositie.
Verder is de controle op het staatsapparaat van belang om te kunnen frauderen bij de verkiezingen. De kans dat hij uitsluitend door fraude wint, is echter klein. Hij kan wel winnen, maar voornamelijk door de zwakte van de oppositie. Die zwakte uit zich al in het geklaag over fraudemogelijkheden in plaats van de volledige concentratie om de verkiezingen te kunnen winnen. Haar kracht bij de verkiezingen zijn:
|
| De oude partijen | De oude partijen (VHP, KTPI, NPS,
Pendawlima etc) hebben voornamelijk een etnische, en geen ideologische,
aantrekkingskracht. Ze zijn bij de meeste in de afgelopen dertig jaar met
wisselend succes uitgedaagd bij de verkiezingen. Ze hebben echter in bestuurlijk
opzicht getoond niet in staat te zijn om het land uit het slop te halen.
Hun voornaamste troeven in de verkiezingen zijn:
|
| De nieuwe partijen | De basis van de NDP ligt in de
coup van 1980. Zij is voortgekomen uit het proces die als belangrijkste
kenmerk had:
Ook deze partijen hebben getoond niet in staat te zijn om een bestuurlijk alternatief te kunnen vormen. De SPA neemt hierin een bijzondere positie omdat zij haar machtsbasis ontleent aan de vakbeweging. Derby heeft een sterke invloed in de vakbeweging, maar is niet in staat gebleken die invloed politiek te kapitaliseren in de SPA. Voor deel is dat toe te schrijven aan de fixatie op de coalitie met de oude politiek. Voor een andere deel is het een blijk van onvermogen om de partij los te koppelen van het vakbondswerk. |
| Het effect van de demonstraties | De huidige crisis toont in haar volle scherpte aan dat er behoefte is aan een politiek alternatief buiten de huidige partijen om. De roep om een zakenkabinet is niets minder dan de erkenning dat geen enkele politieke combinatie in staat is om een voor de massa acceptabele bestuurlijk alternatief te leveren. |
4. Vier mogelijkheden vanuit
de oppositie
| Nieuwe Nieuw Front | Vanuit het GS wordt een nieuwe
front van partijen in het GS opgezet die gezamenlijk de verkiezingen ingaan.
Het Nieuwe Nieuw Front heeft een groot nadeel.
Iedere partij afzonderlijk straalt niet het vertrouwen uit dat ze Suriname uit het slob kunnen halen. Het is een allegaartje van conflicteren etnische belangen die een compromis zullen vinden en dan heel hard lelijke dingen gaan roepen over de andere partij. Ze zullen het probleem hebben dat bij de massa het gevoel kan ontstaan van '‘lood om oud ijzer'’ Dat gevoel is de troef in handen van Bouterse. Zijn gouden kans ligt in een alternatief dat zich presenteert als zijn tegenstanders, maar die hem kansen bieden om zich te presenteren als een tussenoplossing tussen de janboel van Wijdenbosch en het allegaartje (inclusief de BVD) van de oppositie. Als het gevoel in de samenleving postvat dat het ‘lood om oud ijzer’ is, dan hoeft hij niet zijn best te doen om te frauderen. Hij kan het spel gewoon hard spelen en de oude politiek in haar naaktheid tonen (wie boycotte het parlement, wie is verantwoordelijk voor corruptie etc). |
| Een beweging die druk uitoefent | Het GS kan er ook voor kiezen
om een organisatie op te zetten die druk uitoefent op de oude politieke
partijen, maar zelf niet deelneemt aan de verkiezingen. Het is dus een
soort morele beweging die probeert de stemmen in goede banen te leiden,
ongeveer zoals Martin Schalkwijk dat probeert te doen met zijn Sibibusi-beweging.
De kans dat dit lukt is klein en wel om de volgende redenen:
|
| Een nieuwe partij | Alles pleit er op het eerste gezicht tegen.
Er zijn al zoveel partijen. Wat moet deze partij nu anders maken? Een andere
ideologie?
Ongetwijfeld zullen bij nieuwe verkiezingen nieuwe mensen geïnspireerd worden om een partij(tje) op te richten. Toch zijn er volgens deze analyse wel kansen om via een nieuwe partij de resultaten van de massa-demonstraties te kapitaliseren. Maar dan moet voldaan zijn aan een aantal voorwaarden:
|
| Het proces van afscheid | Werkgevers, werknemers en de politieke partijen
hebben het GS opgezet. De politieke partijen zien het huidige politieke
proces als een manier om weer aan de macht te komen. Een nieuwe partij
strookt helemaal niet met deze opzet. Echter, zij hebben door hun pleidooi
van een zakenkabinet expliciet aan te geven dat ze niet meer over het morele
gezag beschikken om zichzelf als alternatief naar voren te kunnen schuiven.
Nu moeten ze met de verkiezingen in aantocht aangeven of het idee van een
zakenkabinet oprecht was of slechts een propaganda-zet om de coalitie ten
val te brengen. Want als het idee van een kabinet van frisse deskundige
mensen die niet door de oude partijen gedicteerd worden zo goed is een
maand geleden, waarom is het een maand later dan fout. Waarom steunen ze
het idee in haar logische consequentie en geven ze de ruimte aan dit project
en een nieuwe beweging?
Dat is natuurlijk vragen of ze politieke zelfmoord willen plegen, maar het is niet anders. Ze hebben het ernaar gemaakt. Op enig moment zal er een scheiding van geesten plaatsvinden tussen diegenen die het idee van een nieuw team die niet besmet is ondersteunen en diegenen die het spel van de afgelopen jaren willen blijven spelen. |
5. Het projectdossier
| Het idee | In een projectdossier moet altijd het projectidee
in globale termen omschreven worden, voordat overgegaan wordt op doelstellingen.
Het huidige projectidee is als volgt samen te vatten. Het gaat om het mobiliseren van de sentimenten in de Surinaamse samenleving om een einde te maken aan wanbestuur en mismanagement en Suriname terug te brengen op het spoor van duurzame economische en sociale ontwikkeling. |
| De vorm van mobilisatie | De vorm waarin die sentimenten gemobiliseerd
moet worden zal in de loop der tijd evolueren, maar er moet ergens een
beginpunt zijn. De vraag is of het beginpunt ligt bij politieke en andere
partijen in het GS of dat het boegbeeld voor de toekomst - het duo Telting
en Jharap - het initiatief hiertoe zullen nemen.
De unieke situatie in Suriname waarbij de NDP en oude politiek hun onmacht hebben getoond, scheppen de ruimte voor een nieuwe beweging die de verkiezingen kunnen winnen. Maar dat hoeft niet in de vorm van een strak georganiseerde partij te zijn. Het kan best de vorm aannemen van een projectorganisatie (in technische termen) of van een beweging (in politieke termen) die de staatsmacht via verkiezingen weet te veroveren. In de jaren die daarna volgen kan zo’n beweging zich verder uitkristalliseren in een partij en haar eigen organisatievormen ontwikkelen. In deze analyse is het mogelijk (en zelfs wenselijk!) om een flexibele organisatie op te zetten die de verkiezingen kan winnen en schoon schip kan maken. |
| Doel | Het doel van dit project is: het verkrijgen van de staatsmacht in Suriname door integere krachten die positieve energie in de samenleving weten te organiseren voor duurzame sociaal-economisch ontwikkeling door het winnen van de verkiezingen. |
| Het initiatief | Om het doel te realiseren wordt een campagne-organisatie
opgezet. Dat is een one-issue organisatie, d.w.z. een organisatie die op
basis van één centraal thema wordt opgezet, bijvoorbeeld:
sociaal-economische vernieuwing.
Iemand moet hiervoor het initiatief nemen. Een project(organisatie) wordt normaal opgezet vanuit staande structuren (bijvoorbeeld bedrijfsleiding). Het GS is nu een samenraapsel van groeperingen met verschillende belangen. De kans is klein dat vanuit deze staande structuur een campagne-organisatie wordt neergezet. Dat betekent dat van elders (ergens in de samenleving!?) iemand het initiatief moet nemen om het huidige boegbeeld te benaderen met de vraag: zijn jullie (Telting/Jharap) bereid om dit project te trekken? Ons denkspoor gaat verder op basis van de veronderstelling dat de projectleiders er intussen zijn. |
| De projectleiders | Zoals bij alle projecten zal ook bij dit
project de nodige kwaliteiten worden gevraagd van de projectmanagers. Kwaliteiten
als het vermogen om een team van integere en deskundige mensen te verzamelen
die het project verder kan trekken. Maar ook aspecten als flexibiliteit,
onder grote druk werken, creativiteit om onverwachte problemen het hoofd
te kunnen bieden en een sterke focus op het behalen van de projectdoelen.
Op één belangrijk punt zal meer gevraagd worden dan bij 'normale' projecten, namelijk voorbereid zijn op weerstand kunnen aan fysieke intimidatie die de andere partij zal ondernemen. |
| De strategie | Ieder project moet een strategie hebben om
haar doelen te bereiken. Die strategie is een leidraad waaraan tactische
stappen worden getoetst. Maar het is meer dan een toetsingsinstrument.
Het is vooral ook een manier om de hoofdlijnen van het project te kunnen
bewaken.
In bijlage 1 werken we het vraagstuk van de keuze van een strategie weer. |
| De potentie | Er is potentie om de vrijgekomen energie
in de protesten om te zetten in iets positiefs, namelijk een beweging die
via democratische en parlementaire wegen een einde maakt aan de NDP-overheersing.
Het lijkt een hopeloze onderneming. Maar als er een moment is in de recente politieke geschiedenis van Suriname om een grote schoonmaak te houden, dan is het nu. In deze fase is eerst veel denkwerk nodig m.b.t. de haalbaarheid van dit project. In de bijlage bij dit dossier is wat denkwerk verricht. Die leiden ons nog steeds tot de conclusie dat dit project - de grote schoonmaak - haalbaar is. Maar misschien leidt beter denkwerk tot een andere conclusie. |
| De instrumenten | Om de doelen te bereiken volgens een bepaalde
strategie moet het project over instrumenten beschikken. Die instrumenten
zijn in het algemeen:
|
Bijlagen:
Bijlage 1: het
vraagstuk van strategie
Bijlage 2: de
organisatie
Bijlage 3: het
werkapparaat
Bijlage 4: personeel
Bijlage 5: het
communicatiebeleid
Bijlage 6: financiën
| Onderdelen | De belangrijkste onderdelen van
de strategie zijn:
|
| Het thema | In de vorige analyse stelden we
dat de basismotivatie voor 50.000 mensen om te demonstreren is het protest
tegen de economische situatie. De massa kwam niet op straat vanwege de
verontwaardiging over de decembermoorden, of de drugshandel van het Surikartel
of de arrogantie van de NDP-macht, of het verraad van de BVD, of de buitenlandse
reizen van de president of etc etc. Individuen en kleinere groepen kunnen
deze motivatie hebben gehad, maar de massa van 50.000 heeft als basismotivatie
de slechte economisch situatie. Als het project de woede wil kapitaliseren,
dan moet ze op dit massa-sentiment aansluiten en de economie tot het hoofdthema
maken.
En de boodschap in het hoofdthema is: zij (de coalitie) is schuldig aan deze situatie; wij - de beweging - hebben de plannen om Suriname uit het slop te halen en we hebben ook de deskundige mensen om die plannen werkelijkheid te maken. Daarom moet je stemmen voor ons en tegen die anderen. Als dit het centrale thema van de campagne is, dan betekent dat het volgende:
De standpunt op andere thema's moeten helder zijn (morele vernieuwing, herstel van de rechtstaat, wijziging van de grondwet, onderzoek naar de decembermoorden, onderzoek naar corruptie-praktijken etc). Maar steeds moet worden gecheckt hoeveel tijd in een speech, een discussie, een persbericht etc. gewijd is aan deze thema's. Er zijn dus heel veel meetinstrumenten om te bekijken of het project op koers zit. Als regel kan één kengetal worden gebruikt: is 80% van de persberichten gewijd aan het centrale thema? Is 80% van de inhoud van de speeches gewijd aan de economische plannen en het bestrijden van het economisch beleid van de coalitie. Is 80% van het voorlichtingsmateriaal gewijd aan de economie? Etc. Hoe bewaak je dat? Gewoon door iemand buiten de leiding de opdracht te geven om te tellen op een lijst met variabelen (aantal speeches, lengte van speeches, aantal persbericht, aantal items in de persberichten etc) en dagelijks te rapporteren. |
| Uitwerking thema | Er moet een systematische inhoudelijke
uitwerking van het thema komen verspreid over de verkiezingsperiode. Stel
dat de verkiezingsperiode 4 maanden duurt vanaf de start van de campagne.
Dan moet er een draaiboek worden gemaakt op maand, week en dagbasis. Daarin
moet worden vastgelegd welke items wanneer worden gelanceerd. Een voorbeeld
(die ingeruild kan worden voor elke ander schema):
Bij de voorbereiding moet een lange lijst van mogelijke projecten worden gepubliceerd en mogelijke maatregelen om de economie gezond te maken waarbij het principe geldt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen en de particuliere sector een belangrijke rol moet spelen. |
| De houding t.a.v. de NDP | De strategie van de NDP is niet
gebaseerd op de verdediging van een ideologie of een bepaald plan die zij
willen uitvoeren. Het is gebaseerd op het mobiliseren van sentimenten (anti-Nederland,
de roep om een sterke man om uit de crisis te raken, inspelen op populistische
en anti-elite gevoelens etc). Haar strategie is om een basissentiment te
voeden, namelijk 'lood om oud ijzer'. De NDP maakt fouten, maar andere
hebben nog grotere fouten gemaakt. Hierdoor wordt de gevoelens van ontevredenheid
gekanaliseerd naar een onbestemd gevoel van 'het maakt niet uit welke van
de 30 partijen het wint'.
De NDP zal het project dus steeds uitdagen om op deze thema's uit te komen. Maar zij heeft een groot probleem en die heet Wijdenbosch, prominent lid van de NDP. Wijdenbosch is voor de massa het toonbeeld van economisch malaise. De NDP zal proberen om Wijdenbosch naar de achtergrond te schuiven. De strategie moet erop gericht zijn om Wijdenbosch prominent in de campagne van het project te zetten en hem even prominent met de NDP te verbinden. Waar Bouterse zal proberen om afstand te nemen van Wijdenbosch, moet het project proberen die afstand te verkleinen. Dat moet tot uiting komen in de propaganda, de terminologie (de regering Wijdenbosch-Bouterse, de NDP-regering van Wijdenbosch-Bouterse etc.). |
| Het etnisch vraagstuk | Etnische identiteit is een zeer belangrijk
bindmiddel tussen mensen. Ondanks decennia van nationale eenheidspolitiek
in Joegoslavië blijkt dat bij politieke spanningen mensen een veilig
gevoel zoeken in hun etniciteit.
Tijdens het kolonialisme was er een bindmiddel (de overheerser) die de verschillende groepen met elkaar verbond, namelijk de afkeer van het kolonialisme. Maar na de tweede wereldoorlog met de autonomie en de onafhankelijkheid heeft etniciteit haar kracht nooit volledig verloren. Toch is dat een sentiment net als het sentiment van economische zekerheid, die het bestaan van mensen bepalen. Die sentimenten zullen in de concurrentiestrijd met de oude partijen strijden om voorrang in het stemhokje. Het project moet dus een strategie hebben over hoe om te gaan met het etnisch sentiment. De afgelopen jaren hebben geleerd dat het concept van nationalisme vooral onder Creolen weerklank heeft gevonden en onder Javanen en Hindostanen synoniem was met Creoolse overheersing. De lijn van nationale eenheid zal ook nu niet het etnische sentiment kunnen ondervangen, vooral niet in Javaanse en Hindostaanse kringen (samen nog steeds de meerderheid van het electoraat). De nieuwe lijn voor de 21ste eeuw in de wereld lijkt niet meet nationalisme te zijn, maar diversiteit. Diversiteit is niet hetzelfde als verdeeldheid. Diversiteit staat niet tegenover eenheid, maar tegenover eenheidsworst. We hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn. We mogen verschillen in cultuur, in denkwijzen, in filosofie. Wat ons bindt is het mens-zijn. Primair het mens-zijn en secundair het Surinamer-zijn. We respecteren de wens van ieder mens om zijn identiteit vorm te geven met religie, taal en cultuur. Sterker nog, we stimuleren diversiteit. Waar blijkt dit uit?
|
| De gevolgen | De basiskeuzen voor de strategie zal doorwerken op diverse terreinen, zoals communicatie en organisatie. |
| Ruimte voor de toekomst | Verkiezingen zijn de momenten om grote veranderingen
voor te stellen. Bijvoorbeeld:
|
| Uitgangssituatie | In deze analyse gaan we uit van de situatie waarbij vanaf scratch een organisatie moet worden opgebouwd. Dat is normaal een moeilijke taak. Maar de demonstraties hebben een bijzondere situatie geschapen. Een grote groep mensen heeft tijdens de demonstratie gezegd: ik ben bereid om iets te doen tegen deze ellendige situatie. Ik ben bereid om dagenlang op straat te gaan, risico’s te nemen dat er confrontaties ontstaan. Kortom, ik ben bereid om me actief me in te zetten voor verandering. |
| Soort organisatie | Onder normale politieke verhouding zal de
structuur van een politieke partij een afgeleide zijn van haar ideologische
grondslag. Bij de oude politieke partijen is die grondslag eigenlijk niet
ideologisch, maar etnisch. Ze baseert zich dan ook op sociale instituties
die zelf weer op etniciteit gebaseerd zijn (religie, cultuur, sport etc).
Bij de NDP is er een fascistische organisatiestructuur (een sfeer van intimidatie
tegen mensen die het niet eens zijn met de leiders). Bij de nieuwe partijen
is er sprake van belangengroepen (vakbeweging, landbouwers) die een politieke
organisatievorm hebben.
De huidige situatie in Suriname schept de unieke mogelijkheid om een specifieke soort organisatie op te bouwen, namelijk een projectorganisatie gebaseerd op one-issue (economische vernieuwing/weg met deze regering). Die organisatie moet een team aan de macht brengen. Daarna kan het proces van partijvorming haar beslag krijgen. De basis voor de organisatie is dus iets vluchtigs als een massa-sentiment. Als het boegbeeld van economische vernieuwing zich nu stort op allerlei ingewikkelde organisatievormen, dan loopt het kans gesmoord te worden in discussies over toekomstige machtsposities. In feite zou het duo Telting/Jharap de knuppel in het hoenderhok moeten gooien en luidt roepen: ‘wie mij lief heeft, volge mij!’. Anders gezegd: het duo is op de golven van de massa naar boven komen drijven. Ze kunnen een oproep doe aan individuen van alle politieke gezindten: laten wij samen een beweging op gang brengen die nu geen straatdemonstraties organiseert, maar demonstreert om de verkiezingen te winnen. Vervolgens moet er vooraf een organisatieplaatje worden gemaakt waarin een ieder die zich aanmeldt kan worden ingepast, inclusief de meelopers, bedriegers en profiteurs. De organisatie zal safeguards moeten inbouwen om zelfs infiltranten van de NDP goed werk te laten doen voor de beweging. Hieronder geven we een mogelijke schets van een organisatiestructuur. Maar voor een pinda kan een andere, briljante, structuur worden ingeruild.. |
| De basis voor organisatievorming | De basis om tot de beweging te kunnen behoren is het uitdrukking geven aan een sentiment: meedoen aan vernieuwing van de Surinaamse samenleving. Iedereen die daaraan wil meewerken, kan zich aansluiten. Vernieuwing betekent dus werken aan de het verslaan van de NDP in de verkiezingen en het aan de macht brengen van nieuwe frisse mensen. |
| De leiding | De drijvende kracht achter de beweging is
een herkenbare leiding. Die leiding zal zich moeten opwerpen. Ze zal niet
gekozen worden, omdat er nog geen structuur is. Het GS zal die structuur
niet ontwikkelen, omdat de partijen eerst een koehandel zullen willen voeren
die uiteindelijk de beweging zal killen (dat is feite de afgelopen drie
weken gebeurd!).
Als het duo Telting/Jharap zich als leiding opwerpt van een nieuwe beweging dan zal daaromheen een organisatie worden gebouwd. Het is de vraag of ze in staat zijn hun moreel gezag verder uit te bouwen en een team van eerlijke en integere mensen om zich heen te verzamelen. |
| Schaduwkabinet | De situatie leent zich ervoor om nu een schaduwkabinet
te vormen die in de verkiezingen het brede boegbeeld van de beweging vormt.
Het schaduwkabinet vervult twee functies:
|
| Vorming schaduwkabinet | Al heel vroeg kan een schaduwkabinet gevormd
worden door het duo met de toekomstige ministers. Dit kabinet zal de beweging
en de campagne leiden.
In het document van het GS – contouren uitvoeringsprogramma van een Interim (Zaken) Kabinet – zijn 14 prima criteria genoemd voor de selectie van leden voor een schaduwkabinet. Die kunnen zo toegepast worden. Twee daarvan springen eruit, omdat het directe toetsing mogelijk maakt, namelijk:
|
| Organogram | De eerste fase van organisatievorming is
dat een leiding zich opwerpt om een beweging op te bouwen.
De tweede fase is de vorming van een team van deskundigen die de toekomstige ministeries zal leiden. De derde fase is de mobilisatie van mensen voor de beweging. Een campagne om mensen over te halen om een actieve bijdrage te leveren. Maar dan moet er al een blauwdruk liggen voor een structuur. Hieronder volgt een voorbeeld in de vorm van een organogram. Voor een pinda kunnen andere voorbeelden worden bedacht. |
| One-issue beweging | Een one-issue beweging moet een platte organisatie
hebben met weinig hiërarchische lagen en korte communicatielijnen.
In feite kan worden volstaan met twee lagen. Een leiding (duo met schaduwkabinet vormen het bestuur van de beweging) en daaronder zijn het campagneteams (onderafdelingen in een lijnorganisatie). De leiding heeft twee staffuncties (een secretariaat en een denktank) |
| Zeven teams | We noemen enkele teams die op het tweede
niveau zouden kunnen opereren:
|
| De leiding | Functie
Het richting geven aan de beweging zowel inhoudelijk als organisatorisch. Taken Inhoudelijk richting geven
|
| Team personeel | Functie
Het werven, selecteren, trainen en inzetten van mensen die zich aanmelden om actief te zijn. Taken Werving
|
| Team communicatie | Functie
Het uitvoeren van een communicatiebeleid. Het team heeft een technische taak. Het zet niet een communicatiebeleid op, maar het voert deze uit. De inhoud van de communicatie wordt op het niveau van de leiding in samenspraak met de denktank gevormd. Daar wordt aangegeven wat geproduceerd moet worden. Vervolgens gaat een team van specialisten aan de slag (schrijvers, fotografen, vormgevers, radioverslaggevers, cameramensen, geluidsmensen etc). Taken Aanspreekpunt voor de media
|
| Team financiën | Functie
Het voeren van een financieel beleid voor de beweging. Taken De werving van financiële middelen
|
| Team buitenlandse contacten | Functie
Het opbouwen en onderhouden van relaties met buitenlandse regeringen en groeperingen Taken
|
| Team mobilisatie | Functie
Het organiseren van mobilisatie-bijeenkomsten. Taken
|
| Team logistiek | Functie
Het organiseren van de logistiek voor de verkiezingscampagne. Taken
|
| Veiligheid | De bijzondere situatie in Suriname
is dat steeds rekening gehouden moet worden met geweld en intimidatie.
Er moet een team zijn die zich hiermee bezig houdt.
Functie Het monitoren van de veiligheidssituatie in het land. Taken
|
| Het secretariaat | Zie verder bijlage 3 over het werkapparaat. |
| De denktank | De projectleiding is over het
algemeen met twee zaken bezig:
Een goed middel om die mobilisatie te bewerkstelligen is het opzetten van een denktank. Dat is een netwerk van deskundigen die ingeschakeld kunnen worden om problemen op te lossen en vervolgstappen voor te bereiden. We stellen met opzet dat het gaat om een netwerk, niet persé om een vaste groep mensen. Nu zijn er tal van technieken om creativiteit te stimuleren (brainstormsessies, panels, metaplan sessies en andere Delphi-achtige methoden). De kern van die methoden is dat ideeën worden gegenereerd door mensen die niet persé een rol spelen in de besluitvorming over de vraag of die ideeën daadwerkelijk gebruikt zullen worden. In de campagnes van Clinton, Blair en Barak - en niet alleen daar - is gewerkt met de methode waarbij reacties van de opponenten worden gesimuleerd in sessies van een denktank. Anders gezegd, een groep mensen houdt zich nadrukkelijk bezig met het bedenken van acties van de tegenpartij als reactie op de beweging of als een manier om zelf een andere richting te geven aan de politieke strijd. Het doel van deze exercitie is tweeledig:
|