VERKIEZINGEN EN POLITIEKE VERHOUDINGEN
In het tweede artikel -uit deze serie van zes- is aangegeven dat in
feite niemand tegen vervroegde verkiezingen is. Op dat moment was er nog
door geen enkele partij een datum voor de verkiezingen geindiceerd. Inmiddels
heeft president Wijdenbosch een tentatieve datum van mei 2000 genoemd,
terwijl NDP voorzitter zelfs mogelijkheden voor december dit jaar ziet.
De overige politieke partijen denken eerder op termijn van een jaar, terwijl
het bedrijfsleven en vakbeweging meer een periode van twee jaar in gedachten
lijken te hebben. Opmerkelijk is dat 45% van de kiezers, volgens een opiniepeiling
van het IDOS, het met de NDP voorzitter eens lijken te zijn, want als het
aan hun ligt zouden de verkiezingen over zes maanden gehouden mogen worden.
Dat betekent tevens dat 55% de verkiezingen pas over een jaar of later
wil. De kiezers zijn echter ietwat tegenstrijdig in hun mening, want op
de vraag wie de verkiezingen (en wanneer) moet houden antwoordde slechts
21% dat de regering Wijdenbosch deze moet organiseren. Daarnaast koos 55%
voor een regering van het Gestruktureerd Samenwerkingsverband, die eerst
orde op zaken stelt en een jaar daarna verkiezingen houdt. Nog eens 24%
koos voor een interimkabinet met verkiezingen over twee jaar. De staatsrechtsgeleerden
lijken het er over eens te zijn dat niet de president, maar de Nationale
Assemblee de verkiezingen moet uitschrijven. Dat is nog niet gebeurd, maar
alles lijkt er op te wijzen dat de verkiezingen in ieder geval vervroegd
zullen worden, waarbij een periode van een jaar het meest realistisch schijnt
te zijn. Het is in ieder geval nuttig om i.v.m. die verkiezingen eens te
gaan kijken naar de ontwikkeling van de politieke verhoudingen.
Opiniepeilingen
Er is veel gebeurd in politiek Suriname sinds de verkiezingen van mei
1996. Dat begon al op 29 augustus van dat jaar toen de NDP, KTPI en BVD
(toen nog BVD-VHP) een samenwerkingsdocument tekenden. In dat document
ondersteunden zij formeel drs. Jules Wijdenbosch en drs. Pretaap Radhakishun
als kandidaten voor de posten van president en vice-president. Hiermee
stapte de KTPI uit het Nieuw Front, terwijl een andere NF partner, de VHP,
vijf van haar assembleeleden via de BVD zag weglopen. Het NF was plotseling
10 van haar 24 zetels kwijtgeraakt aan een nieuwe NDP coalitie.
| Partij | Mei 96 | Mei 96* | Nov. 97 | Febr.98 | Juni 99 |
| NDP | 30% | 19% | 18% | 17% | 16% |
| NF | 42% | 27% | 32% | (36%) | (35%) |
| NPS | (--) | (--) | 19% | 19% | 19% |
| VHP | (--) | (--) | 10% | 13% | 11% |
| SPA | (--) | (--) | 3% | 3% | 6% |
| KTPI | (--) | (--) | 3% | 2% | 1% |
| DA'91 | 13% | 8% | 5% | 7% | 8% |
| Overigen | 14% | 9% | 10% | 9% | 5% |
| Weet niet | 0% | 0% | (--) | (--) | 22% |
| Stemt niet | 0% | 36% | 32% | 30% | 11% |
| Totaal | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
Voor een verder verloop van de politieke verhoudingen en m.n. de keuze
van de kiezers zijn we aangewezen op de opiniepeilingen van het IDOS. Die
worden in onderstaande tabel vergeleken met de uitslag van de verkiezingen
van 1996. Omdat de opiniepeilingen slechts betrekking hebben op het kiesdistrikt
Paramaribo is in de eerste kolom alleen de verkiezingsuitslag van Paramaribo
weergegeven (een derde van alle zetels in de assemblee). Opiniepeilingen
zijn geen verkiezingen, vandaar dat er ook een kategorie kiezers voorkomt
die nog niet weet op wie ze gaan stemmen en een kategorie die zegt niet
naar de stembus te zullen gaan. Bij verkiezingen vallen deze groepen weg,
omdat ze of een keuze maken of niet in het stemlokaal verschijnen. Zo bleek
in 1996 dat de uiteindelijke opkomst van de kiezers in Paramaribo 64% was,
hetgeen betekent dat 36% dus niet had gestemd. De mensen die niet stemden
deden dat niet allemaal bewust, want een deel was waarschijnlijk ziek,
uitlandig, in een ander distrikt, had geen oproepkaart gehad, etc. Gemakheidshalve
zijn ze in de tweede kolom van de tabel (mei 96*) als ‘niet stemmers’ opgenomen.
Hiermee is getracht om de stembusuitslag meer vergelijkbaar te maken met
de opiniepeilingen, ofschoon beseft moet worden dat het om een onzuivere
schatting gaat en dat de werkelijke percentages iets boven die van de tweede
kolom zullen liggen. Tenslotte moet er op gewezen worden dat het IDOS bij
de peilingen van 1997 en 1998 alleen een kategorie ‘stemt niet’ heeft opgenomen,
waaronder de ‘weet niet’ kiezers wellicht zijn ondergebracht.
NDP
Bij de verkiezingen in mei 1996 stemde 30% van de kiezers in Paramaribo
op de Nationale Democratische Partij. Volgens de meest recente opiniepeiling
kan deze partij nog rekenen op 16% van het electoraat. Die afname is echter
niet zo dramatisch, wanneer de alternatieve cijfers voor de verkiezingsuitslag
worden gehanteerd (in kolom 2 scoort de NDP 19%). De trend is echter wel
een gestadige, maar geen grote, afname. De NDP blijft dus een grote partij,
maar niet meer de grootste, want dat is de NPS geworden. Op basis van de
zetelverdeling zou de NDP zakken van 5 naar 4 in Paramaribo. Dat lijkt
een minimaal verlies voor de grootste regeringspartij, die meestal het
slachtoffer wordt van zwak beleid, waar thans toch wel sprake van is. Binnen
de NDP was sprake van spanningen m.n. tussen de voorzitter en de president,
nadat de president dhr. Bouterse als adviseur van Staat had ontslagen.
Bij recente bestuursverkiezingen heeft dhr. Bouterse zijn positie echter
geconsolideerd. De voormalige ondervoorzitter (president Wijdenbosch) bleek
nog maar weinig steunpunten binnen de partij te hebben en zal geen NDP
lijsttrekker meer worden in Paramaribo. Assembleeleden zoals Mevr. Hermelijn,
die in konflikt zijn geraakt met de leiding van de NDP, zullen hoogstwaarschijnlijk
ook niet meer op de kandidatenlijst voorkomen, maar afgewacht moet worden
hoe de kiezers in Para daarop zullen reageren. De verwachting is niet dat
de partij in de distrikten veel zwakker zal worden, en partijtoppers zelf
verwachten dat de partij juist daar zal groeien. In ieder geval kan de
NDP bij de komende verkiezingen rond de 15 zetels uitkomen en lijkt zij
dus niet veel in te zullen leveren.
KTPI en Pendawalima
Het zwakke beleid van de regering lijkt vooral slachtoffers te maken
onder de overige coalitiepartners. De KTPI kreeg binnen Nieuw Front verband
vijf zetels, waarvan twee in Paramaribo. Men trok met deze zetels de coalitie
in en kreeg in ruil daarvoor vijf ministeries te beheren, waarvan de output
nauwelijks zichtbaar is. Ondertussen heeft een assembleelid van de KTPI,
zich al een paar jaar aan de kant van de oppositie geschaard. Bij de stemming
rond de moties van wantrouwen in de Nationale Assemblee stemde de KTPI
dan ook verdeeld. Bekend is dat de strategie van de KTPI steeds er op gericht
is om in het machtscentrum te blijven en daarom worden steeds deuren naar
alle kanten opengehouden. Het lijkt er op dat de achterban dat opportunistisch
gedrag niet meer begrijpt, want slechts 1% van de kiezers in Paramaribo
wil nog op de KTPI stemmen. De trend is ook hier duidelijk afnemend van
3% in 1997 naar 2% in 1998 en 1% in 1999. Dit betekent dat de KTPI in de
stad niet eens 1 zetel zal bemachtigen, terwijl nog afgewacht moet worden
of de 3 zetels in het distrikt weer gehaald worden. Voor een zetel in Paramaribo
is toch 4 tot 5% van de stemmen nodig. Op eigen kracht lijkt de KTPI niet
meer dan 2 tot 3 zetels te halen. De recente samenwerking met de Pendawalima
kan enige uitkomst bieden, maar ook die partij is niet meer zeker van haar
achterban. De Pendawalima die in 1996 nog 4 zetels meekreeg splitste zich,
waarbij de groep Kasto zich tussentijds met 2 zetels aansloot bij de coalitie.
Zij kreeg hiervoor een ministerspost en later een onderminister, welke
zeer zwak zijn ingevuld. Na een slepende rechtszaak heeft het andere deel
van de Pendawalima (de groep Somohardjo met 2 assembleezetels) haar naam
verandert in Pertjajah Luhur. De Pendawalima die in mei 1996 nog 5% van
de stemmen haalde (3% volgens de herberekening) scoort nu dicht bij de
0%. In ieder geval lijkt de oude achterban van de Pendwalima maar voor
een klein deel te zijn overgenomen door de groep Kasto en zal men wellicht
helemaal opgaan in de KTPI. De 7 zetels van de KTPI en Pendawalima lijken
bij de komende verkiezingen terug te zullen vallen tot 3 of 4.
BVD
De Basispartij voor Vernieuwing en Democratie was tijdens de vorige
verkiezingen nog geen partij, maar kreeg door afsplitsing van de VHP toch
5 zetels in de Assemblee. Op dit moment lijkt het echter weer een lege
partij zonder zetels te zijn, want de ontwikkelingen binnen de BVD zijn
dramatisch te noemen. Nadat president Wijdenbosch de toenmalige voorzitter
van de partij, Mr. Atta Mungra, als minister ontsloeg, distancieerde de
meerderheid van de BVD zich van hem. Mungra richtte een nieuwe partij op
-de PPP- met twee van de assembleeleden. Inmiddels heeft een van hen zich
als onafhankelijke PPP fraktie opgesteld. De overige drie BVD assembleeleden
hebben recentelijk afstand genomen van het nieuwe hoofdbestuur en meegewerkt
aan de motie van wantrouwen tegen de president. Deze week is het belangrijkste
assembleelid, de voorzitter van de Nationale Assemblee, Mevr. Djwalapersad,
samen met en aantal hoofdbestuursleden uit de BVD gestapt. Volgens haar
domineren de kapitaalsbelangen van dhr. Dilip Sardjoe, de partij te veel.
In ieder geval lijkt de BVD niet levensvatbaar, omdat een reeks van beschuldigingen
en ruzies haar blijft achtervolgen. Bij de komende verkiezingen heeft misschien
mevr. Djwalapersad, met een achterban onder de vrouwen in Wanica, nog een
kans om terug te komen, maar onder welke partijvlag? De overige 4 assembleeleden
lijken het politiek niet meer te halen en hun zetels (3 in Nickerie en
1 in Saramacca) zullen waarschijnlijk weer teruggaan naar de VHP. Kortom
de BVD die de huidige coalitie mogelijk heeft gemaakt is het grootste politieke
slachtoffer daarvan geworden. Het BVD bestuur dat volgende week gekozen
zal worden zal niet veel meer kunnen redden. Geld blijkt toch niet alles
te zijn.
Het Nieuw Front
De Nieuw Front kombinatie haalde bij de vorige verkiezingen 42% van
de stemmen in Paramaribo (27% na herberekening). Volgens de opiniepeilingen
zit deze kombinatie het meest in de lift met 36% van de kiezers achter
zich. Het NF heeft zich dus helemaal hersteld van de uittreding van de
KTPI en BVD. Volgens de zetelverdeling kan het NF in Paramaribo komen op
9 tot 10 zetels, dus 1 of 2 meer dan de vorige keer. Binnen het Nieuw Front
is de NPS in Paramaribo thans het grootst (19%), gevolgd door de VHP (11%)
en de SPA (6%). Met name de SPA o.l.v. vakbondsleider Fred Derby, die een
wezenlijk aandeel heeft gehad bij de recente protestdemonstraties, is qua
kracht toegenomen. Bij vorige opiniepeilingen had de SPA steeds 3% van
de kiezers achter zich. Opmerkelijk is dat het Nieuw Front na het vertrek
van de KTPI niet uit elkaar is gevallen. President Wijdenbosch heeft persoonlijk
gezorgd voor een gezamenlijke vijand, die de NF partners aan elkaar blijft
binden. Ofschoon het NF in de huidige samenstelling de verkiezingen kan
ingaan, is verwachtbaar dat men toch liever nog een Javaanse partner erbij
zal betrekken. De Pertjajah Luhur (vroeger deel van de Pendawalima) o.l.v.
Salam Somohardjo, de eeuwige tegenspeler van Willy Soemita van de KTPI,
lijkt het meest hiervoor in aanmerking te komen. Het huidige Nieuw Front
kan zoals de kaarten er nu bij liggen in de komende verkiezingen mogelijk
op 25 zetels uitkomen. Indien men de Pertjajah Luhur erbij neemt kan dit
uitgroeien tot 29 zetels. Dit betekent niet dat de Pertjajah Luhur zo sterk
is, maar dat het wel verschil zal maken bij de zgn. restzetels. De naam
Pertjajah Luhur is nog nauwelijks bekend in Paramaribo volgens de opiniepeilingen,
terwijl haar huidige zetels uit Commewijne komen.
DA’91
De kombinatie Democratisch Alternatief ’91 haalde in 1996 vier zetels,
waarvan twee in Paramaribo (13% van de stemmen en 8,5% na herberekening).
Ook deze kombinatie viel uit elkaar, waarbij de OPDA (thans DA) zich tussentijds
met de twee assembleezetels van Wanica bij de coalitie aanmeldde. Daarvan
is inmiddels weer een zetel terug bij de oppositie, maar niet naar DA’91.
Recentelijk is ook de overgebleven OPDA gesplitst en hebben de leiders
van de twee kampen elkaar wederzijds geroyeerd. De minister en onderminister
van de partij hebben het zeer zwak gedaan. Volgens de opiniepeilingen is
DA’91 na een achteruitgang tot 5% in 1997, via 6,5% in 1998 weer aangegroeid
tot 7,5%. Dit lijkt vooral het resultaat van de duidelijke stellingname
in de oppositie van het assembleelid Winston Jessurun (AF). Of de partij
naast 2 zetels in de stad echter nog meer haalt valt te bezien. De overgebleven
partner (BEP) met een aanhang in het distrikt Brokopondo, was de vorige
keer haar zetels kwijtgeraakt aan de NDP. In ieder geval zal de OPDA haar
aansluiting bij de coalitie met de politieke dood bekopen, zodat er twee
zetels in Wanica vrijkomen. De grootste kanshebber om die zetels in de
wacht te slepen is het Nieuw Front.
Overige partijen
De Progressieve Ontwikkelings Alliantie, bestaande uit de PVF-FAL,
HPP, PSV en DP, verwierf tijdens de verkiezingen in 1996 drie zetels, waarvan
1 in Paramaribo. Na de verkiezingen splitste ook de Alliantie, waarbij
de HPP en PVF-FAL met 2 zetels de coalitie ondersteunden en 1 ministerspost
daarvoor in ruil kregen. Toen de president de minister van Financien ontsloeg,
verklaarden de HPP en PVF-FAL zich solidair met hem en vertrokken uit de
coalitie. Niet duidelijk is of deze partijen in staat zullen zijn hun zetels
in de distrikten Saramacca en Nickerie te behouden. Het zal een zware klus
zijn en vereist wellicht wat verbreding van de kombinatie. Men leek bezig
om tot een samenwerking met de PPP en een afsplitsing van OPDA te komen.
Assembleelid Frank Playfair (DP) lijkt volgens de laatste opiniepeiling
zijn zetel te verliezen, want de DP heeft de sympathie van slechts 1% van
het electoraat, terwijl dat in 1997 nog 4% was.
De ABOP van Ronny Brunswijk, die in 1996 meedeed behaalde toen geen
zetels en vertoont sindsdien weinig tekenen van politiek leven.
Nieuwe kombinaties?
Het geschetste beeld vertoont dus vooral een onzekere toekomst voor
vele kleinere partijen, terwijl het Nieuw Front iets kan groeien (ca. 25
zetels) en de NDP redelijk stabiel blijft (ca. 15 zetels). Er lijken op
basis van de huidige verhoudingen voorlopig ca. 10 van de 51 assembleezetels
voor de overige 15 partijen en fakties in de Assemblee over te blijven.
Er zal dus een flinke sanering plaatsvinden, waarbij naar verwachting een
stuk of acht partijtjes en fakties zullen verdwijnen. De fragmentatie zal
iets verminderen bij de komende verkiezingen, maar wie garandeert dat er
niet opnieuw splitsingen komen? In ieder geval lijken nieuwe verkiezingen
niet meteen te leiden tot grote verschuivingen op het politieke speelveld.
De belangrijkste teams blijven, terwijl de rest het gevecht tegen de degradatie
levert. Uiteraard kan dit beeld veranderen wanneer de partijen proberen
om nieuwe kombinaties te vormen, waarbij een uitbreiding van het NF met
de Pertjajah Luhur voor de hand ligt. DA’91 zou natuurlijk ook met Pertjajah
Luhur in zee kunnen gaan. Ook de NDP kan -tegen de eigen traditie in- kombinaties
gaan vormen om wat restzetels te vergaren. Daarbij lijken de huidige coalitiepartners
zoals KTPI, OPDA, BVD en Pendawalima het meest voor de hand te liggen.
Uiteraard zullen diverse kleinere partijen proberen om nieuwe alternatieven
tegen of soms met de twee sterkste partners te vormen. Zaken kunnen natuurlijk
nog meer veranderen wanneer de ekonomie, gezondheidszorg, e.d. verder achteruitgaan.
Belangrijk is wat er nu gaat gebeuren en daarover zal het laatste artikel
gaan.
Dr. Marten Schalkwijk
22 juni 1999