TOESPRAAK VAN DE

PRESIDENT VAN DE CENTRALE BANK VAN SURINAME

DRS. HENK O. GOEDSCHALK

TER GELEGENHEID VAN DE NIEUWJAARSRECEPTIE VOOR DE FINANCIËLE SECTOR

21 JANUARI 1998

Dames en heren van de Raad van Commissarissen, directies en vertegenwoordigers van financiële instellingen, bedrijfsleven, vakbeweging; directie en naaste medewerkers van de Bank.

Ik heet u van harte welkom op deze ontmoeting aan het begin van het nieuwe jaar, waarmee wij een oude traditie weer in ere willen herstellen.

Wij bevinden ons aan de vooravond van belangrijke ontwikkelingen op het economische en financiële vak. Deze ontwikkelingen hebben te maken met zowel herziening van de wetgeving als een hervorming en modernisering van de financiële sector, teneinde beter te kunnen inspelen op de behoefte van het lokale en internationale bedrijfsleven, waarbij het concurrentievermogen uiteraard een belangrijke rol speelt, terwijl tevens rekening moet worden gehouden met commitments welke de Overheid in CARICOM verband is aangegaan. Gelet op het feit dat de Surinaamse economie geleidelijk aan een steeds opener karakter krijgt, zullen wij ook in toenemende mate rekening moeten houden met de effecten van de zgn. globalisering.

Teneinde de ontwikkelingen in Suriname in een breder kader te kunnen plaatsen, zullen wij dan ook eerst de karakteristieken van de internationale situatie de revue laten passeren, om vervolgens stil te staan bij de lokale ontwikkelingen.

Indien wij de internationale economische ontwikkeling in het afgelopen jaar aan een beschouwing onderwerpen dan blijken zich daar een aantal belangrijke ontwikkelingen in positieve en negatieve zin te hebben voltrokken.

De groei van de wereldeconomie hoeft zich in 1997 voortgezet en bedroeg naar schatting 4,25%, terwijl de groei van de wereldhandel circa 7% was. Ondanks deze sterke groeipercentages is de wereldinflatie beheersbaar gebleven. De inflatie in de ontwikkelde landen bedroeg 2,5%, die in de ontwikkelingslanden 8,5% en die in de voormalige Oost-bloklanden 10,6. De meeste landen hebben dankzij een strak monetair en budgettair beleid economische groei en lage inflatie kunnen realiseren.

Sommige landen hebben door externe onevenwichtigheden en fragiele financiële systemen echter economische stagnatie ervaren. Het vertrouwen van buitenlandse investeerders in deze economieën is hierdoor negatief beïnvloed. Met name Thailand werd zwaar getroffen door pressies op zijn financiële markten met als gevolg een aanzienlijke depreciatie van de nationale munt. Het "spill over" effect hiervan naar andere Aziatische landen, zoals Maleisië, Indonesië. Zuid-Korea en Hong Kong was desastreus. Met behulp van bi- en multilaterale leningen en strakke IMF-programma's wordt thans getracht de crisis te keren.

Het vooruitzicht voor dit jaar is eveneens een groei van de wereldeconomie met 4,25%.

Het toezicht op financiële instellingen heeft in het afgelopen jaar tekortkomingen aan het licht gebracht. Overmatige expansie op basis van kortlopende kredieten door het bedrijfsleven en het onverantwoord innemen van posities door financiële instellingen in Aziatische landen, heeft mede ten grondslag gelegen aan de huidige crisis in Azië. Het is vermeldenswaard dat er zich ook in andere gebieden incidenten hebben voorgedaan, welke vraagtekens oproepen over de effectiviteit van het toezicht binnen de financiële sectoren. Met name kan verwezen worden naar het geruchtmakende fraude-schandaal van de effectenhandel in Nederland.

De Aziatische crisis heeft in ieder geval getoond dat globalisatie van financiële markten een andere aanpak van het internationaal monetair systeem vereist. In dit kader heeft het IMF enige amenderingen gepleegd in de statuten, w.o. het versterken van de surveillance over lidlanden, het bevorderen van een gezond bankwezen en het betrekken van de kapitaalbalans in haar directe werksfeer.

Het IMF concentreerde zich tot voor kort op het lopende internationale betalingsverkeer, conform een zijner doelstellingen, namelijk het faciliteren van de wereldhandel ter bevordering van werkgelegenheid en reëel inkomen. Recentelijk is de focus op vrijmaking van het internationaal kapitaalverkeer komen te liggen; hiermee wordt de groei van de wereldeconomie nagestreefd, daar dit zal leiden tot een efficiëntere allocatie van wereldbesparingen. De keerzijde hiervan is echter dat crisis, welke ontstaan als gevolg van het wegvallen van vertrouwen, bij een liberaal kapitaalverkeer zich gemakkelijker van het ene naar het andere land kunnen voortplanten.

Het IMF is daarom ook voornemens om scherper toezicht te houden op internationale kapitaalbewegingen hetgeen zich onder meer zal uiten in uitgebreide rapportages. Aangezien vrijheid zonder enige beperking al gauw kan ontaarden, is het plausibel om te veronderstellen dat van effectenbeurzen en toezichthoudende instanties in de lidlanden verwacht zal worden dat er beveiligingsmechanismen worden ingebouwd, teneinde bij dreigende crisis een effectiever ingrijpen mogelijk te maken.

De vergrote aandacht voor een gezond bankwezen is gesteld op het herstructureren van het bankwezen en het verband met het macro-economisch beleid alsook met het voorkomen van financiele crisis als gevolg van globalisatie. Het is verwachtbaar dat, in het kader van de bijstelling van de eisen ten aanzien van het functioneren van financiële sectoren, de druk op ontwikkelingslanden om administratieve voorzieningen te plegen vergroot zal worden en dat de eisen ter zake mede als condities zullen dienen voor het verkrijgen van financiering van multi-laterale instellingen.

Zojuist zijn enkele belangrijke internationale ontwikkelingen aangestipt. Gaarne zal ik u thans enkele kenmerkende gebeurtenissen betreffende de nationale economie en het beleid van de bank over het afgelopen jaar voorbehouden eb vervolgens een blik werpen op de voornemens en verwachtingen voor 1998:

In 1997 heeft de Bank een meerjaren beleidsprogramma ingezet met als doel modernisering en internationalisering van de financiële sector middels hervormings- en saneringsprogramma's. Het doel is een sterker efficiënter en modern financierings wezen te creëren welke noodzakelijk is voor het faciliteren van grote investeringen en een opleving van de economie. Belangrijke elementen in het beleidsprogarmma zijn:

- modernisering van wet- en regelgeving;

- stabilisatie van prijs en wisselkoers;

- bevorderen van produktie met name de export produktie;

- activiteiten van de binnenlandse en buitenlandse kapitaalmarkt;

- verantwoorde mobilisatie van de deviezen reserve om bovengenoemde doelen te bereiken.

De financieel-monetaire situatie waarin Suriname zich aan het begin van het vorig jaar was een zeer moeilijke en complexe; ogenschijnlijk was er een stabiel situatie met betrekking tot de monetaire indicatoren maar tegelijkertijd een nog niet van de grond gekomen produktiepotentieel en bijgevolg geen groei in deviezen inkomsten terwijl een zich herstellende koopkrachtige consumptie- en investeringsvraag naar goederen resulteerde in een verhoogde vraag naar deviezen.

Teneinde de economie weg te voeren in deze geschetste gevangenzone, is het versneld op gang brengen van vergrote exportproduktie faciliteiten een gebiedende eis. Teneinde niet terug te vallen in een crisis met een nieuwe periode van hyperflatie, niet denkbeeldig. Een zware opgave voor de regering en voor de Bank.

Het beleid van de Bank was in 1997 sterk gericht op prijs- en wisselkoersstabiliteit. Wat de gemiddelde jaarinflatie betreft is het vermeldenswaard dat het gelukt is deze onder het verwachte percentage van 10% te houden, t.w. rond de 70%. Het hogere inflatiecijfer heeft deels te maken met de groei van de economie, de toegenomen bedrijvigheid alsook met verwachtingen omtrent verhogingen van prijzen alsgevolg van verhoging in de indirecte belastingsfeer.

Ondanks de fluctuaties op het wisselkoersfront heeft de Bank de gemiddelde spreiding tussen de vrije-marktkoers en de officiële richtkoers via haar valuta-interventies en andere aanvullende maatregelen binnen redelijke proporties kunnen houden. De koersspreiding bedroeg namelijk amper 7%. De reële economische groei in 1997 wordt voorlopig geschat op 4% vergeleken met een geschatte groei van 3% in 1996.

Indien we enkele macro-economische indicatoren de revue laten passeren dan ontvouwt zich het volgende beeld over de periode eind 1996 tot eind 1997:

* Het dekkingspercentage van de Bank ging van 96% naar 113%; en fluctueerde het gehele jaar door nabij de 100%;

* De nationale liquiditeitsquote, dit is de liquiditeitenmassa in procenten van het nominaal BBP, ging van 37% naar 38%; en

Ten aanzien van het monetair beleid heeft de Bank een grote mate van strakheid betracht waarbij geen ruimte is gelaten voor netto geldschepping vanuit het bankwezen. Ook is de Regering in het kader van niet-monetaire financiering van haar uitgaven met de Bank overeengekomen om af te zien van de haar door de Bankwet geboden mogelijkheid een beroep te doen op centrale-bankkrediet te dekking van tijdelijke liquiditeitstekorten uit hoofde van art. 21 van de Bankwet. Dit is een belangrijke prestatie geweest en bijdrage om le liquiditeitencreatie te beheersen. Het begrotingstekort zal derhalve met binnen- en buitenlandse leningen op niet inflatoire wijze moeten worden gefinancierd. Ondanks de enorme toename van de importen als gevolg van de koopkrachtvergroting van de bevolking is het in het afgelopen jaar gelukt de betalingsbalans globaal in evenwicht te houden.

In het proces van modernisering en internationalisering van de financiële sector is een aanvang gemaakt met de aanpassing en vernieuwing van het sterk achterhaald juridisch kader. Zo zijn diverse wetsproducten in voorbereiding w.o. de geheel nieuwe "Wet op financiële instellingen", een nieuwe Bankwet" en een nieuwe "Deviezenwet". Andere wetsproducten in voorbereiding zijn de "Wet op Persioen-en Voorzieningsfondsen", de "Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf" en de "Wet Toezicht Effectenhandel", waarmee het toezicht op de financiële sector aan internationale normen zal kunnen voldoen.

De goudopkoop van de Bank heeft het afgelopen jaar een forse groei doorgemaakt met name door het instellen van een netwerk van agentschappen. Zo bedroeg de goudopkoop in 1996 1300 kg en in 1997 3800 kg, een groei van bijna 200%. Momenteel zijn er tien agentschappen, waaraan vijf veldagentschappen. Ook heeft de Bank haar provisiekosten verlaagd van 3,25 naar 2% ter stimulering van het aanbod van ruw goud. Op zeer korte termijn zal ook de Staat de royalties op goud verlagen van 3 naar 1%, waardoor goudzoekers geen aanleiding meer zullen hebben hun product buiten 's landsgrenzen af te zetten. Sinds de reorganisatie van de goudopkoop vorig jaar ter hand werd genomen zijn voldoende waarborgen ingebouwd om de Bank in een winstgevende situatie te doen terechtkomen. De goudopkoop is ook van een solide financieringsbasis voorzien middels werkkapitaal verkregen op basis van aangegane "goudswaps" in het buitenland.

Met betrekking tot de rijstsector is in de slepende kwestie van de omvangrijke schulden van de rijstboeren bij het bankwezen door de Bank bemiddeld. Thans zijn diverse voorstellen in uitwerking om te bekijken hoe deze forse schuldenlast van de rijstboeren kan worden geconsolideerd en geherfinancieerd middellange termijn, waardoor faillissement van nog levensvatbare bedrijven kunnen worden voorkomen. De perspectieven van deze sector zijn gezond, terwijl rijst nog altijd de derde grootste deviezenverdiener van Suriname is.

Het initiatief van de Bank om ons land een grotere internationale kredietwaardigheid te geven resulteerde in het verkrijgen van een vrij gunstige "credit rating B" bij het bankwezen in de staat Florida van de Verenigde Staten van Amerika.

De uitgifte van eigen waardepapier door de Bank opende hierbij de weg voor de Staat die eveneens waardepapier op de internationale kapitaalmarkt plaatste. Aldus kan zowel de begroting als de betalingsbalans worden gefinancierd en een kapitaalmarkt worden ontwikkeld. Behalve voor de Overheid is ook de weg geopend voor de private sector om buitenlands kapitaal en buitenlandse investeringen aan te trekken. De deviezenbanken kunnen hierop inspelen door hun kapitaalverkeer te investeren, hetgeen thans reeds gaande is.

Indien thans een blik wordt geworpen op 1988 dan kan ik u de volgende voornemens en verwachtingen voorhouden:

De continuering van het beleid van productiebevordering en exportstimulering in een zo stabiel mogelijk macro-economisch klimaat. Met name in de sectoren: petroleum, energie, goud, metaal, graniet en aquacultuur mogen zowel binnen- als buitenlandse investeringen worden tegemoet gezien. Gezien de diverse op stapel zijnde productie-activiteiten mag worden aangenomen dat de reële economische groei hoger zal liggen dan de 4% in 1997, wat met name de werkgelegenheid en het per capita inkomen ten goede zal komen.

De invoering van de omzetbelasting, welke een wezenlijke verbetering van de overheidsontvangsten zal betekenen en een curiaal element voor de beheersbaarheid van de overheidsfinancien zal zijn. Anderzijds zullen aan de uitgavenzijde de afschaffing van subsidies op water en elektriciteit een verlichting inhouden voor de Staatsfinancien. Op basis hiervan kan de Staat op verantwoorde wijze haar beleid ten uitvoer brengen.

De vorig jaar opgerichte Nationale Munt van Suriname N.V. zal in 1998 operationeel worden, waarbij in eerste instantie over een professioneel laboratorium en in tweede instantie over een internationaal erkende raffinaderij zal kunnen worden beschikt. Hiermee zal de goudopkoop van de Bank verder geïntegreerd en geïntensiveerd worden.

Een tegenvaller vormde de aanhoudende daling van de internationale goudprijs van $369 naar $288 per troy ounce in 1997, hetgeen consequenties heeft gehad voor de waardering van het monetair goud. Desondanks, is de monetaire goudreserve stabiel gebleven vanwege de fysieke toename van de goudvoorraad.

De trend op de internationale goudmarkt lijkt voorlopig nog een dalende te blijven vanwege de goudverkopen van diverse centrale banken.

De modernisering van de financiële sector zal dit jaar vastere vormen aannemen. Om gezonde concurrentieverhoudingen binnen het bankwezen te stimuleren zal op verantwoorde schaal de participatie van buitenlandse banken worden gestimuleerd en zullen de overheidsbanken waar nodig gesaneerd en gereorganiseerd worden. In dit kader laat de overheid een sectorprogramma door de IDB financieren welke moet resulteren in de voorgenomen financiële hervormingen. Dit door het IMF-ondersteunde sectorprogramma bestaat uit diverse elementen, zoals wetgeving, toezicht, en versterking van de positie van de Bank. Parallel hieraan zal een agrarisch en handelshervormingsprogramma lopen, dat eveneens gefinancierd wordt door de IDB tegen zachte leningsvoorwaarden.

Het ontwikkelen van een binnenlandse kapitaalmarkt geniet hoge prioriteit en zal worden bewerkstelligd door het voeren van open-marktoperaties door de Bank alsmede door de structurering en regulering van de effectenhandel. Gegeven de flexibele aard van deze gedecentraliseerde kredietmarkt zullen, via de uitgifte van waardepapier, de kredietmogelijkheden worden verruimd voor zowel het bedrijfsleven als de Overheid en zal de mogelijkheid worden gecreëerd voor een efficiëntere allocatie van kapitaal in onze economie.

Voor het doelmatiger doen verlopen van contante geldtransacties heeft onlangs reeds de introductie plaatsgevonden van Sf. 5.000 coupures, waarna in februari die van Sf. 10.000 coupures zal volgen.

Met de uitgifte van deze grote coupures zal worden tegemoet gekomen aan een lang gekoesterde wens van het bedrijfsleven in het algemeen zal de efficiëntie, het gemak en de veiligheid in het chartale betalingsverkeer aanzienlijk worden verhoogd.

De debetrente is het afgelopen jaar met tien procentpunten gedaald naar 25%, wat samenhing met het instellen van diverse fondsen en de algemene macro-economische situatie. Het beleid van de Bank is erop gericht om dit jaar een verdere verlaging van de rente te doen plaatsvinden. De inflatieverwachting is wederom onder de 10%, terwijl de gemiddelde wisselkoersspreiding van 7% verder zal worden verkleind. De betalingsbalans zal naar verwachting een positief saldo vertonen vanwege de influx van buitenlandse investeringen en de hervorming van de financiële sector. Voorts zal het aanhouden van vreemde-valutarekeningen door ingezetenen verder gestimuleerd worden.

De consensus tussen Overheid, bedrijfsleven en vakbeweging en een Overheidsfinancieel beleid dat niet leidt tot monetaire verstoringen, zijn basisingrediënten voor het welslagen van een beleid dat zal moeten resulteren in een toename van onze lokale productie en export en uiteindelijk een hogere inkomen per capita.

Indien wij hierin slagen zullen ook de inflatoire spanningen binnen de economie beheersbaar blijven met verdere wisselkoersstabilisatie in het vooruitzicht.

Onder deze omstandigheden moet het niet uitgesloten worden geacht dat wederom binnen afzienbare tijd een vaste wisselkoers voor de Surinaamse gulden zal kunnen worden genoteerd.

U als exponenten van de financiële sector, bedrijfsleven en vakbeweging speelt een cruciale rol in deze. Ik spreek dan ook de hoop uit dat wij er met gezamenlijke inspanning in zullen slagen om de doelen die wij gesteld hebben te bereiken.