GRONDSLAG EN UITGANGSPUNTEN
 
Dit beginselprogramma is bedoeld als basis tot samenwerking voor een grote groep Surinamers én voor degenen die zich met Suriname verbonden voelen. De basisuitgangspunten zijn globale richtlijnen waarlangs later beleid geformuleerd kan worden. Het is onze hoop dat de hieronder aangegeven uitgangspunten voldoende kiezers aanspreken om als basis te kunnen fungeren voor beleidshandelen.
 

 

I. Basisanalyse

De politieke partijen en groeperingen die in Suriname aan de macht zijn geweest, zijn niet in staat gebleken om duurzame welvaart en welzijn te brengen voor de bevolking.

 

Overheidsafhankelijk centralisme
Dit kenmerk van onze samenleving komt door een te centralistisch denken van de politiek en de overheid. Hoewel de Overheid steeds werd gezien als motor van ontwikkeling, heeft men hetzelfde overheidsapparaat in de loop der jaren struktureel verzwakt. Zowel voor als na de Onafhankelijkheid hebben regeringen zoveel mogelijk van het economisch en maatschappelijk leven onder eigen controle gehouden. De vergaande bemoeienis van de overheid op velerlei vlak heeft het geloof in eigen kunnen bij de bevolking doen afnemen en daarvoor een overheidsafhankelijk denken in de plaats gesteld. De geschiedenis heeft bewezen dat ontwikkeling uiteindelijk weinig duurzaam is, wanneer degenen voor wie de ontwikkeling bedoeld is er niet bij betrokken zijn Er is dus een heel andere ontwikkelingsaanpak en democratische beleving nodig.

 

Gemeenschappelijke solidariteit
De afgelopen decennia hebben wij ook een afname van onderlinge solidariteit in de gemeenschap ervaren. Dit is o.a. te merken aan een stijging van de criminaliteit, desintegratie bij bepaalde groepen en buurten, het groter worden van de tegenstellingen tussen arm en rijk, en de omvorming van de plurale samenleving tot een klasse samenleving. De afname van solidariteit/gemeenschapszin, is vooral het gevolg van het zwakker worden van maatschappelijke verbanden, de aanhoudende emigratie en brain drain, een toenemende individualisering, en een verscherping van de overlevingsstrijd door een afname van de produktie. Individualisering onder invloed van urbanisatie en modernisering is een algemeen internationaal verschijnsel, maar hoeft niet altijd te betekenen dat de noodzakelijke maatschappelijke solidariteit gedoemd is te verdwijnen.

Dit proces is echter onvoldoende onderkend door opeenvolgende regeringen. De politieke ontwikkelingen vanaf de onafhankelijkheid -en deels ook al daarvoor- laten een neiging zien tot polarisatie, waarbij juist de voor ontwikkeling belangrijke groepen worden uitgesloten. Het leiderschap heeft te weinig kunnen samenbinden en is op bepaalde momenten zelfs mede oorzaak geweest van de afname van de solidariteit en ondermijning van het vertrouwen van de bevolking. Er is dus een nieuw soort leiderschap nodig, welke zich dient in te spannen om de maatschappelijke solidariteit aktief te bevorderen.

 

De potentie voor ontwikkeling: van kansarme naar kansrijke burgers
Het is inmiddels voldoende bekend dat ons land over veel natuurlijke hulpbronnen beschikt. Hiernaast bezat de bevolking voldoende scholing en was een behoorlijk kader aanwezig, terwijl er ook ruime externe financiering (ontwikkelingshulp) beschikbaar was. Dat dit alles toch niet geleid heeft tot een acceptabel welvaartsniveau voor allen, duidt op ernstige bestuurlijke tekortkomingen bij het vormgeven van de economische ontwikkeling. Wij kunnen dat falen niet afwentelen op externe factoren, maar moeten de fouten vooral intern zoeken. Toch zijn er in het verleden temidden van vele politieke en maatschappelijke perikelen regelmatig goede initiatieven vanuit de samenleving gekomen. Onze geschiedenis heeft duidelijke momenten van hoop en samenbundeling gekend, maar vaak heeft men die momenten voorbij laten gaan. De in het land aanwezige potentie is nooit optimaal benut, waardoor de sociaal-economische ontwikkeling onnodig achter is geraakt. Na 25 jaar onafhankelijkheid beschikt Suriname nog over voldoende natuurlijke en menselijke potentie, en zij verdient een nieuwe kans. Die kans zal alleen komen wannneer het leiderschap bereid is om zichzelf vooral dienstbaar op te stellen en een visie heeft die gericht is op ontwikkeling van de bevolking, solidariteit en mede-verantwoordelijkheid.

 

Leiderschap in een veranderende wereld
De aspiraties van de Surinaamse bevolking zijn in de loop der jaren veranderd, en bij realisatie van deze aspiraties moet steeds meer rekening gehouden worden met een wereld die in snel tempo verandert. Een pure basisbehoeftenbenadering voor de bevolking -zoals voorzieningen voor voeding, kleding, huisvesting, electriciteit en water- doet geen recht meer aan de aspiraties van grote delen van de bevolking. Naast het bevredigen van de basisbehoeften zal de bevolking in staat gesteld moeten worden om de overige potenties en talenten te ontwikkelen in een milieu dat hiertoe voldoende garanties biedt, stimulerend werkt en democratisch is. Ook dit vergt nieuw leiderschap, dat inzicht in de samenleving en kennis van de veranderende wereld moet koppelen aan dienstbaarheid en het scheppen van voorwaarden voor de benutting van het aanwezige menselijke en natuurlijke potentieel.

 

Politiek-bestuurlijke hervorming
Inmiddels is duidelijk gebleken dat de bestaande politiek-bestuurlijke constellatie een belemmering is geworden voor de sociaal-economische ontwikkeling. De grondwet is zwak en voor divergerende interpretaties vatbaar, terwijl het politiek systeem niet in staat is om de aspiraties van de bevolking te vertalen in beleid. Er dient een drastische politiek-bestuurlijke hervorming plaats te vinden, welke beter aansluit bij de aspiraties van de bevolking, transparantie van overheidsbeleid garandeert en de sociaal- economische ontwikkeling bevordert in plaats van belemmert. Vernieuwend leiderschap zal structurele hervormingen durven aanpakken en democratische normen en waarden laten prevaleren boven eigen, groeps- of partijbelang.

 

II. Basisuitgangspunten

De grondslag voor een nieuwe kans voor Suriname is om zoveel mogelijk burgers mede-verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun eigen leefomgeving, voor de eigen sociaal-economische ontwikkeling en voor de ontwikkeling van de natie

 

A. Politiek-bestuurlijk
Partnerships
Dit betekent dat op de potenties van de bevolking moet worden ingespeeld. Het betekent echter vooral dat de overheid zich niet mag verheffen boven andere sectoren van de samenleving, maar steeds moet zoeken naar een partnership. Dit kan middels samenwerking met reeds aanwezige economische organisaties zoals bedrijven en vakorganisaties, maar ook door aktieve ondersteuning van basisorganisaties en groeperingen op allerlei gebied, zoals buurtorganisaties, vrouwenorganisaties, boerenorganisaties, culturele verenigingen, religieuze organisaties, vakbonden, beroepsorganisaties en allerlei andere NGO’s. Waar zulke organisaties nog niet bestaan en de lokale bevolking zich niet heeft georganiseerd zal dit gestimuleerd moeten worden. Zonder organisatie zal er immers ook geen duurzame struktuur zijn die ontwikkeling van de grond kan brengen en kan behouden.

 

De Rechtsstaat
De omgeving waarbinnen de burgers hun ontwikkelingsstreven moeten realiseren dient maximale rechtsbescherming te bieden aan ieder individu en iedere groep. Elke burger en autoriteit is daarbij ondergeschikt aan de wet. De toegankelijkheid, het gelijkheidsbeginsel en de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden dienen in de rechtsspraak duidelijk manifest te zijn. De Rechtsstaat behoort sterk te zijn en ondersteund te worden door de burgers zelf, die via civiele educatie goed op de hoogte behoren te zijn van wat de rechtsstaatgedachte inhoudt. De Grondwet dient slechts voor eenduidige interpretatie vatbaar te zijn en in gevallen waar dat niet zo is, dient niet de politiek, maar het Constitutioneel Hof het laatste woord te hebben.

 

Democratisering van de samenleving en de politiek
De politiek-bestuurlijke ordening reflecteert niet langer de aspiraties van grote delen van de bevolking en moet hervormd worden. De grondwet zal in overeenstemming gebracht moeten worden met deze aspiraties, waarbij m.n. aandacht is voor de politieke vertegenwoordiging. Het lokaal, regionaal en landelijk bestuur moet effectief gemaakt worden, om ontwikkeling te kunnen brengen.

Het systeem met een indirekt gekozen president dient herzien te worden. Ook dient het kiesstelsel aangepast te worden, waarbij zowel gelet moet worden op de representativiteit van de volksvertegenwoordigers op de diverse niveaus, en de werking van de vertegenwoordigende instituten in de praktijk.

Het laten dragen van meer verantwoordelijkheid door de burgers betekent dat men zowel de rechten als plichten binnen een gemeenschap behoort te kennen en bereid moet zijn om een vrijwillige (immateriele) bijdrage te leveren. Dit zal alleen gerealiseerd kunnen worden middels een vergaand proces van democratisering van de samenleving en politiek. De burgers en hun organisaties zullen vooral zelf initiatieven moeten ontplooien, waarvoor de overheid voorwaarden schept voor maximale ruimte. Het democratisch principe dient niet beperkt te blijven tot de verkiezingen, maar leidraad te zijn binnen alle politieke en maatschappelijke verhoudingen. Wanneer de burgers niet betrokken worden bij wezenlijke zaken die hen raken, versmalt het draagvlak van de democratie al snel. De vraagstukken waar de samenleving voor staat zijn zo groot en ingewikkeld dat brede betrokkenheid noodzakelijk is. Democratisch functioneren mag in onze plurale samenleving echter nooit ontaarden in het simpelweg opleggen van de wil van de meerderheid, maar zal terdege rekening moeten houden met de gevoelens van alle bevolkingsgroepen.

 

Behoorlijk bestuur en transparantheid
De overheid is slechts een van de actoren in het ontwikkelingsproces en dient andere actoren steeds te respecteren en ruimte te geven. Het huidige overheidsapparaat is veel te log en te duur en het dient omgevormd te worden tot een dienstverlenend en voorwaarden scheppend apparaat, welke in staat is om een bijdrage aan de ontwikkeling van de burgers te leveren. Teneinde de burgers in staat te stellen om hun leefomgeving te verbeteren en het ontwikkelingsproces te bevorderen, moet de overheid een voorspelbaar en transparant beleid voeren, waarbij de beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen. Verantwoording, inspraak en controle zijn hierbij van cruciaal belang. Hiertoe zullen adequate controlemechanismen en instituten worden opgezet dan wel geaktiveerd, terwijl er op zal worden toegezien dat bij onbehoorlijk overheidsbestuur sancties volgen. Efficiency, effectiviteit en kwaliteit zullen ook leidraad voor de overheid moeten zijn, waarbij de kosten-baten analyse van haar handelingen publiekelijk aan de orde komt.

 

B. Sociaal-maatschappelijk

Menselijk potentieel
Er zal een duidelijke inspanning geleverd moeten worden om de eenheid van de natie in de breedste zin van het woord te bevorderen en het totale menselijke potentieel in te schakelen voor de ontwikkeling en opbouw van Suriname.

Het menselijk potentieel van de natie, omvat niet alleen de kwaliteiten en potenties van degenen die in Suriname wonen, maar ook van degenen daarbuiten die zich tot de Surinaamse gemeenschap rekenen. We moeten erkennen dat de natie in het verleden op onheuse wijze een deel van haar potentieel heeft uitgestoten, hetgeen tot onnodige en onvruchtbare spanningen heeft geleid.

 

Evenwichtige ontwikkeling van de samenleving
Een grote uitdaging voor de verdere ontwikkeling ligt in het stimuleren van een evenwichtige ontwikkeling van alle sociale klassen, de geografische entiteiten en de etnische groepen. Een volk dat zich niet meer mede-verantwoordelijk voelt voor elkaar zal nooit haar potenties volledig kunnen realiseren. Buurtbewoners kunnen zich niet afzijdig houden van hetgeen zich in hun direkte omgeving voordoet. Jongeren moeten zich verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de seniore burgers. Rijken mogen zich niet distancieren van het lot van de armen. Stad, district en binnenland moeten beseffen dat zij elkaar nodig hebben om vooruit te gaan, en hetzelfde geldt voor de etnische groepen.

 

Traditioneel gezag
Het centraal stellen van de zelf-gedragen en duurzame lokale en nationale ontwikkeling brengt met zich mee dat er respect is voor lokale tradities zoals die het meest merkbaar zijn bij de Inheemsen en Marrons. Een essentiele voorwaarde voor ontwikkeling in het binnenland is daarom het vastleggen van de grondenrechten van deze groepen, zoals was toegezegd in het Vredesaccoord van 1992. De eigen gezagsstructuur van deze groepen, bekend onder de benaming traditioneel gezag, dient bij wet vastgelegd te worden. Daarbij moeten evenwel voldoende impulsen gegeven worden zodat het traditioneel gezag optimaal leiding kan geven aan de ontwikkelingsaspiraties van de binnenlandbewoners. Leiderschapsontwikkeling, en onderwijs plus scholing, welke gericht zijn op de eigen leefomgeving, dienen daarbij ondersteunend te werken.

 

Vrouwen
Het optimaal benutten van het aanwezige menselijke potentieel betekent ook dat bestaande achterstanden in de positie van de vrouw worden weggewerkt. De toegang van vrouwen tot besluitvormingsprocessen op alle niveau's van ontwikkeling en bestuur is een permanente voorwaarde voor gelijke en evenwichtige ontwikkeling van alle burgers. Hiertoe zullen structurele begrotingscommitteringen vastgelegd moeten worden op het gebied van vrouw en ontwikkeling, onderwijs, gezondheid en natuurlijke hulpbronnen.

 

Natievorming
Natievorming kan slechts gestimuleerd worden, wanneer we uitgaan van onderling respect, naast het besef van culturele diversiteit. Natievorming wordt ook bevorderd wanneer alle geledingen van de samenleving het gevoel hebben dat zij een eerlijke kans hebben om te delen in de welvaart.

Het unieke en plurale karakter van de Surinaamse samenleving vereist naast de verzekering van godsdienstvrijheid, een grote mate van tolerantie tussen de etnische en culturele groepen. Wij moeten de aanwezige positieve morele waarden in de verschillende religieuze en culturele tradities aanwenden voor de ontwikkeling van de natie.De positieve normen en begrippen van natievorming, zoals culturele diversiteit, respect en tolerantie, democratische beleving en positief leiderschap zullen al in het basisonderwijs onderwezen moeten worden.

 

C. Economisch

Natuurlijke hulpbronnen en milieu
Suriname wordt gekenmerkt door een grote hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen, waaronder het natuurlijke landschap zelf. De natuurlijke hulpbronnen zullen op milieuvriendelijke en duurzame wijze benut moeten worden, waarbij adequate controlemechanismen moeten worden ontwikkeld.

Voor het tot ontwikkeling brengen van de natuurlijke hulpbronnen is een integraal beleid nodig dat rekening houdt met wisselwerkingen met andere sectoren, zoals de economische en sociale.

De ontwikkelingskeuzen in deze sector, die het natuurlijk kapitaal van Suriname vertegen- woordigd, moeten transparant zijn, terwijl de resultaten evenwichtig gespreid moeten worden. De allocatie en besteding van de inkomsten uit onze natuurlijke rijkdommen behoort grotendeels gericht te zijn op de verdere ontwikkeling van menselijke hulpbronnen en hun duurzame leefomgeving.

 

Ontwikkelings Programma
Duurzame ontwikkeling brengt met zich mee dat planmatig te werk gegaan zal moeten worden, waarbij een nieuw en aangepast Meerjaren Ontwikkelings Programma voor een periode van 5 t/m 10 jaar van groot belang is. Een dergelijk plan zal echter vooral maatschappelijk draagvlak moeten hebben en de aspiraties van de bevolking weerspiegelen. Dit betekent dat naast de inbreng van deskundigen, reeds in een vroeg stadium een duidelijk proces van consultatie en inspraak op gang gebracht moet worden.

Economische groei zal in samenwerking door de private sector tot stand moeten worden gebracht. In het ontwikkelingsprogramma moeten duidelijke maatregelen worden opgenomen ter facilitering van de private sector en investeringen. De financiering van het programma moet van meet af aan transparant en haalbaar zijn.

 

Overlegmechanismen
Het genereren en in stand houden van economische ontwikkeling betekent dat zoveel mogelijk ruimte gegeven wordt aan bonafide economische actoren, waaronder het bedrijfsleven. Ontwikkeling vereist een produktievriendelijke omgeving. Ter oplossing van belangrijke vraagstukken dient ten alle tijde het model van overleg tussen alle sociale partners, waaronder ngo's, gehanteerd te worden en hiertoe dienen dan ook strukturele overlegmechanismen in het leven te worden geroepen.

 

Onderwijs en technologie
Ontwikkeling vraagt om een verantwoord gebruik van beschikbare technologie en bijzondere aandacht voor het onderwijs en (vak)scholing. Het onderwijs moet vernieuwend en probleemoplossend zijn. Toegang tot en bereikbaar houden van nieuwe technologie is een van de prioriteitsinvesteringen voor jongeren.

 

Sociale ontwikkeling
De bevolking dient steeds meer ingeschakeld te worden bij het voorzien in de basisbehoeften zoals huisvesting, watervoorziening, gezondheidszorg, e.d. Duurzame sociale ontwikkeling vergt samenwerking tussen overheid en partikulier initiatief. Ook zal de bevolking gezamenlijk verantwoording nemen voor haar kansarmen en ouderen, met behulp van economisch/financiele maatregelen die planmatig en op langer termijn hiervoor voorzieningen treffen.

 

D. Internationaal

Naties kunnen zich vrijwel niet meer geisoleerd ontwikkelen, maar zijn steeds meer ingebed in een internationaal politiek, economisch en sociaal systeem. Hier zal terdege rekening mee moeten worden gehouden. Dit vereist een aktieve participatie in, en orientatie op het internationaal gebeuren, waarbij de verschillende sectoren snel op wijzigingen moeten kunnen inspelen. Dit betekent een herbezinning op de traditionele vormen van het onderhouden van buitenlandse betrekkingen. Niettemin zullen er steeds goede betrekkingen moeten zijn met de buurlanden, de regio, en met landen waarmee historische banden bestaan. De principes die vastgelegd zijn in de handvesten van de Verenigde Naties, de Organisatie van Amerikaanse Staten en de Caribbean Community, worden onderschreven. Daarnaast zal Suriname steeds moeten identificeren op welke wijze relaties met andere landen bevorderlijk kunnen zijn voor de eigen ontwikkeling.

In het buitenlands beleid is in het verleden een onnodige krampachtigheid t.o.v. Nederland en de aldaar wonende personen van Surinaamse origine ontstaan, welke niet getuigt van een volwassen relatie. Deze relatie zal in ieder geval van Surinaamse zijde moeten worden ingevuld op basis van erkenning van de historische en humanitaire banden. Dit dient te resulteren in een grotere mate van zakelijkheid, maar ook in het aangaan van samenwerking op basis van ontwikkelingseisen en standaarden.

Interacties op regionaal en internationaal vlak zijn alleen zinvol als ze bijdragen aan een wisselwerking tussen Suriname en de rest van de wereld. Het hoofddoel hierbij is om ontwikkelingen op regionaal en internationaal niveau terug te brengen naar de eigen bevolking en nationaal toe te passen. Kenmerk hiervan zal zijn versterking van de eigen thuisbasis en het zoveel mogelijk werken vanuit eigen land. Het terugbrengen van inefficiency en hoge investeringen met laag rendement hoeft niet ten koste te gaan van de resultaten die nodig zijn om duurzame en doelgerichte internationale betrekkingen te hebben.

 

 

 

Tot Besluit

De basisanalyse is bedoeld als orientatiepunt, dat aan een tijdgeest gebonden is en onderhevig is aan dynamische ontwikkelingen. Dit vereist blijvende kritische observaties van onze zijde, brede discussies met de totale samenleving en aanpassingen waar nodig. Ten overvloede moet gesteld worden dat een beginselprogramma nog geen verkiezingsprogramma is.