Politieke analyse

DRIE JAAR COALITIEBELEID: WAT IS ER GEREALISEERD?
 

President Wijdenbosch heeft onder druk van massademonstraties afgelopen vrijdag de hand proberen te reiken aan zijn critici door alle ministers te ontslaan. Het is waarschijnlijk 'too little, too late', want het politieke momentum is duidelijk doorgeslagen naar een totale afrekening met de hele regering. De oppositie en wellicht het grootste deel van de bevolking was dan ook niet tevreden met het gebaar van de president en wil een interim-kabinet onder een andere president. De NDP heeft dit goed begrepen en is zaterdag ook gezwicht voor de aanhoudende druk van de massa. De herkozen voorzitter Bouterse riep de Assemblee op om dinsdag a.s. een motie van wantrouwen aan te nemen tegen de hele regering, inclusief de president. Verder wil hij vervroegde verkiezingen en in de tussentijd een crisisaktieplan. In een poging om zijn positie te redden verscheen president Wijdenbosch zaterdagavond op de televisie met meer uitleg over zijn kennelijk onbegrepen beleid en presenteerde daarbij fysiek een dik beleidsdocument 'Pragmatisme in realiteit'. Een regering staat en valt uiteindelijk met de resultaten van het beleid. In dit artikel zal getracht worden na te gaan in welke mate de coalitie c.q. regering er in is geslaagd om de afgelopen drie jaar invulling te geven aan een stuk beleid. Daarbij zal vooral worden uitgegaan van de documenten van de regering en coalitie zelf.
 

Verkiezingsprogramma's
Het begin van een regeringsbeleid moet terug te vinden zijn in de verkiezingsprogramma's. De coalitie die president Wijdenbosch heeft voorgedragen bestond uit drie groepen nl. de NDP, de KTPI en de BVD-VHP. Alleen de NDP had een -overigens zeer uitgebreid- verkiezingsprogramma. De KTPI hanteerde het gezamenlijke verkiezingsprogramma van het Nieuw Front en heeft daarna geen eigen programma gemaakt. De Beweging voor Vernieuwing en Democratie binnen de VHP hanteerde via de VHP ook het Nieuw Front programma. In november 1996 is deze aktiegroep omgedoopt tot de Basispartij voor Vernieuwing en Democratie. Ik heb geen beleidsprogramma kunnen achterhalen, maar bij de oprichting zijn wel de volgende drie doelstellingen genoemd nl. het uitbouwen van de democratie, het realiseren van nationale saamhorigheid, en het reorganiseren van de overheidsorganisatie. Nu al kan gezegd worden dat men geen van deze drie doelstellingen heeft kunnen realiseren, maar juist verder van alle drie is verwijderd. De democratie en saamhorigheid binnen de BVD zelf zijn immers ver te zoeken, terwijl de overheid nog minder efficient werkt dan voor het aantreden van de BVD. Bij de oorspronkelijke coalitiegenoten hebben zich later de PVF, HPP, OPDA (thans DA) en een afsplitsing van de Pendawalima (groep Kasto) gevoegd. De PVF en HPP waren deel van de Alliantie en hadden alszodanig een gezamenlijk verkiezingsprogramma. Inmiddels zijn deze partijen weer terug in de oppositie. De OPDA was deel van DA'91, welke groot voorstander was van een nauwe relatie met Nederland. Die relatie is bijzonder verslechterd, maar de OPDA bleef bij de coalitie zonder een eigen beleidsprogramma te maken. De Pendawalima had wel een verkiezingsprogramma, waarin zeven fundamentele gouden regels waren opgenomen, waaronder het inzetten van Surinamers in het buitenland, het principe dat "bij zeer belangrijke besluiten niet alleen een paar ministers of assembleeleden zullen beslissen, maar dat het volk via een referendum een uitspraak moet doen", en dat o.m. "ministers en assembleeleden verantwoordelijk zijn voor hun bevoegdheden". Geen van deze gouden regels zijn echter gehanteerd in de afgelopen drie jaar. Verder was de Pendawalima voorstander van een beleidsprogramma dat breed wordt gedragen door het volk". De Pendawalima heeft de eigen doelstellingen nauwelijks kunnen realiseren. Het belangrijkste verkiezingsprogramma was dus dat van de NDP, geheten 'Wat te doen?' welke liefst 50 paginas telde. In het programma dat o.l.v. Wijdenbsoch geschreven is, zag de NDP vrijwel overal een crisis, want de volgende 23 zijn opgesomd: economisch, financieel, infrastructuur, sociaal, moreel, werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs, etnisch, gezondheid, sport, transport, gezag, politiek, veiligheid, justitie, constitutioneel, buitenlands beleid, bestuurlijk, kader, energie, drinkwater, afwatering. Suriname stond volgens de NDP "voor het grootste probleem in haar geschiedenis". Het is verbazingwekkend dat de inmiddels tot president gekozen schrijver van 'Wat te doen?' thans geen enkele crisis meer ziet, terwijl volgens de massa op straat het 'grootste probleem van Suriname' inmiddels nog groter lijkt te zijn geworden.
 

Beleidstoespraken
De drie partners die de oorspronkelijke coalitie vormden (NDP, KTPI en BVD-VHP) tekenden op 29 augustus een Protocol van samenwerking met een aantal duidelijke beleidsuitgangspunten. Dit is het regeerakkoord van deze regering, welke hierna zal worden geevalueerd. Naast het verkiezingsprogramma en het regeerakkoord zijn er ook allerlei toespraken van de president die las basis van beleid kunnen dienen. De lange inauguratietoespraak van president Wijdenbosch op 14 september 1996 had al een karakter van een regeerprogramma. Hierin werden al zaken genoemd zoals een produktieraad, vereffenen van een sociale schuld, loon- en prijsbeleid, communicatie-platform en lessen voor morele waarden, decentralisatie van regelgeving, reorganisatie van de overheid, openbaarheid van bestuur. Veel van deze zaken zijn na bijkans drie jaar nog steeds beleidsvoornemens. De president hanteerde toen reeds de term Nationale Reconstructie. De president houdt namens de regering elk jaar de bij wet verplichte begrotingstoespraak. De toespraken geven helaas nauwelijks aan in welke mate de regering er in is geslaagd de in het jaar ervoor genoemde doelen te realiseren. Ook is er geen evaluatie van de gerealiseerde uitgaven van de overheid. Het zou te ver voeren om deze en andere toespraken te toetsen aan de werkelijke realisatie van alle voornemens en aan de consistentie t.o.v. elkaar. Die toetsing zal verder in dit artikel gedaan worden aan de hand van het meer fundamentele regeerakkoord.
 

NRC, MOP en Pragmatiek
Volgens art. 40 van de Grondwet dient er bij wet een Ontwikkelingsplan te worden vastgesteld, welke de basis van het regeringsbeleid vormt (een zgn. meerjarenplan). De regering bleek niet in staat om een dergelijk plan in het eerste jaar in te dienen, waardoor het door de NDP verguisde Meerjaren Ontwikkelings Programma van de regering Venetiaan, plotseling nog als basis van het beleid van de regering Wijdenbosch moest dienen. Bij de begrotingstoespraak op 1 oktober 1997 werd aangekondigd dat het Nationaal Reconstructie Programma (het nieuwe MOP dus) eind 1997 aan de Assemblee zou worden aangeboden. Het lukte de regering pas in 1998 om een meerjarenplan aan de Assemblee aan te bieden, welke echter nog steeds niet is goedgekeurd. Dit betekent dat er nog steeds geen nieuwe wettelijke basis is voor het regeringsbeleid. Inmiddels is het nieuwe MOP -dat nooit operationeel is geworden- kennelijk al achterhaald door het door de president aangekondigde plan 'Pragmatisme in realiteit'. Op het nieuwe MOP is door een werkgroep van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) overigens vernietigende kritiek geleverd in drie artikelen (DWT 4, 5 en 6 augustus 1998). Volgens de VES "voldoet het gepresenteerde concept aan geen van de minimale voorwaarden waaraan een ontwikkelingsprogramma zou moeten voldoen". Verder komt men na bestudering tot de conclusie dat "veel van de maatregelen opgenomen in het concept MOP haaks staan op het reeds ingezette beleid van de regering Wijdenbosch". Ook blijkt dat het MOP "zonder betrokkenheid van het daartvoor getrainde en betaalde kader bij de overheid tot stand is gekomen".
 

Regeerakkoord
Het regeerakkoord van de regering Wijdenbosch, getekend door de voorzitters en ondervoorzitters van de NDP, KTPI en BVD, is het eerdergenoemde 'Protocol voor een politiek-bestuurlijke samenwerking'. In dit document zijn tien beleidsdoelstellingen van de coalitie geformuleerd, die wij inmiddels wel kunnen toetsen.

1. Het eerste punt betreft een algemene doelstelling om maximaal rendement te halen uit de ontwikkelingsmogelijkheden van de natie. Dit is tot nu toe niet gebeurd, integendeel zijn er o.m. problemen ontstaan met de aluminiumproduktie, de garnalensector en de rijstsector.

2. Het tweede punt betreft algemene garanties m.b.t. souvereiniteit, zelfbeschikking, eigenwaarde, maatschappelijke solidariteit, identiteit, zelfontplooiing en gelijke kans voor een ieder, en garanderen van de democratische rechtsstaat. Ofschoon het om vrij abstrakte zaken gaat zijn er inmiddels problemen met de democratische rechtsstaat ontstaan, terwijl de tegenstellingen tussen rijk en arm zijn toegenomen en de gelijke kansen er in de praktijk vaak niet zijn.

3. Als derde stelt het protocol dat t.a.v. het buitenlands beleid er meer integratie in de regio zal komen en met de buurlanden, alsook nauwe betrekkingen met de VS en Nederland. De relaties met de buurlanden en de regio zijn deels wel verbeterd, maar met Nederland duidelijk niet.

4. Ten vierde wilde het protocol een "zelf genererende continue ontwikkelingsproces dat garantie biedt voor welzijn en welvaart". Ofschoon vrij algemeen gesteld kan ook algemeen worden aangegeven dat het gebrek aan welzijn en welvaart voor velen aantoont dat dit nog niet is gelukt, terwijl de uitzichten somber zijn..

5. M.b.t. de ekonomie wordt gesteld dat men deze wilde omvormen van een hulp-afhankelijke naar een nationale beheersbare produktie-ekonomie. Verder versnelde nationale en sectorale ontwikkeling, gelijkelijk verdeeld over stad district en binnenland. En tenslotte een evenwichtig gespreid produktiestelsel. De regering is er niet in geslaagd om de produktie te doen toenemen, integendeel heeft een groot deel van het bedrijfsleven in juni 1998 het vertrouwen in de regering opgezegd. De algemene klacht is dat de import en handel is gegroeid ten koste van de produktie.

6. Het zesde punt handelt over een gezond milieu, beheersbaar houtpotentieel, zorgvuldige gebruik natuurlijke hulpbronnen en vergroting van kredietwaardigheid en stabiliteit. De instelling van een groot natuurreservaat heeft internationale aandacht en waardering gekregen. De kredietwaardigheid en de stabiliteit zijn echter niet toegenomen.

7. Het zevende punt gaat over de sociale sectoren, waarbij men zich o.m. voor nam om minimale bestaanszekerheid te garanderen (juist hier nu een crisis), gelijke kwaliteit van het leven en harmonisering van de samenleving (juist meer polarisatie), moreel herstel (juist meer moreel verval), meer mogelijkheden voor vrouw en betere zorg voor kind (geen vooruitgang), meer drugs- en criminaliteitsbestrijding m.b.v. buitenlandse expert (nog niet gelukt).

8. Ten achtste werd aangegeven dat de basisbehoeften bevredigd zouden worden,m.n. gezondheidszorg, huisvesting, watervoorziening, werkgelegenheid, onderwijs, openbaar vervoer, begaanbare wegen, betaalbare energie, en veiligheid. Op gebied van huisvesting, watervoorziening en openbaar vervoer is de situatie wel iets verbeterd. De gezondheidszorg, onderwijs, wegen en dure energie zijn nog een groot probleem.

9. De coalitie wilde een onafhankelijke monetaire positie van de Centrale Bank, zonder monetaire financiering. Met name over het laatste bestaat grote twijfel.

10. Tenslotte wilde de coalitie "daadwerkelijke operationalisering van de bestuurlijke en financiele decentralisatie van het bestuur" en versterking van de demokratie. Dit is nauwelijks geimplementeerd en de meeste ressortraden funktioneren niet.

Aan het eind van het protocol geven de partijen aan dat de coalitie moet steunen "op een ruime partij-politieke meerderheid, vertegenwoordigend een breed maatschappelijk vlak, als basis voor een parlementair meerderheidskabinet, dat zich verzekerd weet van een brede steun in de Volksvertegenwoordiging. Het is duidelijk dat hier al lang geen sprake meer van is en dat de politieke basis erg smal en wankel is geworden.

Wat uit de bovenstaande korte evaluatie blijkt is dat de coalitie er slechts op een paar punten in is geslaagd om haar doelstellingen te realiseren. In de meeste gevallen lukte dit echter niet, terwijl er diverse keren zelfs bewust tegen de eigen uitgangspunten in is gehandeld.
 

Niet gelukt
Gesteld kan worden dat bijkans drie jaar na het aantreden van de regering Wijdenbosch er nog steeds geen goed gefundeerd en goedgekeurd meerjarenplan is en de grondslagen voor het beleid dus erg zwak zijn. Dit betekent dat ondanks alle mooie verhalen over beleid, de overheid geen beleidskader heeft om een samenhangend beleid te kunnen voeren. Voor zover het er al was heeft men zich er vaak niet eens aan gehouden. Het overheidshandelen heeft daarom de afgelopen jaren dan ook meer een 'piki piki plei' karakter getoond i.p.v. een coherent en planmatig karakter. De povere beleidsresultaten lijken het logisch gevolg van het gebrek aan een goed beleidskader en beleidsdiscipline.

Bij zijn ambtsaanvaarding gaf Wijdenbosch zeer stellig aan dat er openbaarheid van bestuur zou komen, maar op dit punt heeft de regering jammerlijk gefaald, omdat er zeer weinig openheid van m.n. contracten en transakties is geweest (bijv. leningen, aanbestedingen, rekeningen bij de Centrale Bank, gronduitgifte). De beschuldigingen en vermoedens m.b.t. corruptie zijn dan ook niet van de lucht. De president deed bij zijn intrede twee beloften nl. dat er condities voor een nieuwe ontwikkelingsdynamiek geschapen zou worden, en dat hij de natie tot een waarachtige democratie zou helpen smeden, waarbij de kwaliteit van het bestaan gegarandeerd zou zijn. De condities zijn helaas verslechterd. De democratie met een nauwelijks functionerende Assemblee, weinig controle op het overheidshandelen, een regering die maatschappelijke groepen links laat liggen, ministers en volksvertegenwoordigers die vaak groeps- en persoonlijk belang boven het algemeen belang stellen, en een president die niet gevoelig is gebleken voor opbouwende kritiek, kan nauwelijks waarachtig genoemd worden. Het aanwezige kader is nauwelijks ingezet en gedemotiveerd, terwijl het overheidsbeleid vrijwel geen enkele groepering in de samenleving nog inspireert. Er is weinig reden om te geloven dat in de resterende periode het beleid van de regering Wijdenbosch qua karakter fundamenteel zal veranderen. De huidige crisis vergt geen uitgebreid beleidsdocument, maar een kort pragmatisch crisisplan met bijbehorend crisismanagement, welke gestoeld is op de realiteit van een falende economie en tegen de achtergrond van verregaande verarming van grote delen van de bevolking.
 

Dr. Marten Schalkwijk

Verschenen in De Ware Tijd van dinsdag 1 juni 1999