FAYASTON, Parbocom’s weekly NetColumn

(juni 2000, nr.78)

door Ismene Krishnadath

Oorlog

Oorlog! De koude rillingen lopen me over de rug, alleen al bij het intypen van het woord. Ik zie Tutsi- en Hutubeelden voor me, broedermoord, afslachtingen, holocaust. Laat die Guyanezen toch rustig boren op dat stukje water, denk ik dan. Er wonen toch geen mensen.

Maar dat schijnt een beetje naief te zijn. "Geen duimbreed zullen wij afstaan van ons territoir," verklaart de minister van Natuurlijke Hulpbronnen en Energie verontwaardigd na terugkomst van een ‘diplomatieke’ missie. En de hele bevolking schijnt het met hem eens te zijn, vriend en vijand, jong en oud. De media is bovenop de issue gesprongen, dringt al weken aan op stappen van Surinaamse zijde, want met de Guyanezen moet je uitkijken. Die lui zijn gespecialiseerd in betwiste gebieden. Half hun grondgebied wordt door Venezuela geclaimd. Aan de oorsprong van de Corantijn hebben ze een driehoek van ons zo goed als ingepikt. Overal ter wereld, tot op het Internet, verdelen ze kaarten waarop wij zonder driehoekje staan afgebeeld. En nu dringen ze nog verder op. De grens bij de monding van de Corantijn blieft hun ook al niet.

Ik dacht altijd dat de Corantijn van ons was, maar dat schijnt dus niet helemaal waar te zijn. Sinds de tijd dat ‘onze’ territoirs nog Nederlands en Engels gebied waren, schijnen er fricties te zijn. "Maar", zo stelt directeur Eddy Jharap van onze Staatsoliemaatschappij, "geen enkele gevestigde oliemaatschappij boort in betwist gebied. Dat is vragen om moeilijkheden." Dat ben ik met hem eens. De Guyanezen hebben een heel stuk zee voor hun deur, dat ze onbetwist en onbetwijfeld het hunne kunnen noemen. Waarom geven ze in Godsnaam op een onduidelijk afgegrensd smal strookje helemaal aan de uiterste rand van hun landje een concessie uit aan een of ander raar oliebedrijf? Je zou haast denken dat die mensen nevenbelangen hebben in de wapenhandel.

Anyhow, hoe het ook zit, we zitten met troepenbewegingen van onze marine en troepenbewegingen bij onze buren. "Cool," zegt Dietje, die ik overigens voor het eerst van zijn leven met interesse naar het journaal heb zien kijken. Kietje is minder enthousiast. "We verliezen vast," mompelt hij pessimistisch. "Heb je ons leger weleens gezien?" Hij weet waarover hij praat. Twee keer per dag, van en naar school, komt hij langs de Memre Boekoekazerne. De chefstaf zit er, je hebt barakken voor de rekruten, een voetbalveld – waarop eens in de blauwe maand een helicopter landt -, de oefenzaal van de kapel en een oude tank als aandenken aan betere tijden.

"Ach," wuift Dietje zijn bezwaren weg. "Er wonen maar veertigduizend mensen, een bommetje en het is gebeurd." "Achthondderdduizend," verbetert Kietje hem. "Veertigduizend zitten aan onze andere kant, over de Marowijnerivier."

"Is iedereen gek geworden?" vraag ik me af. Oorlog is iets voor etnische fanaten, dolgedraaide zielen, pathalogische miskleunen. Niet voor vredelievende, pluriform ingestelde Surinamers die coöperatie met alles en iedereen hoog in het vaandel dragen. Oorlog leidt nergens toe. Oorlog kent alleen verliezers. Oorlog is vernietiging. Oorlog is achteruitgang. Oorlog is inhumaan. Oorlog is waanzin.