Prae-advies van de Raad van Commissarissen
Ontwilkkeling van het DSB-aandeel
Vijf jaren De surinaamse Bank N.V.
Vennootschappelijke balans na winstverdeling per 31 december 1996
Vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 1996
Geconsolideerde balans na winstverdeling per 31 december 1996
Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 1996
Activa vennootschappelijke en geconsolideerde balans
Passiva vennootschappelijke en geconsolideerde balans
Vennootschappelijke en geconsolideerde winst- en verliesrekening
Ter voldoening aan het voorschrift van artikel 20 lid 3 van de statuten hebben wij de eer u inzake de jaarrekening 1996 van De Surinaamsche Bank N.V. het volgende te berichten.
Wij hebben de vennootschappelijke balans per 31 december 1996, de vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 1996 alsmede de toelichtingen daarop, waarbij zijn toegevoegd de geconsolideerde balans per 31 december 1996, de geconsolideerde winst- en verliesrekening over 1996 en de toelichtingen, doen onderzoeken en wij adviseren u de onderhavige jaarrekening, zoals die tezamen met de accountantsverklaring van Ernst & Young Suriname, Accountants, door de direktie ter behandeling wordt aangeboden, vast te stellen.
Het bedrijfsresultaat vóór belastingen bedroeg Sf 1.124.872.000. Na aftrek van de belastingen ad Sf 576.042.000 en het belang van derden ad Sf 44.000 en bijtelling van de onverdeelde winst van het vorige jaar ad Sf 1.000 rest ter verdeling een bedrag van Sf 548.787.000. Bij goedkeuring van de jaarrekening en het verwerkte voorstel tot winstverdeling zal over het boekjaar 1996 een kontant dividend worden uitgekeerd van Sf 142.831.000, d.i. Sf 81,25 per aandeel van nominaal Sf 25,-. Een deel hiervan n.l. Sf 31,25 is reeds betaalbaar gesteld als interimdividend. Als slotdividend zal derhalve Sf 50,- per aandeel worden uitgekeerd.
Het totale kontant dividendpercentage bedraagt 325%. De resterende nettowinst ad Sf 405.956.000 zal aan de reserve worden toegevoegd. Naast het dividend in kontanten stelt de direktie voor een uitkering van 10% in aandelen ten laste van de agio-reserve. Met deze voorstellen van de direktie kunnen wij ons verenigen. Wij adviseren u dan ook deze voorstellen goed te keuren.
Volgens het door de Raad van Commissarissen opgemaakte rooster van aftreden, zoals bepaald in artikel 13 lid 7 van de statuten, zijn aan de beurt de heren Drs. A.J. Brahim en Ir. L.C. Johanns.Wij stellen u voor de aftredende commissarissen, die zich herkiesbaar stellen, te herbenoemen.
Wij zeggen direktie, staf en overige medewerkers gaarne dank voor hun inzet en loyaliteit in het afgelopen jaar.
Paramaribo, 28 april 1997
Drs. A.J. Brahim
Drs. F.G.H. Deckers
Ir. L.C. Johanns
J.J. Oyevaar, Gedelegeerd
Ir. R. Shankar
Het jaar 1996 was in vele opzichten een enerverend jaar. Nadat Suriname in 1995 als 14e lidstaat was toegelaten tot de Caricom, werden de binnengrenzen per 1 januari 1996 opgeheven. Surinaamse ondernemers kregen per die datum toegang tot een markt van 5,5 mln. mensen. In 1996 bleek overduidelijk dat de concurrentiepositie van ons bedrijfsleven beduidend ongunstiger is dan die van de meer ontwikkelde (ei)landen in de Caricom zoals Trinidad & Tobago. Hierdoor worden wij overspoeld met hun produkten zonder dat wij in staat zijn de export naar deze markt op te voeren. Hoewel recente statistieken met betrekking tot deze goederenstroom ontbreken, is het evident dat de handelsbalans met deze landen verder verslechterd is (NB: omdat wij onze aardolieprodukten uit Trinidad importeren is de handelsbalans met de Caricom reeds jaren negatief).
Als voornaamste oorzaken van deze verslechtering kunnen genoemd worden:
Het gedurende vele jaren niet beschikbaar stellen van deviezen voor het bedrijfsleven tegen de officiële wisselkoers. In die periode zijn er dan ook nauwelijks vervangingsinvesteringen gepleegd; modernisering van het produktieapparaat bleef dientengevolge uit. Ondernemers moeten het derhalve stellen met een verouderd machinepark;
De belastingtarieven, die in het kader van de uitvoering van het Structureel Aanpassings Programma (SAP) drastisch zijn verhoogd. De tarieven van de direkte belastingen voor zowel de burgers als het bedrijfsleven behoren momenteel tot de hoogste in de Caricom, ook nadat deze ingaande 1 januari 1997 enigszins verlaagd zijn;
Veel grondstoffen, die in Suriname onderhevig zijn aan invoerrechten zijn in andere Caricomlanden invoerrechtenvrij. (De regering heeft zeer recentelijk besloten deze vorm van ongelijke behandeling op te heffen. Hopelijk wordt deze beslissing op korte termijn geëffectueerd);
De energiekosten liggen op Trinidad, in verhouding tot ons land, op een aanmerkelijk lager niveau. In ons jaarverslag 1995 gaven wij aan dat onze toetreding een bijzondere uitdaging inhoudt; tenzij de regering in staat is de macro-economische uitgangspunten voor de bedrijven in lijn te brengen met die van de overige Caricomlanden, moet de toetreding als een te hoog gegrepen uitdaging beschouwd worden.
Ook in andere opzichten was het een moeilijk jaar voor de industriële sector in het algemeen en de exportsector in het bijzonder. Wij noemen de enorme appreciatie van de Surinaamse gulden in 1995. De effecten hiervan, met betrekking tot de verslechtering van de concurrentiepositie, werden pas goed voelbaar in 1996.
Wij bepleiten dan ook een wisselkoersbeleid waarbij zowel appreciatie als depreciatie van de
Surinaamse gulden vermeden wordt; van een dergelijk beleid was inderdaad sprake in 1996.
Verschuivingen op het politieke vlak
Ook op het politieke vlak was 1996 een turbulent jaar. De op 23 mei gehouden algemene
verkiezingen voor De Nationale Assemblee (DNA) hadden een ordelijk verloop en bezorgden de
regeringscombinatie verenigd in het Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling (Nieuw Front)
24 van de 51 te behalen zetels.
Daar dit aantal het Nieuw Front niet de gekwalificeerde meerderheid voor verkiezing van de President en de Vice-President verschafte, diende het een samenwerking met een of meer van de kleine partijen aan te gaan.
Na oeverloos onderhandelen over de zetelverdeling zonder tot een bevredigend resultaat voor alle bij de besprekingen betrokken partijen te geraken, viel de coalitie uiteen. Negen coalitieleden scheidden zich af en sloten zich aan bij de op dat moment grootste oppositiepartij (NDP), die met 16 zetels uit de bus was gekomen. Met de 9 uit de coalitie getreden DNA leden, maakte ook een deel van de voor hun partij gekozen districts- en ressortraadsleden de overstap.
Voor de verkiezing van de President en de Vice-President van de Republiek Suriname is zoals aangegeven een tweederde meerderheid in De Nationale Assemblee vereist. Geen der partijen of partij-combinaties, die aan de verkiezingen hadden deelgenomen, beschikte over een dergelijke meerderheid. Evenals in 1991 moest deze verkiezing dus door de Verenigde Volksvergadering, bestaande uit 869 assemblee-, districtsraads- en ressortraadsleden plaatsvinden. In deze vergadering is er volgens de grondwet slechts een gewone meerderheid vereist.
De verkiezing werd gehouden op 5 september 1996. De kandidaten van de nieuwe coalitie, de
heren Drs. Jules Wijdenbosch en Drs. Pretaap Radhakishun werden gekozen en op 14 september
d.a.v. als President en Vice-President geïnstalleerd. Bij deze drastische verschuiving in de politieke
machtsverhouding is de verkiezingsuitslag kennelijk niet van betekenis geweest.
Aanpassingsmaatregelen Regering Venetiaan
Het moet de regering Venetiaan meegegeven worden dat met het uiteindelijk doorvoeren van de zeer pijnlijke, maar noodzakelijke aanpassingsmaatregelen een gezonde basis voor de economie gelegd werd waarop de nieuwe regering zou kunnen voortbouwen. Deze gunstige beoordeling komt overeen met de rapportage van 9 december 1996 van het Internationale Monetaire Fonds, in welk verslag het instituut een belangrijk keerpunt constateert in de economische en financiele situatie van het land en wel op het stuk van:
- herstel van de fiscale discipline
- unificatie en vervolgens stabilisatie van de wisselkoers
- herstel van zowel het intern als het extern evenwicht tot uitdrukking komend in een aanzienlijke verbetering van de monetaire reserve, substantiële vermindering van de buitenlandse staatsschuld en terugkeer van vluchtkapitaal.
Een rapport derhalve waar je zeker mee naar huis kunt.
Regeringsverklaring 1996-2001
In de Regeringsverklaring 1996-2001 die op 1 oktober door de President van de Republiek werd voorgelezen, werd het beleid uiteengezet. Het is bijzonder jammer dat bewindslieden van de huidige regering, waaronder de President van het land, bij diverse gelegenheden hebben aangegeven dat het Struktureel Aanpassings Programma (SAP), dat op 23 november 1992 door De Nationale Assemblee werd goedgekeurd, niet gecontinueerd zal worden omdat de nieuw aangetreden regering een ander beleid voorstaat. Het zou richtig geweest zijn indien De Nationale Assemblee een evaluatie van het SAP gepleegd had. In een zakelijke en rationele discussie zou een nieuw beleid kunnen worden geargumenteerd en het fundament hiervoor worden gelegd. Een bevolking die de noodzaak tot en de richting van een nieuw beleid begrijpt, zal eerder geneigd zijn dat beleid te ondersteunen. Het is van grote importantie ervoor te waken dat de uitgangspunten voor verantwoord overheidsbeleid door op populariteit gebaseerde uitvoering worden prijsgegeven. Zo dient voorkomen te worden dat er wederom een niet meer op de kapitaalmarkt financierbaar tekort ontstaat op de overheidsbegroting.
Om dit te bereiken is het noodzakelijk de overheidsuitgaven terug te dringen en tot een betere spreiding van de belastingheffing te komen, waarbij voorop staat dat de belastingdruk op de burgers en het bedrijfsleven de in de overige Caricomlanden geldende niet te boven gaat.
Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat wij eigenlijk weinig keuze hebben en ernaar moeten streven
de overheidsuitgaven te saneren. Prioriteit in deze genieten o.m. afschaffing van de subsidies,
privatisering van overheidsbedrijven en afslanken van het ambtenaren-apparaat.
Evaluatie macro-economische aspecten
Traditiegetrouw onderwerpen wij enkele macro-economische aspekten aan een kritische evaluatie t.w.:
- het buitenlands betalingsverkeer en de wisselkoersproblematiek
- de monetaire ontwikkeling
- de ontwikkeling van de betalingsbalans
- de overheidsfinanciën
- de staatsschuld en
- de ontwikkeling van de produktiesektor.
Buitenlands betalingsverkeer en wisselkoersproblematiek
Op het vlak van het buitenlands betalingsverkeer kunnen wij vermelden dat met name in de eerste helft van 1996 een toenemend deel van de betalingen aan het buitenland wederom via het bankwezen werd geleid. Dit ligt aan het feit dat via het bankwezen een keuzemogelijkheid bestaat uit diverse betalingsinstrumenten w.o. Letters of Credit en incasso's. Deze instrumenten zijn slechts via de banken beschikbaar. In 1996 is ook zeer nadrukkelijk gebleken dat de banken, in tegenstelling tot het parallelle betalingscircuit, betalingen aan het buitenland efficienter en veel veiliger kunnen afhandelen. Twee incidenten dienen hierbij als voorbeeld. Het eerste incident betreft een illegale cambio waarvan de hoofdeigenaar met de noorderzon vertrok nadat hij voor Surinaamse begrippen enorme bedragen voor transfer ontving en de transfers zelf niet meer uitvoerde.
Het behoeft geen betoog dat de klienten met een uiterst twijfelachtige vordering zitten.
Het tweede incident betreft een andere illegale cambio die ter effectuering van overmakingen door Surinaamse importeurs regelmatig grote bedragen aan goud en vreemde valuta het land uitvoerde. Het is momenteel nog onduidelijk of deze illegale cambio gebruik maakte of slachtoffer werd van de enorme onduidelijkheid in het deviezenregiem. Het ligt nu aan de rechter om daar een uitspraak over te doen.
Tabel 1
| Verkoopkoers CbvS voor USD in Sf Bankpapier in 1996 | ||||
| 1/1 | 31/3 | 30/6 | 30/9 | 31/12 |
| 408 | 406 | 406 | 406 | 406 |
In eerdere jaarverslagen hebben wij aangegeven dat de deviezenregeling niet meer strookt met de hedendaagse realiteit. Doordat de deviezenwetgeving van 1947 nog steeds van kracht is en men door rechtsprodukten van lagere orde getracht heeft een liberaler deviezenbeleid te creëren, is het geheel niet alleen zeer gecompliceerd geworden, maar is er vaak ook sprake van tegenstrijdigheid in de verschillende voorschriften. De wetsdienaar die de deviezenwetgeving moet toepassen heeft derhalve een uiterst moeilijke taak.
Onze munt heeft in het verslagjaar 1996 een vrij rustig koersverloop gekend. Het rustig verloop leiden wij niet alleen af van bovengenoemde tabel maar meer nog van tabel 2, waarin de relatieve mutatie van de koers van de Nederlandse gulden op de parallelle markt is aangegeven.
Tabel 2
| Geldontwaarding | |||||
| 1996** | 1995* | 1994 | 1993 | 1992 | |
| Binnenlandse Liquiditeitenmassa (x Sf mln) | 67,9 | 61,4 | 23,3 | 6,7 | 3,6 |
| Inflatie in % (volgens ABS) | -1,1 | 235,6 | 368,5 | 143,5 | 43,7 |
| Gem. NLG koers (parallelle markt) | 224,6 | 302,3 | 142,5 | 31,3 | 14,0 |
| Relatieve mutaties van de koers | -25,6 | 112,0 | 356,0 | 124,0 | 44,0 |
Bron: Internationaal Monetair Fonds, Centrale Bank van Suriname, Het Algemeen Bureau voor Statistiek em de Surinaamse bank NV.
* Voorlopige cijfers
** Voorlopige cijfers per ultimo september
Hiervoor zijn de volgende oorzaken te noemen:
Het begrotingstekort op kasbasis bleef beperkt, waardoor er vanuit de sfeer der overheidsfi nanciën nauwelijks verstoring in het monetair evenwicht optrad.
Hoewel de direkte betalingen van de bauxietmaatschappijen aan de Surinaamse overheid van USD 25,6 miljoen terugvielen naar USD 20 miljoen als gevolg van verminderde betalingen aan inkomstenbelasting namen gedurende 1996 de US-dollar overmakingen via de CBvS toe en wel van USD 45 miljoen in 1995 tot USD 49 miljoen in 1996. Deze verhoogde overmakingen waren het gevolg van de verhoogde investeringsaktiviteiten annex verhoogde aankopen van materialen en diensten op de lokale markt. Zoals bekend hebben de bauxietmaatschappijen een rekeningcourantverhouding met hun moedermaatschappijen.
Transfer van dollaropbrengsten naar Suriname vindt plaats voor de betaling van lonen, belastingen en lokale aankopen.
Ook in dit verslagjaar maken wij gewag van het succes van het in 1995 geïntroduceerde inningssysteem van de direkte belastingen, het zgn. "Self Assessment System" waarbij bedrijven en natuurlijke personen hun belastinggelden zeer snel aan de fiscus moeten afdragen volgens de "pay as you earn" formule. Met dit systeem was het ook in 1996 niet nodig begrotingstekorten te laten financieren door de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en gelukte het de overheid regelmatig af te lossen op haar lange schuld bij de Bank.
Vanaf medio 1994 is de CBvS begonnen met het geleidelijk aan opbouwen van haar toen minieme
reserves. Door regelmatig deviezen beschikbaar te stellen aan de deviezenbanken werden deze in
meerdere mate in staat gesteld te voldoen aan de vraag van de importhandel.
In de tweede helft van 1996 en met name in het vierde kwartaal was er sprake van vertraging in de beschikbaarstelling van deviezen door de CBvS aan de deviezenbanken. Hierdoor moesten de importeurs zich helaas weer in toenemende mate wenden tot de parallelle valutamarkt. Deze situatie werd veroorzaakt door afname van de deviezenopbrengsten en een grotere vraag naar deviezen vanuit de importsector. De afname ontstond door stagnatie van de export als gevolg van stakingen in de bauxietsector, het volmaken van het exportquotum naar de Europese Unie (E.U.) en de toename van rijstexporten uit de Verenigde Staten van Amerika naar de E.U. De grotere vraag naar deviezen had te maken met de bittere noodzaak het machinepark te moderniseren. Ook de vraag naar duurzame consumptiegoederen door de verhoogde koopkracht van de bevolking heeft daar een steentje toe bijgedragen.
In de afgelopen jaren heeft de hyperinflatie een aanslag gepleegd op de koopkracht van mensen met een vast inkomen, waardoor velen in levensstandaard achteruitgegaan zijn. Met deze constatering waar niemand omheen kan, is in deze periode dan ook de gedachte geformuleerd van de "social debt", waarbij men ervan uitgaat dat de koopkracht van eertijds, voor mensen met een vast inkomen, hersteld moet worden.
Bij wie deze claim gelegd moet worden en in welk tempo die moet worden uitgevoerd, wordt pas
duidelijk als blijkt dat de looneisen de gemeten inflatie van dit moment verre te boven gaan. Deze
claim wordt gemakshalve dan gelegd op de drempel van de werkgever. Wij willen er nadrukkelijk
op wijzen dat voorkomen moet worden dat wij ooit weer terechtkomen in een loon- en prijsspiraal.
Dit betekent dat leiders van bedrijven en vakbonden het eens moeten worden over het feit dat
koopkrachtversterking slechts verantwoord is indien daartegenover een navenante stijging van de
produktiviteit staat. Loonsverhogingen die de stijging van de produktiviteit te boven gaan, leiden
onverbiddelijk tot inflatie.
De monetaire ontwikkeling
Evenals in 1995 stelden de monetaire autoriteiten zich in 1996 voornamelijk ten doel het vertrouwen in de Surinaamse gulden, zowel nationaal als internationaal, te vergroten. Dit trachtten zij te bereiken door het versterken van de monetaire reserves (vide tabel 3) niet alleen in absolute termen maar ook als percentage van de geldhoeveelheid (vide tabel 4).
Tabel 3
| Omvang en samenstelling van de Monetaire Reserve (in Sf mln) | |||||
| 1996** | 1995* | 1994 | 1993 | 1992 | |
| Netto deviezenpositie | 50.040,4 | 57.016,0 | 18.708,8 | 796,0 | -87,5 |
| Goud | 12.336,7 | 16.827,2 | 5.865,1 | 1.502,3 | 28,9 |
| Totaal | 62.377,1 | 73.843,2 | 24.573,9 | 2.298,3 | -58,6 |
Bron: Centrale Bank van Suriname
*Voorlopige cijfers
** Voorlopige cijfers per ultimo september
Het vertrouwen werd verder vergroot door een begin te maken met de aflossing van de overheidsschulden aan het buitenland, nadat deze in overleg met het crediteurland herschikt waren. Bij de bespreking van "De Staatsschuld" komen wij hierop terug.
In tabel 3 presenteren wij de ontwikkeling van de monetaire reserve tot ultimo september 1996. Tabel 4 geeft de groei van deze grootheid ten opzichte van de primaire liquiditeiten(M1) en de binnenlandse liquiditeitenmassa (M2) per dezelfde datum aan.
Tabel 4 laat duidelijk zien dat de verhouding tussen de monetaire reserve en M1 respectievelijk M2 in de loop van het verslagjaar onder druk is komen te staan.
Tabel 4
| Binnenlandse liquiditeitenmassa (in Sf mln) | |||||
| Omschrijving | 1996** | 1995* | 1994 | 1993 | 1992 |
| Chartaal geld
Giraal geld |
22.727,3
28.141,8 |
25.198,7
32.528,9 |
10.486,2
10.396,5 |
2.638,2
3.404,5 |
1.347,2
1.873,9 |
| Totaal prim.liq. (M1) | 50.869,1 | 57.727,6 | 20.882,7 | 6.042,7 | 3.221,1 |
| Termijndeposito's <1jaar
Oneigenlijke spaargelden Goudcertificaten |
14.901,9
1.771,2 339,1 |
2.582,3
1.121,5 375,2 |
2.087,5
331,4 -- |
428,6
180,1 -- |
208,5
142,8 -- |
| Totaal sek. liq. | 17.012,2 | 4.079,0 | 2.418,9 | 608,7 | 351,3 |
| Binnenl. liq. massa (M2)
Monetaire reserve in %van M1 M2 |
67.881,3
123 92 |
61.806,6
128 119 |
23.301,6
118 105 |
6.651,4
38 35 |
3.572,4
-2 -2 |
Bron: Centrale Bank van Suriname
* Voorlopige cijfers
**Voorlopige cijfers per ultimo september
Dit is enerzijds te verklaren door de vermindering van de waarde van de componenten van de monetaire reserve; anderzijds constateren wij een aanzienlijke toename van de binnenlandse liquiditeitenmassa. Kennelijk is de inflatieverwachting bij beleggers nog van dien aard dat zij,gedreven door een hoge mate van liquiditeitsvoorkeur, hun toevlucht nemen tot rentedragende produkten met een betrekkelijk korte looptijd. Vanaf medio 1996 hebben de banken op deze ontwikkeling ingespeeld door het publiek, naast de reeds bestaande beleggings- en spaarprodukten, heel korte deposito's aan te bieden. Als wij ultimo september 1996 vergelijken met eind 1995 dan blijkt uit tabel 4 dat de omvang van de bij het bankwezen aangehouden termijndeposito's met een looptijd van korter dan 1 jaar meer dan vervijfvoudigde. De grootste stijging vond plaats in het
derde kwartaal met een toename van Sf 10,6 miljard.
Het bankwezen was derhalve slechts in staat om tegen vrij hoge reële rentes gelden voor de middellange termijn aan te trekken, hetgeen onder andere ertoe leidde dat een verdere daling van de debetrente voorlopig van de baan was.
Overigens moet vermeld worden dat de zuigkracht die de zogenaamde "nearbankers" uitoefenen op het aanbod van geld bij het bankwezen zeker een van de factoren is die ertoe hebben bijgedragen dat het algemeen renteniveau na maart 1996 geen verdere verlagingen heeft ondergaan. Door de negatieve consequenties voor de economie van het land willen wij hier summier ingaan op het verschijnsel dat men in Suriname ten onrechte als "near banking" bestempelt.
Onder "near banking" wordt in het algemeen verstaan het ontplooien van kredietverlenende aktiviteiten door een niet als bankbedrijf gevestigde instelling al dan niet ter ondersteuning of bevordering van de eigenlijke ondernemingsaktiviteiten. Hiertoe worden overtollige eigen middelen dan wel door de onderneming aangetrokken middelen aangewend voor financiering van economische aktiviteiten in de produktieve of consumptieve sfeer tegen condities die niet erg veel verschillen van die van het bankwezen. Het direkt in het oog springend verschil met het verschijnsel dat zich de laatste jaren in ons land voordoet en geheel ten onrechte als "near banking" wordt aangeduid is dat hier gelden worden opgenomen tegen een rentevergoeding die door geen enkele legale economische aktiviteit kan worden opgebracht. Verder worden de opgenomen gelden in tegenstelling tot echte "near banking"-middelen niet teruggeploegd in de economie. Dit heeft als consequentie dat deze gelden aan de geldcirculatie worden onttrokken, dus niet beschikbaar zijn voor financiering in de produktieve en/of consumptieve sfeer en dat de aanzet voor het ontplooien van initiatieven op het stuk van investeringen in o.m. de produktieve sector teniet wordt gedaan.
Tabel 5
| Kredietverlening versus norm (in Sf mln) | |||||
| Omschrijving | 1996** | 1995* | 1994 | 1993 | 1992 |
| Berekende norm | 24.128,8 | 20.958,0 | 7.764,7 | 3.300,1 | 2.456,3 |
| Berekende kredietverlening | 24.727,7 | 20.619,6 | 6.911,4 | 3.271,7 | 2.565,0 |
| Overschrijding (+) | 598,9 | -338,2 | -853,3 | -28,4 | 108,7 |
Bron: Financiële Nota 1996 (Ministerie van Financien)
* Voorlopige cijfers
** Voorlopige cijfers per ultimo september
Echte "near banking" aktiviteiten zijn evenals die van het bankwezen transparant en gericht op continuïteit van het bedrijf. Langs deze weg bepleiten wij de noodzaak van daadwerkelijk optreden door de overheid tegen de beoefenaars van "near banking" praktijken. Dit zal het land alleen maar goede vruchten opleveren.
Wil de overheid de rente verder omlaagbrengen dan zal zij een consequent beleid moeten voeren
van inflatiebeteugeling en wisselkoersstabiliteit als essentiële onderdelen van consistent en
transparant bestuur. Slechts zo'n beleid wint het vertrouwen van beleggers en investeerders,
waardoor ook de rente naar een normaal, internationaal acceptabel niveau kan.
Tabel 5 geeft duidelijk aan dat de banken, in tegenstelling tot de periode 1993-1995, de kredietnorm met ongeveer 2,5% hebben overschreden per eind maart 1996.
Aangezien de CBvS dit niet bevorderlijk achtte voor de wisselkoersstabiliteit, werd er een sanctieregeling ingevoerd. Wij zijn van oordeel dat de overschrijding van de kredietnorm eerder te maken heeft met het feit dat enkele banken moeite hadden om hun beleenbare middelen (eigen vermogen en aangetrokken beleggings- en spaarmiddelen) te doen toenemen, dan dat de kredietverlening door een gunstig macro-economisch klimaat positief werd beïnvloed.
Tabel 6
|
Balansen der Algemene Banken (in Sf mln) | |||||
| Omschrijving | 1996* | 1995* | 1994 | 1993 | 1992 |
| Aktiva
Vorderingen op liquiditeiten creërende instellingen Kortlopende vorderingen op de overheid (netto) Vorderingen op de private sektor Beleggingen op de binnenlandse kapitaalmarkt (waarvan overheid) Buitenlandse aktiva Diverse binnenlandse aktiva |
19.231,1 277,7 35.058,7 4.499,6 ( 30,9) 45.234,6 8.599,9 |
31.619,6 174,9 19.484,2 1.010,9 ( 30,9) 28.016,1 5.548,9 |
7.394,3 187,5 6.319,5 522,0 ( 78,2) 20.601,2 3.263,7 |
3.095,8 134,8 2.841,6 418,3 ( 85,6) 1.952,0 1.430,0 |
2.008,2 55,6 2.233,8 359,0 ( 85,3) 36,0 231,8 |
| Totaal | 112.901,6 | 85.854,6 | 38.288,2 | 9.872,5 | 4.960,4 |
| Passiva
Schulden met het karakter van binnenlandse liquiditeit Verplichtingen aan liquiditeiten creërende instellingen Kortlopende verplichtingen uit hoofde van ontwikkelingssamenwerking Lang aangetrokken binnenlandse middelen a. Eigenlijke spaargelden b. Lange termijndeposito's c. Overige Kapitaal en reserves Buitenlandse passiva Diverse buitenlandse passiva |
42.014,6 2.316,2 928,7
26.059,3 (15.940,8) ( 9.829,9) ( 288,6) 4.952,9 29.132,3 7.497,6 |
34.616,1 2.035,6 1.272,7
17.678,8 (10.093,7) (7.525,5 ( 59,6) 3.695,9 18.603,4 7.952,1 |
12.182,1 1.165,1 955,7
4.977,7 (2.982,7) (1.816,3) ( 178,7) 2.170,0 11.721,1 5.116,5 |
3.884,5 226,1 103,1
2.699,0 (1.620,7) ( 950,0) ( 128,3) 473,0 668,9 1.817,9 |
2.167,3 95,4 25,6
2.042,9 (1.285,1) ( 709,6) ( 48,2) 310,5 158,9 159,8 |
| Totaal | 112.901,6 | 85.854,6 | 38.288,2 | 9.872,5 | 4.960,4 |
Bron: Centrale Bank van Suriname
* Voorlopige cijfers
Tabel 6 laat de ontwikkeling van diverse componenten uit de balansen der algemene banken zien.
De ontwikkeling van de betalingsbalans
In tabel 7 is in verkorte vorm de betalingsbalans op kasbasis opgenomen. Het verloop van de betalingsbalans van een land vindt zijn verklaring in de reële sector. Onder het hoofdstuk "De ontwikkeling van de produktiesektor" wordt dit nader behandeld. Voor een goede verklaring van de werkelijke goederenstroom is het van belang om te beschikken over betrouwbare betalingsbalansstatistieken op transaktiebasis. Deze registreren nl. de goederenbewegingen bij grensoverschrijding en geven een goed beeld van de verplichtingen c.q. de vorderingen die het gevolg zijn van een dergelijke import of export. Helaas wordt de betalingsbalans op transaktiebasis niet meer opgesteld.
Evenals in het voorgaande jaar hebben wij de betalingsbalans op kasbasis in USD in dit verslag verwerkt. Helaas is het ons niet gelukt om deze cijfers per ultimo 1996 te verkrijgen, waardoor de in onderstaande tabel aangegeven data slechts betrekking hebben op de eerste helft van 1996.
Uit de gegevens van de CBvS blijkt dat na een periode van drie jaar de lopende rekening weer een negatief saldo vertoonde, zij het dat wij slechts de beschikking hebben over de cijfers met betrekking tot de eerste zes maanden van het verslagjaar. Door de negatieve ontwikkelingen in de tweede helft van 1996 (vide "De ontwikkeling van de produktiesector") mogen wij ervan uitgaan dat de handelsbalans (saldo goederenrekening) beduidend negatiever is afgesloten dan per 30 juni nog het geval was.
Tabel 7
| Betalingsbalans op Kasbasis (in USD mln) | |||||
| Omschrijving | 1996* | 1995* | 1995** | 1994 | 1993 |
| Goederen uitvoer
Goederen uitvoer |
193,1
198,7 |
212,2
129,3 |
415,6
292,6 |
293,6
193,6 |
2998,3
213,5 |
| Saldo goederenrekg.
Saldo onzichtb. verkeer1 |
-5,6
-23,0 |
82,9
-29,5 |
123,0
-60,3 |
100,0
-46,9 |
84,8
-63,7 |
| Saldo lopende rek. (I) | -28,6 | 54,4 | 62,7 | 53,1 | 21,1 |
| Overheidskap.verkeer
Part. kap. Verkeer 2 Herwaardering mon. Goud |
7,1
17,4 0,4 |
2,8
-41,4 6,7 |
26,3
5,9 23,2 |
7,4
-24,8 0,6 |
25,4
-34,0 1,7 |
| Saldo kapitaalrek.3 (II) | 24,9 | -31,9 | 55,4 | -16,8 | -6,9 |
| Saldo totale rekening (III=I+II) | -3,7 | 22,5 | 118,1 | 36,3 | 14,2 |
Bron: Centrale Bank van Suriname
*Voorlopige cijfers eerste halfjaar
1: omvat diensten, primaire inkomens en inkomensoverdrachten
2: inkl. Bankverkeer, nog te rubriceren posten en waardeverschillen
3: waardering tegen maandgemiddelden de dagaankoopkoersen
** Voorlopige cijfers 1995
De overheidsfinanciën
Onderstaande tabel 8 geeft inzicht in de begroting 1997.
Tabel 8
| De ontwerpbegroting 1997 (in Sf mln) | |||||
| Omschrijving | 1997 | 1996 | 1995* | 1995(1) | 1994 |
| I Gewone dienst
-uitgaven -ontvangsten |
67.732,8 74.665, |
56.510,2 62.287,8 |
52.882,3 50.596,8 |
15.826,3 18.036,6 |
8.790,6 3.000,0 |
| Saldo gewone dienst | 6.933,1 | 5.777,6 | -2.285,5 | 2.210,3 | -5.790,6 |
| II Buitengewone dienst
-uitgaven -ontvangsten |
1.861,7 3,4 |
3.820,3 3,4 |
5.851,8 3,4 |
2.068,0 5,4 |
694,8 4,6 |
| Saldo buitengewone dienst | -1.858,3 | -3816,9 | -5.848,4 | -2.062,6 | -690,2 |
| Saldo gewone en buitengewone dienst | 5.074,8 | 1.960,7 | -8.133,9 | 147,7 | -6.480,8 |
| III Ontwikkelingsdienst
-uitgaven -ontvangsten |
54.810,0 54.810,0 |
51.513,8 48.754,8 |
93.512,5 93.512,5 |
7.870,0 7.780,0 |
7.870,0 7.870,0 |
| Saldo ontwikkelingsdiens | 0,0 | -2.759,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Saldo gehele dienst | 5.074,8 | -798,3 | -8.133,9 | 147,7 | -6.480,8 |
Bron: Ministerie van Financien (Financiele Nota 1996)
Oorspronkelijke begroting
* Gewijzigde begroting
Wij achten het belangrijk aan te geven dat de onderhavige begroting tot stand is gekomen vóór het aantreden van de regering Wijdenbosch, waardoor volgens de Financiële nota voor het dienstjaar 1997 nog geen rekening kon worden gehouden met de beleidsinzichten van de huidige regering.
Wij verwachten dat de regering de bevolking via De Nationale Assemblee op korte termijn informeert over de kwantitatieve uitwerking van de beleidsplannen. Evenals in 1995 hebben wij in 1996 niet kunnen beschikken over de realisatiecijfers van de overheid op kasbasis, waardoor het voor ons onmogelijk is een indruk te geven van de daadwerkelijke macro-economische gevolgen van het gevoerde budgetair beleid. Het is evenwel belangrijk op te merken dat de huidige regering in de preambule op de ontwerp-begroting aangeeft dat inventarisatie van mogelijke mee- en tegenvallers tijdens de begrotingsuitvoering in 1996 zal leiden tot een aanzienlijk begrotingstekort, dat bij ongewijzigd beleid 18 miljard Surinaamse gulden kan belopen.
Een goede informatiebron met betrekking tot het financieel beheer van de overheid is ons inziens het jaarlijks verslag van de Rekenkamer van Suriname.
In haar verslag over het jaar 1996 stelt dit instituut dat de door haar geconstateerde feiten in essentie neerkomen op "geen discipline, geen behoorlijke verslaggeving, slechte contrôle en miskenning van de verantwoordingsplicht". Ofschoon een gedetailleerde bespreking van het verslag van de Rekenkamer niet past in het kader van het jaarverslag van onze bank, willen wij U enkele feiten uit het rekenkamerverslag niet onthouden; dit ter benadrukking van de noodzaak van een effectief en gedisciplineerd beheer van de overheidsfinanciën.
De Rekenkamer maakt nl. melding van enkele gevallen waarbij de Staat "vergeten is" vorderingen te innen, hetgeen aangeeft dat de overheidsorganisatie op vele punten nog voor verbetering vatbaar is. Een ander punt van zorg is dat in 1996 in niet minder dan 208 gevallen toestemming werd verleend om van de regel van openbare aanbesteding af te wijken, hetgeen meer dan een verdubbeling is ten opzichte van 1995 toen het aantal 79 bedroeg. Ook stelt de Rekenkamer vast dat het onaanvaardbaar is dat de CBvS achterloopt met haar verslaggeving; het laatste verslag dateert namelijk van 1991.
Internationale organisaties zoals het Internationale Monetaire Fonds en de International
Development Bank hebben er vaker op gewezen dat het niet acceptabel is dat de Centrale Bank als
een der voornaamste monetaire instituten in ons land achterloopt met haar rapportage. Wij hopen
dat de regering de constateringen van de Rekenkamer ter harte neemt en waar nodig corrigerend
optreedt. Het imago van de overheid kan hierdoor worden verbeterd.
De staatsschuld
Tabel 9
| De schuldpositie van de overheid | |||||
| Omschrijving | 1996* | 1995 | 1994 | 1993 | 1992 |
| A. Vlottende staatsschuld in Sf
mln. waarvan
(1. Centrale Bank van Suriname (2. Algemene Banken (3. Erkende part. schulden |
1.699,1
(0) (0) (1.699,1) |
17,2
(0) (0) ( 17,2 |
5.251,4
(5.192,8) ( 58,6) (n.b) |
5.243,1
(5.187,5) ( 55,6) (n.b) |
3.493,7
(3.463,7) ( 30,0) (n.b) |
| B. Vaste Binnenlandse schuld
C. Leningen onder Staatsgarantie |
4.905,0
34,4 |
5.095,3
34,4 |
655,8
34,4 |
608,7
123,2 |
580,5
126,6 |
| I. Totale Binn. Verplichtingen (A+B+C) in Sf mln. | 6.638,5 | 5.146,9 | 5.941,6 | 5.975,0 | 4.200,8 |
| II. Buitenlandse Staatsschuld in
USD mln.
(Overheidsleningen o.m. creditlines (Leningen onder Staatsgarantie |
164,2
(135,8)
(28,4) |
176,0
(147,7)
(28,3) |
150,0
(119,6)
(30,4) |
153,7
(122,4)
(31,3) |
145,7
(120,4)
(25,3) |
Bron: Ministerie van Financien (Financiele Nota 1997)
* Cijfers per 30 juli 1996
n.b.: niet beschikbaar
Tabel 9 geeft inzicht in de schuldpositie van de overheid per 30 juni 1996, zoals aangegeven in de Financiële Nota 1997.
In tegenstelling tot de periode tot 1995 bestaat de vlottende binnenlandse staatsschuld vanaf 1995 slechts uit de categorie "erkende particuliere schulden".
Deze post bedroeg per ultimo 1995 Sf 17,2 mln. en betrof schulden van de bioscoopsector.
Het bedrag per ultimo juni 1996 ad Sf 1.699,1 mln. had betrekking op oude schulden in verband met import van grond- en hulpstoffen.
De afname van post B, de vaste binnenlandse schuld (de geconsolideerde vlottende staatsschuld), is het gevolg van gepleegde aflossingen.
De aflossing van buitenlandse schulden had in 1996 de bijzondere aandacht van de monetaire autoriteiten. Deze schulden kunnen onderscheiden worden in staatsschulden en particuliere schulden. De staatsschulden werden op een na herschikt en in 1996 via overeengekomen schema's op tijd afgelost. Sommige zijn zelfs al geheel terugbetaald.
De buitenlandse staatsschuld per 30 juni 1996 nam met USD 11,8 mln.(6,7%) af ten opzichte van 1995, als gevolg van gepleegde aflossingen op de geconsolideerde schulden. Zo werd op 10 januari 1996 een schuldherschikkingsovereenkomst getekend tussen de Federatieve Republiek Brazilie en de Republiek Suriname voor een bedrag van USD 68.179.649,25.
Dit arrangement expireert in het jaar 2007. Per ultimo 1996 waren er geen achterstanden in het kader van deze herschikking. Anderzijds namen de overheidsleningen per ultimo juni 1996 toe door een lening van het International Fund for Agricultural Development (IFAD). Deze lening die per 2011 expireert, beloopt een bedrag van Nf 7,5 mln. en is gericht op ondersteuning van de kleine boeren in Suriname. De aflossing van particuliere schulden lag veel moeilijker door de omvang van de wisselkoersverliezen en de beperkte financiële ruimte van de overheid om die te kunnen compenseren. Wel is uiteindelijk in 1996 door de regering Venetiaan een regeling tot stand gekomen welke de partiële compensatie van geleden wisselkoersverliezen door de overheid behelst.
De regelmatige aflossing van de herschikte buitenlandse schuld heeft bijgedragen tot meer goodwill
van de internationale financiële wereld. Dit beleid dat geïnitieerd is door de toenmalige President
van de CBvS de heer André Telting en politiek gedragen door de Minister van Financiën Drs. H.
Hildenberg getuigt van een goede toekomstvisie. De heer Hildenberg keerde niet terug in het
huidig kabinet. Op 28 november 1996 legde de heer Telting zijn funktie als President neer nadat
de controverse met de regering in verband met de benoeming van een nieuwe
regeringscommissaris bij de CBvS voor hem onoverbrugbaar bleek. De regering Wijdenbosch kent
een minder hoge prioriteit toe aan de schuldenregeling omdat haar prioriteiten kennelijk anders
liggen. Echter dienen wij onze moeizaam verworven geloofwaardigheid in de internationale
financiële wereld niet opnieuw te verspelen, door terug te komen op eenmaal afgesloten
overeenkomsten in het kader van geherstruktureerde schuldverplichtingen.
De ontwikkeling van de produktiesector
De bauxietsector
Het jaar 1996 was een moeilijk jaar voor de industriële sector in Suriname.
De matige ontwikkeling van de export van de bauxietmaatschappijen is toe te schrijven aan de volgende factoren:
1. De prijzen op de aluminiummarkt (LME-London Metal Exchange) verslechterden gedurende 1996. Bedroeg de LME-prijs eind 1995 nog USD 0,76 per lbs; het jaar 1996 werd afgesloten op een niveau van USD 0,69 per lbs. Op de aluinaardemarkt was het beeld niet rooskleuriger. De slapte die zich in deze markt reeds in 1995 manifesteerde, zette zich in 1996 voort, met dien verstande dat de verkoopprijzen voor aluinaarde op de "spotmarket" zelfs nog lager kwamen te liggen. Er werden prijzen van USD 130 per ton genoteerd versus gemiddelde verkoopprijzen van USD 170 per ton in 1995.
In het vierde kwartaal 1996 werd het produktieproces zeer nadelig beïnvloed door vele vakbondsakties welke in juni van het jaar begonnen en tot gevolg hadden dat in november de aluinaardefabriek moest worden stilgelegd. Zonder deze akties zouden de produktiecijfers aanmerkelijk beter geweest zijn. De lichte daling van de exportwaarde als gevolg van de gedaalde prijs zou zich dan niet hebben gemanifesteerd.
Tabel 10.
| Gegevens van de bauxietmaatschappijen | |||
| Productie in metr. ton* | 1996 | 1995 | 1994 |
| Bauxiet | 3.707.667 | 3.530.210 | 3.771.656 |
| Aluinaarde | 1.644.712 | 1.588.827 | 1.497.365 |
| Aluminium | 26.037 | 26.667 | 26.706 |
| Export in metr. ton | |||
| Bauxiet | -- | -- | -- |
| Aluinaarde | 1.607.821 | 1.586.251 | 1.384.872 |
| Aluminium | 26.577 | 26.335 | 25.174 |
| Export in USD | |||
| Bauxiet | -- | -- | -- |
| Aluinaarde | 307,9 | 310,6 | 215 |
| Aluminium | 41,8 | 45,6 | 32 |
Bron: Bauxiet Instituut Suriname
Positief was dat nieuwe investeringen in 1996 niet zijn uitgebleven. In 1996 werd er zelfs USD 4 miljoen meer geïnvesteerd in renovatie- aktiviteiten dan in 1995 toen er voor een bedrag van USD 72 miljoen geïnvesteerd werd. Zoals bekend hebben de bauxietmaatschappijen zich hiertoe gecommiteerd in het kader van de Bauxiet Overeenkomst van januari 1993 waarin de basis gelegd werd voor de verbetering van hun concurrentiepositie. Dankzij deze overeenkomst hebben de maatschappijen deze positie op de internationale markt kunnen consolideren ondanks de mineurstemming van de afgelopen jaren op de aluinaarde / aluminiummarkt.
De importantie van deze overeenkomst voor het behoud van de concurrentiepositie wordt pas goed duidelijk als wij er rekening mee houden dat de ondiepe vaargeul overslag in Timbladora (Trinidad) noodzakelijk maakt. De overslagkosten die tussen de USD 7 en USD 10 per ton liggen, verzwakken derhalve de concurrentiepositie van onze bauxietmaatschappijen.
De industriële verhoudingen in Suriname geven reden tot ernstige bezorgdheid. Het moet ons van het hart dat er veel te snel gegrepen wordt naar het uiterste middel, de staking. Het moet duidelijk zijn dat er in het geval van staking alleen maar verliezers zijn; de onderneming die verlies aan produktie lijdt en haar reputatie als betrouwbare leverancier geschaad ziet en de werknemers die inkomsten derven.
Zowel werkgever als werknemer die de arbeidsverhoudingen vaak voor langere tijd verstoord zien lijden schade en tenslotte de overheid die geconfronteerd wordt met derving van belastinginkomsten van beide partijen in het conflict.
Het is daarom aan te bevelen om de invoering van een wettelijke afkoelingsperiode te overwegen.
De goudsector
In de goudsector zijn 3 Canadese exploratiemaatschappijen aktief en wel in het Gross Rosebel- en het Lawagebied. De exploratiewerkzaamheden schijnen tot op heden naar tevredenheid te verlopen en wel in die zin dat de aangetoonde winbare goudreserves regelmatig in positieve zin worden bijgesteld. Het zal echter nog zeker één jaar duren voordat men het definitief besluit tot het opzetten van een verwerkingsfabriek kan nemen, aangezien de tot nog toe aangetoonde reserves dit niet rechtvaardigen.
Tot op heden is er geen adequate oplossing gevonden voor het porknokkersprobleem. Porknokkers zijn individuele goudzoekers, die aanspraak maken op bepaalde concessiegebieden i.c. het Gross Rosebel en het Lawagebied. Conflicten tussen de plaatselijke porknokkers en de Canadese exploratiemaatschappijen blijven niet uit. Een voor alle partijen bevredigende oplossing is tot op heden helaas niet gevonden. Van veel ernstiger aard is het vaak onverantwoord gebruik van kwik door porknokkers. Het is van eminent belang om hen te wijzen op de desastreuse gevolgen voor mens en milieu. Gedurende de Suriname Mining Conference die op 25-26 januari 1997 onder auspiciën van de Vereniging van Economisten gehouden werd, is nadrukkelijk de grote importantie van de goudsector voor Suriname aangetoond.
Volgens berekeningen van een van de Surinaamse deskundigen op dit seminar is er via deze kleinschalige goudwinning 25.000 - 30.000 kg aan goud per jaar gewonnen met een geschatte waarde ad USD 250 miljoen - 300 miljoen.
Ter staving van het belang van deze sector voor onze economie zij vermeld dat dit bedrag een
veelvoud is van hetgeen Suriname in enig jaar aan ontwikkelingshulp ontvangt. Helaas zijn de
verdiensten in deze sector de economie van het land slechts marginaal ten goede gekomen. Deze
sector moet zo snel mogelijk opgenomen worden in de formele economie. Het is in elk geval
positief dat de regering recentelijk een aanvang heeft gemaakt met de registratie van allen die
werkzaam zijn in deze sector. De CBvS zal haar goudopkoop dienen te continueren en zelfs
uitbreiden naar de plaatsen van winning.
De rijstsector
De rijstsector, de tweede grote deviezenverdiener van ons land, maakte met name gedurende de tweede helft van 1996 een moeilijke periode door. Helaas hebben wij niet de hand kunnen leggen op de produktiecijfers van 1996.
Tabel 11
|
Realisatie padiproductie & export van rijst | |||
| Jaar | Beplant areaal
per ha |
Natte productie
in m.t |
Export Cargo rijst
(incl. witte rijst) in m.t. In mln.USD |
| 1996 | n.a. | n.a. | 86.372 35,17 |
| 1995 | 63.500 | 263.700 | 84.473 36,92 |
| 1994 | 54.514 | 220.907 | 74.317 31,33 |
Bron: Surexco
Uit tabel 11 blijkt een lichte toename van de hoeveelheid geëxporteerde rijst tegen lagere prijzen, waardoor de exportwaarde ten opzichte van 1995 een lichte daling vertoonde.
Wij zullen moeten beseffen dat de internationale handel zich qua organisatie en struktuur fundamenteel aan het wijzigen is. De condities waaronder Suriname rijst exporteert, worden bepaald door internationale ontwikkelingen en Suriname heeft geen andere keus dan hierop te anticiperen. Onze exportcondities worden beïnvloed door de volgende factoren, te weten:
a) de wereld-padiproduktie
b) de internationale afspraken op het gebied van de handel (GATT)
De FAO gaat ervan uit dat de wereld-padiproduktie tot het jaar 2000 marginaal groeit met 1,8% per jaar. De belangrijkste invloed op onze rijstexporten zal derhalve uitgaan van de internationale afspraken op handelsgebied. De in 1994 te Marrakech (Marokko) overeengekomen regels voor liberalisatie van de internationale handel komen in essentie erop neer dat produktie en export vrij van subsidies en heffingen moeten plaatsvinden en dat markten vrij toegankelijk dienen te zijn voor een ieder, zonder barrières.
Bijna de totale Surinaamse rijst-export wordt op de Europese markt afgezet, voornamelijk via de
LGO route. De rijst wordt op Curacao en Bonaire bewerkt en dan als EU produkt - dus zonder
heffing van invoerrechten - naar het Europese vasteland getransporteerd. De status van ACP land
biedt Suriname (en ook Guyana) verder de gelegenheid preferentieel naar Europa te exporteren
tegen een prijs die ver boven die van de wereldmarkt ligt. De prijzen voor Surinaamse rijst dalen
echter als gevolg van de uitvoering van de GATT-afspraken waarbij de EU de markt begint te
openen voor overige exporterende landen en beschermingen worden afgebouwd. Bovendien zullen
de voordelen voor Suriname van de export via de LGO route verdwijnen. Hoewel de algemene
internationale vooruitzichten niet ongunstig zijn, blijkt dat onder de voor ons geldende specifieke
omstandigheden de uitvoering van de GATT-overeenkomst op korte termijn nadelen met zich
meebrengt in de vorm van verhoogde concurrentie en dalende prijzen. Deze situatie vraagt
krachtig en gewijzigd beleid in deze sector, waarbij rationalisatie van de produktie gericht op een
verlaging van de kostprijs en de verdere verwerking van rijst voorop staat.
Houtsector
In het verslagjaar heeft deze sector in vergelijking tot 1995 minder gefloreerd. Dit was het gevolg
van de conditionering van de houtkapaktiviteiten door de overheid en de heffingen op rondhout.
Deze maatregel maakt het oninteressant hout in onbewerkte vorm te exporteren, hetgeen op zich
een goede zaak is. De houtverwerkingsbedrijven hebben in het verslagjaar wel diepte-investeringen
gepleegd waarbij voor de houtbewerking nieuwere en meer geavanceerde machines werden
ingevoerd. Voor het verstrekken van de aangevraagde houtconcessies aan twee ondernemers uit
Zuid-oost-Azië nam de overheid in 1996 wederom een afwachtende houding aan mede door de
aanhoudende internationale druk van milieu-organisaties en westerse mogendheden.
Aardolie industrie
Staatsolie is een overheidsbedrijf waarop Suriname trots is. Het in 1981 als pionier begonnen bedrijf heeft zijn produktie van ruwe aardolie geleidelijk aan weten op te voeren tot 8.000 barrels per dag eind 1996.
Naarmate het bedrijf zich uitbreidde, trad de noodzaak tot het opzetten van een eigen raffinaderij steeds sterker naar voren. De bouw van zo'n installatie nam jaren van gedegen planning en voorbereiding in beslag. De ondertekening op 15 februari 1995 van de financieringsovereenkomst en het konstructie-kontrakt voor de raffinaderij betekende dan ook de realisatie van een langgekoesterde wens.
In het derde kwartaal van 1996 werden de engineeringswerkzaamheden in Europa afgerond, alsook de konstruktie van de procesmodules.
Deze modules werden medio november vanuit Italië naar Suriname verscheept en op 13 december
op de fundaties op het raffinaderij complex te Tout Lui Faut geplaatst; een mijlpaal in de
geschiedenis van deze sector. Het ligt in de bedoeling de raffinaderij in het derde kwartaal 1997 in
gebruik te nemen.
Overige ontwikkeling
Het operationaliseren van het IFONS (Investeringsfonds Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname) in augustus 1996 waarbij door de Nederlandse Staat een eerste tranche van NLG 25 miljoen beschikbaar werd gesteld kan als een positieve ontwikkeling worden aangemerkt. Het ligt in de bedoeling om van dit bedrag 70% te reserveren voor de deviezengenererende sector (o.a. exportsector) en 30% voor de importvervangende sector. De Nationale Ontwikkelings Bank fungeert als beheerder van het fonds; als kredietcollege fungeert een Raad van Toezicht, bemand door personen uit het bedrijfsleven, de overheid en de donor i.c. het Koninkrijk der Nederlanden.
De financieringsmodaliteit ziet er als volgt uit: 20% moet minimaal worden ingebracht door de
ondernemer, minimaal 10% door de commerciële bank die het krediet bij het IFONS aanmeldt,
waarna maximaal 70% via het IFONS geleend kan worden. Kredietaanvragen zullen ondersteund
moeten worden door een "feasibility study". Aangezien dit voor sommige bedrijven een obstakel
zou kunnen vormen, is een Fonds Technische Bijstand Particuliere Sektor gecreëerd om deze
bedrijven in deze bij te staan en/of ten behoeve van noodzakelijk geachte (technische) management
ondersteuning. Omdat het fonds een ontwikkelingskarakter draagt, is de rente gunstig gehouden en
wel op het niveau van 6 maands Libor + 300 basispunten ( 9,5 %). De maximale looptijd van een
lening beloopt 10 jaar. In het belang van de spoedige uitbouw van onze produktiesector spreken
wij de hoop uit dat er binnen het IFONS op slagvaardige wijze gewerkt wordt.
Paramaribo, 28 april 1997
Direktie
Drs. E.J. Müller
| Ontwikkeling van het DSB-aandeel | |||||
| Omschrijving | 1996 | 1995 | 1994 | 1993 | 1992 |
| Beursnotering1 | 9.300 | 8.750 | 9.000 | 300* | 250* |
| Intrinsieke waarde | 3.591 | 3.026 | 2.573 | 602 | 456 |
| Dividend - contant
- stock |
325
10 |
250
10 |
225
10 |
35
- |
25
10 |
| Pay out | 26.0 | 24.9 | 29.1 | 19.1 | 24.9 |
1 per ultimo van het jaar
* Beurscall DSB
Nominale waarde per aandeel van Sf 25
Alle ratio's in procenten uitgedrukt
Algemeen
Tijdens een studieconferentie, eind 1994 gehouden te Blanche Marie, werd een "mission statement" geformuleerd. De tekst luidde:"Het aanbieden van topkwaliteit produkten en diensten, tot stand gebracht door enthousiaste en terzake deskundige medewerkers, met het oogmerk de klant tevreden te doen terugkomen en zodoende èn de klant èn de bank te laten winnen."
Na gedegen voorbereiding zijn wij in het verslagjaar daadwerkelijk begonnen met het realiseren van deze mission statement; dit geschiedde o.m. met de verbouwing en modernisering van het Kantoor Nieuwe Haven. Het representatieve gebouw waarin reeds onze branche en de dochteronderneming Finapar zijn ondergebracht, zal binnenkort ook onze jongste dochteronderneming, DSB Travel, huisvesten. De bouwactiviteiten in die lokatie zijn inmiddels afgerond. De ontvangsthal van het hoofdkantoor ondergaat momenteel een grondige face-lift. Hierna worden het resterend deel van het hoofdkantoor en de overige bijkantoren onder handen genomen.
Nieuwe producten
Naast de efficiëntere dienstverlening binnen de bank, trachten wij onze klanten tegemoet te treden door hen ook buiten de bank te accomoderen door middel van produkten zoals de Automated Teller Machine (ATM, voor geldopnamen), Point of Sales (POS, voor het verrichten van elektronische betalingen) en het uitgeven van gegarandeerde betaalcheques voor vastgestelde bedragen tot Sf 500.000.
Om de serviceverlening nog verder te stroomlijnen werd het TOPAZ Front Office Banking System geïmplementeerd. Dit voor ABN AMRO- Zuid Amerika ontwikkeld systeem, dat de klant in staat stelt alle transacties tegelijk aan één kassa af te handelen, voldoet prima. Uit opiniepeilingen blijkt duidelijk dat onze klanten deze service-aanpassingen erg op prijs stellen.
Teneinde 24 uur service eveneens aan de distrikten aan te bieden, hebben wij ook te Paranam en te
Billiton ATM's geïnstalleerd, hetgeen uiteraard ook de nachtploegen ten goede komt. Toen echter
bleek dat vanaf die installatie slechts incidenteel gebruik werd gemaakt van de overige diensten
besloten wij deze kantoren op te heffen.Als eindhalte van dit moderne dienstentraject hopen wij in
1997 met de implementatie van SCORE van start te gaan. Met het realiseren van het geheel
kunnen wij dan met trots zeggen dat ook DSB beschikt over een der meest geavanceerde
banksystemen ter wereld.
Inbreng "human factor"
Alle inspanning en opofferingen ten spijt zouden wij het beoogde doel niet kunnen realiseren
indien wij als onderbouw van onze dienstverlening niet beschikten over een enthousiast en ter zake
deskundig team. In deze context is het belangrijk te vermelden dat in 1996, een cursus "Employees
Training" in het bedrijf is geïntroduceerd. De trainees volgen de cursus met plezier en
enthousiasme, hetgeen wij met genoegen vaststellen.
Voor een goedgeordend samenspel in het bedrijf achten wij een korrekte loonstructuur van
eminent belang reden waarom wij het Consultantsbureau W. Reinders & Partners hebben
ingehuurd om de funkties van onze CAO-medewerkers te waarderen en op basis daarvan een
korrekte loonstruktuur te ontwerpen.
CORPORATE ACCOUNT MANAGEMENT
Kredietverlening
De stijging van de kredietverlening heeft zich ook in 1996 voortgezet. De portefeuille ging met maar liefst 105% omhoog. Voor de gestegen kredietbehoefte moest dan ook steeds naar additionele funding worden gezocht. Met het vrij uitgebreide assortiment beleggingsinstrumenten kon in deze behoefte worden voorzien.
De grote vraag van het bedrijfsleven, met name de handelssector, naar additionele financieringsmiddele hield verband met het streven grotere voorraden aan te leggen.
Ten grondslag aan dit streven lag vermoedelijk de twijfel bij de particuliere sector door de gewijzigde politieke constellatie in het derde kwartaal van 1996. Mede door deze ontwikkeling is de financiering aan de handelssector toegenomen. De daling van het aandeel van de productiesector in de totale kredietverlening moet naar alle waarschijnlijkheid worden gezocht in de afwachtende houding van deze sector met betrekking tot de ontwikkelingen in het land.
Bij het analyseren van de gestegen kredietbehoefte mag de mogelijkheid niet worden uitgesloten dat ondernemers hun eigen besparingen in het nearbankingcircuit hebben belegd voor een rente die hoger is dan het gangbare ondernemersinkomen en ook hoger dan het debetrentepercentage van de bank. Middels gezondlijkende kredietaanvragen voor investeringsdoeleinden hebben deze ondernemers klaarblijkelijk dan een beroep op het reguliere bankwezen gedaan.
De financiering in vreemde valuta steeg in het verslagjaar eveneens, waarschijnlijk door het rentevoordeel ten opzichte van financiering in Surinaams courant. Vreemde valutafinanciering wordt overigens, in overeenstemming met de voorschriften van de Centrale Bank van Suriname, slechts verstrekt aan bedrijven die over een aantoonbare cashflow in vreemde valuta beschikken. In dit kader mag worden gesteld dat de exportgerichte productiesector in ruime mate van deze faciliteit gebruik heeft gemaakt.
Het is belangrijk wederom te vermelden dat de bank in alle opzichten ruimschoots voldoet aan de
door de Centrale Bank van Suriname gestelde solvabiliteitseisen alsook aan de met haar besproken
liquiditeitseisen die sporen met de door de Bank for International Settlements (BIS) geformuleerde
gedragsregels.
Groei van de portefeuille in relatie tot het kredietbeleid
De in 1995 regelmatig wisselende rentevoet was een weerspiegeling van de toen geldende inflatie
die vooral in de eerste helft van dat jaar een enorme hoogte bereikte. De negatieve inflatie
(deflatie) in de tweede helft van 1995 en de zich stabiliserende economie leidden in november
1995 tot een verlaging van de toen op 40% verkerende debetrente met 5 procentpunten naar 35%.
Het verder afnemen van de inflatie was voor onze bank aanleiding de debetrente van 35% in
januari 1996 met nog eens 5 procentpunten naar 30% te verlagen. Dit percentage hebben wij
gedurende het gehele verslagjaar gehanteerd.
Het debetrente-percentage is een weerspiegeling van de reële rente en wordt mede bepaald door de
stabiliteit van de economie en de opvatting van de belegger over de continuïteit van beleid.
Verdere verlaging van de debetrente is een absolute noodzaak die evenwel sterk wordt beïnvloed
door de activiteiten van het nearbankingcircuit dat in staat is vooralsnog niet verklaarbare hoge
rentepercentages aan de deposanten te bieden. Het aantrekken van creditgelden ter funding van de
kredietverlening is hierdoor niet gemakkelijker geworden.
TRANSFERS & BILLS
Het verantwoordelijkheidsgebied van deze afdeling behelst het giraal binnen- en buitenlands
betalingsverkeer en de uit import- en exporttransacties voortvloeiende documentaire betalingen.
Vooralsnog gehuisvest in het voormalige AGO-gebouw hopen wij onze cliëntèle op korte termijn
in het volledig gerenoveerde Hoofdkantoor te kunnen ontvangen.
Locaal betalingsverkeer
De liberalisatie van het buitenlands betalingsverkeer resulteerde in een forse toename van het aantal
vreemde valuta rekeningen en dienovereenkomstig van de overmakingen uit het buitenland. Met de
introductie van het TOPAZ Front Office Banking System in de eerste maand van het verslagjaar
beschikte de verantwoordelijke sectie over een instrument om de verrekeningen in Surinaams
courant en de girale boekingen in vreemde valuta op adequate wijze te verwerken. TOPAZ bood
verder uitkomst bij de verwerking van het eveneens sterk toegenomen volume verrekende cheques,
individuele overboekingen en salarissen ten behoeve van nog niet voldoende geautomatiseerde
bedrijven.
Het in 1994 ontwikkelde betaaldiskette-project voor de verwerking van salarissen in opdracht van
geautomatiseerde bedrijven werd in het verslagjaar aangepast. Ter tegemoetkoming aan bedrijven
werd voorts programmatuur ontwikkeld waarmee zij hun aanzienlijke hoeveelheden girale
opdrachten op diskette kunnen aanbieden. De aldus aangeboden salarissen en girale boekingen
worden dagelijks naar ons computercentrum overgeseind en aldaar in de batchverwerking
opgenomen. De twee projecten vergen minimale menselijke interventie en hebben de sectie in staat
gesteld ook deze toegenomen massa's op te vangen.
De sectie heeft voorts een coördinerende rol bij de afwikkeling van salarissen en pensioenen voor
ambtenaren en Algemene Ouderdoms Voorziening (AOV) gerechtigden. De van het Centraal
Bureau Mechanische Administratie (CEBUMA) op electronische informatiedragers hiertoe
ontvangen mutaties worden hier voorbereid voor uiteindelijke verwerking door ons
computercentrum. Ook op dit gebied werd een substantiële toename van het aantal mutaties
geconstateerd. Het locaal betalingsverkeer omvat tenslotte het beheer van de periodieke
opdrachten. Verder opgesplitst bestaan deze uit circa 50.000 opdrachten voor vaste bedragen en
ruim 20.000 voor betaling van een variabel bedrag aan nutsbedrijven. Beide portefeuilles
noteerden een aanzienlijke toename ten opzichte van 1995.
Internationaal giraal betalingsverkeer
De sectie Foreign Transfers verzorgt samen met de secties Letters of Credit en Incasso's het giraal
betalingsverkeer met het buitenland.
Door de installatie van het Electronic Transfer Initiation-systeem (ETI) in april 1996 vond de
verwerking en verzending van uitgaande overmakingen in USD en NLG efficiënter en veel sneller
plaats.
In de eerste helft van het verslagjaar heeft de Centrale Bank van Suriname op vrij regelmatige basis
deviezen beschikbaar gesteld ter betaling van middels vergunning gedekte importen. Door deze
"interventie" noteerden wij een duidelijke toename in het vertrouwen van het buitenland in de
betaalcapaciteit van Suriname. De tweede helft van het verslagjaar werd gekenmerkt door een
stagnerende "interventie". Als gevolg van deze ontwikkeling liep de in het eerste halfjaar
geconstateerde groei van onze portefeuille enigszins terug. Mede op ons aandringen, ter
voorkoming van koersstijgingen op de parallelmarkt, kon de Centrale Bank van Suriname tenslotte
bereid gevonden worden om op incidentele basis te interveniëren. Alle met de import van goederen
verbandhoudende transacties worden uitgevoerd op basis van het First In First Out (FIFO)
principe.
CONSUMER BANKING
Customer Services
Op weg naar de 21e eeuw is het beleid van deze afdeling gericht op twee sleutelwoorden,
namelijk "uitbreiding" en "verbetering". In 1996 werden op deze gebieden drie markante
ontwikkelingen genoteerd. Na een geslaagde pilotfase op het Agentschap Nickerie en de
introductie op enkele bijkantoren werd het TOPAZ Front Office Banking System op 22 mei ook
op het Hoofdkantoor geïmplementeerd. Op 20 augustus volgde het POS(Point of Sale)-systeem en
op 15 oktober de introductie van de gegarandeerde betaalcheque.
Met TOPAZ is de gang naar verschillende kassa's bij meerdere transacties overbodig geworden.
De cliënt verricht nagenoeg alle transacties tegelijk aan één kassa. Het POS-systeem biedt
rekeninghouders de mogelijkheid om met hun ATM-kaart in vooralsnog 47 bedrijven contant af te
rekenen. Met de gegarandeerde betaalcheque is de cliënt een belangrijk instrument aangereikt om
grote betalingen te verrichten. Met name voor betalingen bij de Ontvanger der Belastingen, de
Ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen en bij grote contante aankopen is hiermee in een
behoefte voorzien.
Fysiek geldbezit bij de ATM-kaarthouder, contanten op zak, en geldtransport door de merchant
(verkoper) naar de bank zijn met voorgaande betaalinstrumenten tot een uiterst minimum
teruggebracht. Bij het POS-systeem worden de rekeningen van koper en verkoper op hetzelfde
moment gedebiteerd respectievelijk gecrediteerd, terwijl bij de gegarandeerde betaalcheque de
aankoop ten laste van de rekening plaatsvindt.
Onze dienstverlening werd verder uitgebreid met de plaatsing op 5 september van een tweede
ATM op het DSB-pleintje en op 1 november met een ATM bij het geheel gerenoveerde Shell
Service Station Lo Tam Loi op de hoek van de Maagden- en Dr. Sophie Redmondstraat. Samen
met 5 ATM's van ABN AMRO Bank beschikt onze cliëntèle thans over 17 ATM's, die haar het
volle etmaal, zeven dagen per week, ten dienste staan. In dit verband is het interessant te
vermelden dat per ultimo december 51% van onze cliënten van een ATM-kaart was voorzien; een
groei van 55% ten opzichte van 1995. Met de plaatsing van 345 safeloketten kon tenslotte aan de
wens van een aanzienlijk aantal cliënten worden voldaan.
Forex
Met de introductie van TOPAZ is een deel van de Forex-activiteiten overgeheveld naar Cash
Department. De onder Consumer Banking ressorterende Forex-sectie houdt zich thans uitsluitend
bezig met het beheer van de betreffende rekeningen, de aan- en verkoop van reisdeviezen en de
verwerking van op buitenlandse banken getrokken cheques. Aan de grote vraag naar
valutarekeningen, de z.g. AB-rekeningen, werd tegemoetgekomen mits de aanvraag voldeed aan
onze DSB-gedragscode terzake criminele activiteiten en money laundering.
Consumer Loans
De limiet van Persoonlijke Leningen, bestemd voor reparatie van vervoermiddelen en de aanschaf van schoolbenodigdheden, kleine huishoudelijke apparaten en meubilair, werd vanwege
veranderde omstandigheden begin 1996 verhoogd naar Sf 100.000. Leningen boven deze grens
worden aangemerkt als Consumer Loans; de aanwending betreft in de meeste gevallen reparatie
van woonhuizen. Consumer Loans in vreemde valuta zijn ook mogelijk mits de aanvrager over een
aantoonbare cashflow in vreemde valuta beschikt.
Mede vanwege de forse limietverhoging steeg het aantal Persoonlijke Leningen in 1996 met 67%;
de gemiddelde leensom met Sf 75.500 zijnde 463%. Consumer Loans in Sf daalden in aantal met
5; de gemiddelde leensom steeg echter met Sf 602.500 of 87%. In vreemde valuta verleende
Consumer Loans stegen met 5 bij een toename van de gemiddelde leensom, in Sf-tegenwaarde,
met Sf 3.527.272, zijnde 45%. Met de implementatie van de TOPAZ-Loansmodule, vermoedelijk
in 1998, hopen wij de aanvraag- en behandelingsprocedure te vergemakkelijken, waardoor deze
marktsegmenten beter kunnen worden geaccommodeerd.
Consumer Products
Het assortiment spaar- en beleggingsvormen bleef in het verslagjaar ongewijzigd bij een, mede
vanwege de zich stabiliserende economie, nagenoeg stabiel rentebeleid. Het aanbod van
toevertrouwde middelen steeg echter enorm; in de Sf-sfeer met 87% en in de vreemde valuta-sfeer
met 116%.
INSURANCE AND SECURITIES
Verzekeringen
De eerste helft van het verslagjaar kenmerkte zich door een lichte groei van onze portefeuille
levens- en brandverzekeringen in de eigen valuta. In de tweede helft van het jaar trad er enige
afvlakking op, waarschijnlijk vanwege de enorme daling van de inflatie. De groei van nieuwe
polissen stagneerde enigszins en lopende polissen hoefden niet aan hedendaagse eisen te worden
bijgesteld. Het gevolg was dat de in het eerste halfjaar geconstateerde groei zich niet continueerde.
Een geheel andere ontwikkeling noteerden wij bij de vreemde valuta verzekeringen; met name de
brandschadepolissen die een 100% dekking verschaffen. De waardevastheid van deze polissen
deed enkele oude polishouders in Surinaams courant en een substantiële groep nieuwe cliënten
besluiten hun risico in vreemde valuta te dekken. Onze portefeuille groeide met circa 50% en wij
constateren met genoegen een toenemende vraag naar dit product.
WAM
Onze voorlichting om de door de Regering vastgestelde dekkingswaarde van Sf 175.000 per
schadegeval te verhogen naar tenminste het niveau van 1996 namelijk Sf 3.000.000, heeft bij onze
cliënten goede weerklank gevonden. Een groot deel besloot deze dekking te accepteren, tegen een
haast verdubbelde premie, teneinde hun civielrechtelijke aanspraken bij eventuele derden-schade te
beperken.
ABAS
Ter ondersteuning van ons administratief apparaat hebben wij het softwarepakket ABAS
(Advanced Broker Aid System) in 1996 verder aangepast. ABAS is een op micro-processors
werkend online/ realtime systeem dat ons in staat stelt met één enkele toetsaanslag over alle
aanrakingspunten van een cliënt met onze afdeling te beschikken. Het systeem zal in de eerste helft
van 1997 de definitieve vorm bereiken. Vanaf dan zullen wij in rechtstreeks contact met eveneens
geautomatiseerde verzekeringsmaatschappijen kunnen staan en de ter verwerking bestemde
informatie middels diskette en modem kunnen uitwisselen.
Effecten
Het eerste kwartaal van 1996 toonde een stormachtige ontwikkeling van beurskoersen en de
daaraan gerelateerde omzetten. De verwachtingen voor de rest van het jaar waren derhalve hoog
gespannen. Een aantal productiebedrijven met op de beurs genoteerde aandelen werd in de loop
van het verslagjaar echter geconfronteerd met sterke concurrentie vanuit de Caribbean Common
Market. De koers van hun aandelen daalde aanzienlijk hetgeen zijn weerslag vond op de totale
beurshandel.
Een markante ontwikkeling noteerde de beurs op 22 augustus met de oprichting van de Vereniging
voor de Effectenhandel in Suriname. De ter verkrijging van rechtspersoonlijkheid vereiste
concept-statuten zijn inmiddels bij de overheid ingediend. Met beurzen in het Caraïbisch gebied en
Latijns Amerika zijn contacten gelegd zodat de aansluiting bij deze instituten binnen afzienbare tijd
een feit kan zijn.
Teneinde voorbereid te zijn op toekomstige ontwikkelingen op de kapitaalmarkt hebben wij in de
tweede helft van het verslagjaar een Task Force ingesteld. De Task Force zal zich voornamelijk
richten op de begeleiding bij emissies van aandelen en obligaties en op bemiddeling bij de
privatisering van overheidsbedrijven. Wij kunnen hierbij terugvallen op expertise die opgebouwd is
binnen het ABN AMRO netwerk.
AGENTSCHAP NICKERIE
Betalingsverkeer
Na de pilot-implementatie van TOPAZ in december 1995 is dit Front Office Banking System in
januari 1996 bijgesteld. Aan de behoeften van de Nickeriaanse gemeenschap is hiermee nagenoeg
volledig voldaan, vooral wat betreft de mogelijkheid van tegelijk afhandelen van praktisch alle te
plegen transacties aan één kassa. Een toekomstige stap is de installatie van een ATM danwel het
POS-systeem. Installatie van deze instrumenten is echter afhankelijk van uitbreiding van de
computercapaciteit in Paramaribo.
Met betrekking tot ons Betaalkantoor te Wage- ningen was vooral in de tweede helft van het
verslagjaar de vraag relevant of de dienstverlening in de huidige vorm kan worden voortgezet. De
kosten van deze dienstverlening zijn zeer substantieel zonder dat hiertegenover enige verdiensten
staan. De ervaring wijst uit dat wellicht vanwege de geringe afstand een belangrijk deel van de
Wageningengemeenschap haar bankzaken in Nieuw-Nickerie afwikkelt. Wij overwegen dan ook in
de resterende geringe behoefte tot opname van contanten te voorzien middels door de Stichting
Machinale Landbouw beschikbaar te stellen faciliteiten in combinatie met een "free of charge"
POS-Station bij één of meer plaatselijke handelsbedrijven.
Kredietverlening
Hoewel onze portefeuille in 1996 wederom een forse groei vertoonde, namelijk met Sf 2,1 miljard
of 277%, maken wij ons ernstige zorgen over de situatie in de rijstsector. Immers, bestaat een
groot deel van onze portefeuille uit kredieten aan ondernemers in deze in problemen verkerende
productiesector. Aan de teruggang van deze belangrijke deviezenverdienende sector zal derhalve
een halt moeten worden toegeroepen.In dit verband bepleiten wij met klem de oprichting van het
reeds lang in het vooruitzicht gestelde "Rijst Instituut Suriname". Met dit instituut wordt het
mogelijk dat de totale sector, bestaande uit boeren, verwerkers, exporteurs en de overheid,
structurele oplossingen kunnen aandragen voor een op korte en middellange termijn uit te voeren
beleidsplan ter gezondmaking van deze sector.
Objectfinanciering
Na jaren lang een bemiddelende rol ten behoeve van FINAPAR verricht te hebben, zijn wij zoals
in ons verslag over 1995 aangegeven ertoe overge- gaan de objectfinanciering zelfstandig ter hand
te nemen. Het aantal afgesloten contracten beliep 57 met een totale waarde van Sf 292 miljoen en
USD 805.000. Aan rente werd opgeboekt respec- tievelijk Sf 74 miljoen en USD 228.000.
Financiering in vreemde valuta wordt overeenkomstig de voor- schriften van de Centrale Bank van
Suriname verleend aan bedrijven die over een aantoonbare cashflow in vreemde valuta beschikken;
de productiesector derhalve.
AGENTSCHAP MOENGO
De zestiger jaren brachten de Oost-Westver- binding en de verbreking van het relatieve isolement
van Moengo. Vanuit Albina en Frans Guyana kwam een verkeersstroom op gang die in haar
behoefte aan bancaire diensten uitstekend door ons agentschap kon worden bediend. De verdere
ontwikkeling werd gunstig beïnvloed met de vestiging van een oliepalmbedrijf in het
Patamaccagebied in de zeventiger jaren.
Geheel anders werd de situatie met het uitbreken van de binnenlandse oorlog. Ons kantoor werd
op 28 december 1984 met groot wapengeweld door Ronnie Brunswijk aangevallen en beroofd. De
activiteiten van de Suralco werden drastisch teruggebracht, Patamacca liep leeg alsook Albina,
Moengo Tapoe en de dorpen aan de Cotticarivier.
Onze vestiging had vanaf toen meer de functie van een kaskantoor met inkomsten die bij lange na
niet toereikend waren om zelfs de vaste lasten te dekken. Wij hadden geen andere keus dan het
opheffen van onze vestiging te overwegen, echter op een zodanige wijze dat de plaatselijke
gemeenschap niet zonder bancaire faciliteiten zou worden gelaten.
Medio 1995 brachten wij dit voornemen ter kennis van de Centrale Bank van Suriname.
Gesprekken in 1996 resulteerden in een model volgens welke zij het kantoor zou overnemen
vanwege haar geldcirculerende taak en haar wens een opkoopapparaat in te stellen ten behoeve van
de ondertussen in het Marowijnegebied goed op gang gekomen goudindustrie. In dit model
behielden wij een gedeelte van het kantoor ter continuering van de primaire bancaire functies.
Voor de meer genuanceerde diensten zou de Moengo- en Marowijnegemeenschap zich tot onze
kantoren in Paramaribo moeten wenden. Wij meenden aldus een exploitatieprobleem op een
moreel fatsoenlijke manier te kunnen oplossen.
Tegen voorgaande achtergrond hebben wij ons kantoor in 1996 volledig operationeel gehouden. Van mening zijnde dat Moengo en omgeving de moderne bancaire ontwikkelingen niet mogen worden onthouden hebben wij vroeg in 1997 het TOPAZ Front Office Banking System op ons kantoor geïmplementeerd. Het Point of Sale-systeem zullen wij na uitbreiding van de computercapaciteit in Paramaribo eveneens aan de plaatselijke gemeenschap beschikbaar stellen.