VIJF JAAR GECONSOLIDEERDE CIJFERS (in miljoenen Sur.guldens)
| 1997 | 1996 | 1995 | 1994 | 1993 | |
| Liquide middelen
Klanten Overige activa |
7.760,3
9.817,9 6.161,5 |
5.937,1
8.883,9 6.758,1 |
4.880,0
4.467,6 4.611,7 |
1.172,5
1.117,2 2.731,2 |
595,5
560,0 469,0 |
| Totaal activa | 23.739,7 | 21.579,1 | 13.959,3 | 5.020,9 | 1.624,5 |
| Spaargelden
Obligatielening Andere toevertr. Middelen Eigen vermogen |
11.539,5
11.047,4 1.152,8 |
10.799,1
9.848,3 931,7 |
4.394,0
8.997,1 568,2 |
1.309,6
3.494,9 216,4 |
573,1
939,7 111,7 |
| Totaal passiva | 23.739,7 | 21.579,1 | 13.959,3 | 5.020,9 | 1.624,5 |
| Bedrijfslasten
Waardeverandering vorderingen Bedr.resultaat. vóór belastingen Belastingen |
1.821,6
605,2 519,5 197,4 |
1.592,5
430,1 796,6 382,4 |
1.108,9
195,1 356,6 178,3 |
193,1
20,4 118,4 53,3 |
33,7
5,0 46,3 20,8 |
| Nettoresultaat
Dividend in contanten Dividend in aandelen |
322,1
101,9 5,5 |
414,1
27,5 -- |
178,3
51,9 14,2 |
65,1
24,6 -- |
25,5
5,1 2,4 |
| Kengetallen
Baten/lasten verhouding Rendement op gem. Eigen vermogen in% Capital ratio in% |
1,21 30,9 4,86 |
1,39 55,2 4,32 |
1,27 45,5 4,07 |
1,55 39,7 4,31 |
2,20 29,6 6,87 |
| Per aandeel van nominaal
Srg7,50 (in Sur guldens) Nettowinst Dividendbedrag Dividend in % Uitkeringspercentage Intrinsieke waarde(zichtbare) |
56,884) 18,985) 240,0 31,66) 180,13 |
73,14 22,52 300,3 30,8 164,53 |
47,244) 17,512) 233,52) 33,13) 100,34 |
25,88 9,76 130,1 37,7 85,97 |
10,14 3,401) 45,31) 20,0 44,37 |
| Aantal medewerkers
Aantal kantoren |
239
7 |
247
8 |
242
8 |
232
8 |
229 |
1) inclusief aandelen uit het agio van Srg 1,08 (14,4%) 4) berekend over aantal aandelen vóór
agiobonus 2) inclusief aandelen uit het agio van Srg 3,75 (50,0%) 5) inclusief aandelen uit agio
van Srg. 0,98 3) exclusief 25% jubileumdividend in aandelen 6) exclusief stockdividend uit
agioreserve
Met genoegen bieden wij U hierbij aan de jaarrekening 1997 van de Hakrinbank N.V., zoals deze is opgemaakt door de directie.
Wij stellen U voor deze jaarrekening, die is gecontroleerd door K P M G Accountants N.V.,
goed te keuren, welke goedkeuring de directie en de leden van de Raad van Commissarissen tot
decharge strekt.
Het bedrijfsresultaat vóór belastingen bedroeg in 1997 Srg 519,5 miljoen tegenover Srg. 796,6 miljoen in 1996.
De post Waardeveranderingen van vorderingen werd op advies van de directie vastgesteld op
Srg 605,2 miljoen.
Na aftrek van Srg 197,4 miljoen aan inkomstenbelasting bleef een nettowinst over van
Srg 322,1 miljoen. Dat is Srg 92,1 miljoen minder t.o.v. 1996.
Bij goedkeuring van de jaarrekening en de daarin opgenomen winstverdeling zal over het boekjaar 1997 het volgende per aandeel worden uitgekeerd:
a) Srg 7,52 interimdividend in contanten (reeds uitgekeerd);
b) Srg 10,48 slotdividend in contanten.
Het totaaldividend per aandeel komt op Srg 18,--; dit levert een dividendpercentage op van 240, dat qua uitkomst overeenkomt met een uitkeringspercentage van 31,6.
Naast het dividend in contanten stelt de directie voor een uitkering van 13% in aandelen ten laste
van de agioreserve of te wel Srg 0,98 per aandeel van Srg 7,50.
Van de nettowinst van Srg 322,1 miljoen is Srg 101,9 miljoen bestemd voor dividenduitkering en
het restant ad Srg 220,2 miljoen voor toevoeging aan de Algemene Reserve, die dan komt op Srg
732,7 miljoen.
In de aanstaande jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders komen aan de beurt van
aftreden de heren Drs.J.J.F.Tjang-A-Sjin President- Commissaris en Drs.S.Smit Vice President-
Commissaris die zich herkiesbaar stellen. Wij stellen U voor beide heren te herbenoemen tot
commissaris van de bank.
Per 1 januari 1998 verliet de directeur van de vennootschap de heer Drs.Th.L.M.van Philips de dienst wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
De heer van Philips heeft ruim 22 jaar leiding gegeven aan de bank gedurende welke periode de bank belangrijke ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Voor de aan de bank bewezen vele en zeer gewichtige diensten zeggen wij hem heel veel dank.
Mede ter voldoening aan het voorschrift van artikel 19 punt d van de Statuten stelt de Raad voor
in de ontstane vacature van directeur van de vennootschap alszodanig te benoemen de
waarnemend directeur de heer Mr.F.W.M.Thijm aan wie zij ingevolge artikel 9 der Statuten te
rekenen van 1 januari 1998 tijdelijk het bestuur van de vennootschap heeft opgedragen.
Paramaribo, 31 juli 1998
Raad van Commissarissen
Drs.J.J.F.Tjang-A-Sjin - President-Commissaris
Drs.S.Smit - Vice President-Commissaris
Drs.H.Abrahams
Ir.R.Mac Donald
Ir.F.Frijmersum
Mr.R.Rodrigues
De Surinaamse economie vertoont sinds medio 1995 een zekere mate van economische stabiliteit. Vooral in 1996 was deze goed waarneembaar door de afwezigheid van inflatie en een stabiele wisselkoers. Teneinde deze stabiliteit meer momentum te geven en de economie op een duurzaam groeipad te brengen was het vooral nodig verdergaande beleidsmaatregelen te nemen op budgetair en monetair gebied, het liberalisatiebeleid door te zetten en incentives te verstrekken aan investeerders.
Ook zou er sprake moeten zijn van een beheerste loonontwikkeling teneinde onze
concurrentie-positie te verbeteren. Wij zullen hieronder de ontwikkelingen in 1997 op
bovenstaande beleidsgebieden de revue laten passeren.
Overheidsfinancien
Tot de belangrijkste maatregelen die op budgetair gebied genomen zouden moeten worden behoren de afbouw van overheidssubsidies, sanering van het ambtenarenapparaat en andere uitgavenbeperkende maatregelen, privatisering van overheidsbedrijven, en inkomstenverhogende maatregelen zoals de introductie van een omzetbelasting.
Eventuele begrotingstekorten zouden op monetair neutrale wijze gefinancierd moeten worden.
Deze maatregelen zouden moeten leiden tot goed beheersbare overheidsfinancien waardoor er
geen inflatoire effecten op de economie, zoals wij die in het recente verleden gezien hebben,
worden uitgeoefend.
De overheidsfinancien vertoonden in 1997 een duidelijke teruggang in vergelijking met het voorafgaande jaar. Het lichte overschot in 1996 sloeg om in een aanzienlijk tekort van ca.
Srg. 11 miljard vanwege de sterk gestegen overheidsuitgaven en achterblijvende inkomsten.
De personeelskosten en subsidies vormden met ca. 65% van de lopende overheidsuitgaven een forse last. Met de sanering van het ambtenarenapparaat en de afbouw van diverse subsidies werd ondanks intenties daartoe, nauwelijks een begin gemaakt.
In maart 1997 werd aan ambtenaren een aanzienlijke loonsverhoging van 50% toegekend, terwijl de zogenaamde strategische beroepsgroepen zoals onderwijzers en verpleegkundigen later in het jaar zelfs een hogere correctie ontvingen. In maart 1998 werden de ambtenarensalarissen verder verhoogd met 40 - 90%, waardoor de druk op de overheidsbegroting nog meer toenam.
De overheidsinkomsten bleven achter bij de realisatie vanwege met name het niet introduceren van de omzetbelasting in het verslagjaar.
Het begrotingstekort van de overheid werd deels gefinancierd door intering op liquide tegoeden bij de Centrale Bank van Suriname, welke in 1997 met meer dan Srg. 6 miljard verminderden.
Zorgelijk is de opkomst in 1997 van zogenaamde "Quasi Fiscal Activities", overheidsactiviteiten die buiten de begroting om plaatsvinden, waardoor de begroting geen totaal inzicht biedt in het overheidshandelen en de verplichtingen van de Staat.
De buitenlandse staatsschuld vertoonde in 1996 een afname van USD 10 miljoen tot USD 150,9 miljoen vanwege de aflossing van diverse leningen.
In 1997 was er echter sprake van een toename welke zich vooral in de tweede helft van het jaar
manifesteerde.
Buitenlandse leningen dienen in principe slechts te worden afgesloten voor bedrijfseconomisch
gezonde projecten met een positieve cashflow zodat aan de aflossingsverplichtingen kan worden
voldaan.
Monetaire ontwikkeling
Voor de handhaving van economische stabiliteit is op monetair gebied vooral de beheersing van de maatschappelijke geldhoeveelheid van belang. De Centrale Bank van Suriname dient hierbij een belangrijke rol te vervullen door geen monetaire financiering van overheidstekorten in welke verschijningsvorm dan ook toe te staan. In 1997 nam de maatschappelijke geldhoeveelheid significant toe met ruim Srg 15 miljard waardoor de liquiditeitsquote toenam en inflatoire druk ontstond. Het commerciële bankwezen verkeerde in totaliteit onder haar kredietplafond, waardoor er geen sprake was van netto geldschepping, terwijl de liquiditeitstoevoer vanuit het buitenland negatief was. Ook onze bank verkeerde het gehele jaar door onder haar kredietlimiet.
Het blijkt dat het financieringsgedrag van de overheid bepalend is geweest voor de monetaire
ontwikkeling in 1997.
Wisselkoersbeleid
Het wisselkoersbeleid dient erop gericht te zijn de Surinaamse gulden beheerst te laten zweven binnen een nauwe bandbreedte welke onder andere door regelmatige vreemde valuta-interventies van de Centrale Bank van Suriname kan worden bereikt.
De door de Centrale Bank van Suriname gehanteerde bandbreedte bedraagt 5%.
In 1997 lag de wisselkoers op de parallelmarkt gemiddeld ongeveer 10% boven de richtkoers
welke de Centrale Bank van Suriname hanteert. In september 1997 steeg voor een korte periode
de prijs van 1 USD na lange tijd weer tot boven de Srg 500,--. Dit was mede een gevolg van het
infrequent en vaak met te lange tussenpozen beschikbaar stellen van interventiemiddelen door de
Centrale Bank van Suriname. Ook bleek de bandbreedte van 5% welke door deviezenbanken
mocht worden gehanteerd bij vreemde valutatransakties een averechtse uitwerking te hebben
gehad. Deze werd dan ook losgelaten.
De Centrale Bank van Suriname bleek in het verslagjaar niet in staat om geheel aan de vraag van importeurs naar vreemde valuta-interventiemiddelen te voldoen, waardoor betalingsachter-
standen ontstonden. In geval van spoedeisende buitenlandse betalingen waren deze ondernemers aangewezen op de parallelmarkt hetgeen een opwaartse druk op de prijzen van de vreemde valuta veroorzaakte. Naast de stijging van de koersen op de vreemde valutamarkt duiden klachten uit de exportindustrie omtrent afnemende rentabiliteit erop, dat de Surinaamse gulden overgewaardeerd raakt. De Surinaamse gulden dient dan ook daadwerkelijk beheerst te zweven teneinde de spanning op de vreemde valutamarkt te doorbreken.
Rust op de vreemde valutamarkt kan overigens slechts bereikt worden in een situatie van gezonde
budgetaire en monetaire verhoudingen.
Liberalisatie van de economie
Verdergaande liberalisatie van de Surinaamse economie is nodig om de economische efficiency te verhogen en gezonde en evenwichtige concurrentieverhoudingen te realiseren.
Het investeringsklimaat wordt daardoor ook bevorderd. Het in het kader van het SAP ingezette liberalisatiebeleid stagneerde in het afgelopen jaar.
Ondanks adviezen van o.a. het IMF werd bijvoorbeeld besloten om wederom prijscontroles in te
voeren met als doel de inflatie onder controle te houden. Deze maatregel heeft in het recente
verleden niet gewerkt en heeft slechts een verstorende invloed op het economisch proces
uitgeoefend en de informele sector doen groeien.
Loonkostenontwikkeling
Een beheerste loonkostenontwikkeling is een vereiste om de inflatie onder controle te houden en
onze concurrentiepositie te verbeteren. Dit is van groot belang in het licht van de toenemende
globalisatie en de afbouw van preferentiële toetredingsregelingen tot buitenlandse afzetmarkten.
Ondanks de afwezigheid van inflatie in 1996 en de lage inflatie in 1997 werden er in het
verslagjaar in diverse sectoren forse loonsverhogingen toegekend, vaak onder druk van de
vakbonden. Deze verhogingen, die vaak ver boven de toename van de arbeidsproductiviteit
uitstijgen, bergen het gevaar in zich van loonkosteninflatie en verzwakking van onze
concurrentie-positie. Het is dan ook noodzakelijk dat de regering haast maakt met de instelling
van de door haar aangekondigde Sociaal Economische Raad zulks ter bevordering van
evenwichtige economische ontwikkelingen en derhalve ook evenwichtige loonontwikkelingen.
Macro-economische omgeving
De in het voorgaande beschreven ontwikkelingen hebben in belangrijke mate het economisch klimaat in ons land bepaald.
Een gezonde en stabiele macro-economische omgeving is een noodzakelijke voorwaarde voor het aantrekken van investeerders, omdat slechts in een klimaat van zekerheid het rendement van investeringen redelijk kan worden ingeschat. Investeringen zijn nodig om economische groei te realiseren. Een stabiele economische omgeving alleen is veelal niet voldoende omdat ervaringen elders laten zien dat na een periode van grote instabiliteit er toch specifieke incentives nodig zijn om investeerders aan te trekken. Vanuit dit oogpunt bezien valt het daarom des te meer te betreuren, dat de nieuwe Investeringswet ook in 1997 niet van de grond is gekomen.
Positief was wel dat de Nationale Assemblee accoord ging met de ratificatie door ons land van
een overeenkomst met de Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA), een affiliatie van
de Wereldbank, opgezet ter bevordering en bescherming van investeringen in
ontwikkelingslanden.waardoor buitenlandse investeerders nu beter beschermd zullen zijn.
Het jaar 1997 vertoonde een redelijke mate van economische stabiliteit tot uiting komende in een lage jaarinflatie van 7,2% en een wisselkoers die vooral in de eerste helft van het jaar redelijk stabiel was. De belangrijkste economische parameters vertoonden in vergelijking met 1996 een teruggang en vooral de in de tweede helft van het verslagjaar gesignaleerde economische ontwikkelingen zullen bij continuering niet leiden tot een beter economisch klimaat in 1998.
Vooral de verslechtering van de overheidsfinancien, de snel groeiende buitenlandse schuldpositie van ons land en de stijgende koers op de vreemde valutamarkt baren zorgen.
Dit geldt eveneens voor de ongecontroleerde stijging van de arbeidskosten en de groeiende
politieke instabiliteit.
Ontwikkelingen in de reële sector van de economie
Surinaamse fabrikanten ondervonden in het verslagjaar veel concurrentie van importproducten uit Caricomlanden, met name Trinidad & Tobago. Vooral de conserven-, frisdranken- en reinigings-middelenindustrie hadden ernstig te lijden onder de concurrentie en sommige producenten waren genoodzaakt voorgoed hun deuren te sluiten. Anderzijds heeft de toestroom van importproducten een aantal lokale fabrikanten geprikkeld om na interne bedrijfsorganisatie en uitvoering van investeringsplannen met als doel efficiencyverhoging, de concurrentiestrijd aan te gaan en in sommige gevallen met succes zoals bij I.Fernandes en Son Bottling Company N.V., Surinaamse Brouwerij N.V. en Consolidated Industries Corporation N.V.
De voordelen van onze toetreding tot de Caricom zijn in het verslagjaar, evenals in 1996, niet zichtbaar geworden.
In het navolgende zullen wij de ontwikkelingen in een aantal belangrijke productiesectoren van
ons land de revue laten passeren.
Aardolie-industrie
In de reële sector waren er in het verslagjaar enkele markante gebeurtenissen en met name in de mijnbouwsector. Als eerste kan genoemd worden de ingebruikname op 16 augustus 1997 van de aardolieraffinaderij van Staatsolie met een verwerkingscapaciteit van 7000 barrels per dag, waarmede ruwe olie verwerkt wordt tot asfalt, marinediesel (LGVO), stookolie en heavy vacuum gasoil (HGVO). In de toekomst zullen ook lichtere olieproducten geproduceerd worden.
De totale investering in de raffinaderij bedroeg ca. USD 64 miljoen, waarvan USD 28 miljoen door Staatsolie zelf werd opgebracht. De aardolieproductie van het bedrijf vertoonde ook in 1997 een groei van 8000 naar 10.500 barrels per dag. De winbare reserves van het Tambaredjoveld stegen naar 160 miljoen barrels olie. Met de Suralco werd in december 1997 een driejarig leveringskontrakt voor Fuel Oil, een raffinaderijproduct, afgesloten ter waarde van USD 60 miljoen. Het grootste deel van de productie wordt echter geëxporteerd en Staatsolie was in het afgelopen jaar in staat haar marktpositie in het Caraibisch gebied verder te versterken. Staatsolie is daarom terecht de trots van onze natie en het symbool van vertrouwen in eigen kunnen.
Bij een goede aanpak van zaken biedt de aardolie-industrie goede perspectieven voor ons land.
Goudindustrie
Ook de goudindustrie liet een gunstige ontwikkeling zien. Hoewel er geen betrouwbare statistieken voorhanden zijn omtrent de goudproductie bestaat de indruk dat deze de laatste jaren flink aan het groeien is. Volgens ruwe schattingen van deskundigen op het in januari 1997 door de Vereniging van Economisten in Suriname georganiseerde internationaal "Suriname Mining Conference" bedraagt de jaarlijkse goudproductie ongeveer 30.000 kg met een productiewaarde in 1997 van ca. USD 250 miljoen. De goudopkoop van de Centrale Bank van Suriname steeg van 1300 kg in 1996 tot 3800 kg in het verslagjaar. De goudexport naar overwegend Canada bedroeg in 1996 ongeveer USD 22 miljoen, terwijl in de eerste helft van 1997 reeds USD 21 miljoen was geëxporteerd. De goudproductie wordt gerealiseerd middels overwegend kleinschalige alluviale goudwinning. Er dienen wel maatregelen genomen te worden om de wildgroei en milieuvervuiling in de kleinschalige productie tegen te gaan. Van belang is ook de afkondiging van een moderne algemene mijnwet teneinde duidelijkheid te verschaffen aan investeerders in de mijnbouwsector.
In 1997 sloten de Canadese goudexploratiemaatschappij Golden Star Resources Ltd. en haar partner Cambior Inc. hun vijf jaar durende exploratie-onderzoek naar de goudvoorkomens in het
Gross Rosebelgebied af. De resultaten zijn bemoedigend hetgeen uitzicht biedt op de constructie van een mijn. De sterke daling van de goudprijs op de wereldmarkt tot rond USD 300 per troy ounce heeft het besluit van de maatschappijen om een goudmijn op te zetten vertraagd.
Een andere Canadese exploratiemaatschappij, Canadian Resource Company, die vooral in het
boven Sarakreekgebied en te Benzdorp aktief is heeft hoopgevende exploratieresultaten behaald
en is optimistisch over de toekomst.
Bauxietindustrie
De bauxietindustrie heeft een goed jaar achter de rug. Er werd een record aluinaardeproductie gerealiseerd terwijl de prijzen op de internationale markt aantrekkelijk waren. De verwachting is dat de markt in 1998 niet zal verslechteren.
In 1997 werd de Lelydorp III mijn in gebruik genomen, waarmee de bauxietproductie voor enige jaren werd veiliggesteld. De ontwikkeling van deze mijn is een gezamenlijke operatie geweest van de N.V. Billiton Maatschappij Suriname en de Suralco waarmede een investeringsbedrag van USD 85 miljoen was gemoeid.
Begin 1998 werd aan de overheid door de bauxietmaatschappijen de pre-feasibilitystudie van de ontginning van de bauxietreserves in het Bakhuysgebergte in West Suriname aangeboden.
De ertsreserves worden geschat op minstens 70 miljoen ton, goed voor 20 jaar verwerking in de aluinaarderaffinaderij te Paranam. Het erts is van minder gehalte dan dat uit de bestaande wingebieden, maar kan desalniettemin gewonnen worden indien de kostprijs aantrekkelijk is in vergelijking met die van geimporteerde bauxiet. De investeringen voor een mijn in West Suriname worden geraamd op ongeveer USD 280 miljoen. De exploitatierechten zijn momenteel in handen van de Staatsmijnbouwonderneming Grassalco N.V. Rekening houdende met het feit, dat de bestaande wingebieden over ruim 10 jaar zullen zijn uitgemijnd en de investeringsfase van een nieuwe mijn al snel 5-8 jaar kan duren, dienen er al op korte termijn gesprekken te worden gevoerd tussen de overheid en de alhier opererende bauxietmaatschappijen.
Dit teneinde overeenstemming te bereiken omtrent de condities waaronder de ontginning van de
bauxietvoorkomens in het Bakhuysgebergte kan plaatsvinden.
Rijstsector
De rijstsector maakte in het verslagjaar een bijzonder moeilijke periode door vooral vanwege minder gunstige ontwikkelingen op de internationale afzetmarkt en de grote droogte.
Ook de productiecondities waren niet optimaal waardoor het ingezaaid areaal en de padiproductie een teruggang vertoonden.
De wereldmarktprijzen daalden met ca. 25% terwijl als gevolg van de lage quotering (40.000 mt cargorijst per jaar) van de aantrekkelijke LGO route, de toetreding tot de Europese markt werd bemoeilijkt en de rentabiliteit van exportbedrijven ernstig werd aangetast.
Het in mei 1997 operationeel geworden Rijst Instituut Suriname (RIS) deed goede pogingen om de infrastructuur en de inputvoorziening te verbeteren. De installatie van een zaaizaadraad en waterschapsraden in diverse districten door de overheid kan als positief beschouwd worden. Teneinde onze concurrentiepositie te verbeteren is het noodzakelijk de efficiency in de rijstkolom en de kwaliteit van onze rijst te verhogen. De problemen in de rijstsector zijn structureel van aard en dienen met structurele maatregelen te worden opgelost. Een verlaging van de debetrente zal daarom deze problematiek geenszins oplossen.
Rentekosten kunnen bovendien worden beschouwd als de consequentie van de door de ondernemer zelf gekozen financieringsstructuur.
Het staat vast dat ondernemers in de rijstsektor dienen te werken aan de versterking van het eigen
vermogen.
Nearbanking
In juni 1997 verklaarde de grootste zogenaamde nearbanker dat hij niet meer aan zijn
aflossingsverplichtingen kon voldoen. Kort daarna volgde de andere grote "nearbanker" met
dezelfde mededeling. Vele beleggers in deze de facto pyramidespelen met rente-uitkeringen van
10% per maand hebben sindsdien niets van hun inleg teruggezien en zullen waarschijnlijk hun
vordering moeten afschrijven. De instorting van de zogenaamde nearbankers heeft geen
noemenswaardig effect gehad op het bankwezen in ons land. Wel nam hierna de toestroom van
beleggingsmiddelen naar het bankwezen toe waardoor tegen het jaareinde zowel de beleggings-
als de leenrente met 4 - 5 procentpunten kon afnemen.
Productie-industriefonds (PIF)
In het verslagjaar werden er door de Centrale Bank van Suriname twee fondsen opgezet waaruit
Surinaamse guldens leningen tegen12% rente per jaar aan kleine padiboeren en producenten
konden worden verstrekt t.w. het Agrarisch Productiefonds groot Srg 2 miljard en het
Productie-Industriefonds (PIF) ter grootte van ongeveer Srg 8 miljard. De funding van
laatstgenoemd fonds geschiedde via een door de Centrale Bank van Suriname opgenomen
middellange termijnlening van USD 12 miljoen op de internationale kapitaalmarkt. Klienten die in
aanmerking wensten te komen voor een lening dienden zich aan te melden bij de participerende
banken. Wat het effekt is geweest van deze financieringen is vooralsnog moeilijk in te schatten.
Het onderstaand overzicht geeft een indruk van de ontwikkeling van bepaalde posten uit de
verkorte balansen van de Centrale Bank van Suriname (in miljoenen Srg).
| Ultimo | Bankbiljetten in omloop | Saldo Algemene Banken | Buitenlandse Vorderingen en waarden | Goud | Geconsol. Vlottende Staatsschuld |
| 1994 | 11.934,5 | 4.763,2 | 15.742,9 | 5.865,1 | -- |
| 1995 | 26.597,0 | 27.643,7 | 44.035,4 | 16.827,2 | 4.874,8 |
| 1996 | 31.007,9 | 12.257,4 | 28.904,0 | 23.328,7 | 4.513,3 |
| 1997 | 36.797,8 | 8.763,7 | 34.291,6 | 21.867,4 | 4.121,8 |
De vlottende staatsschuld bij de Centrale Bank van Suriname werd in 1995 in het kader van sanering van de overheidsfinancien omgezet in een langlopende lening welke tot nu toe op tijd wordt afgelost.
De liquiditeitspositie van de staat is in 1997 wel duidelijk afgenomen en wel met ruim
Srg. 6 miljard vanwege de financiering van budgetaire tekorten.
Binnen het bankwezen was sprake van een verdere liquiditeitsverkrapping. De post "diverse
rekeningen" op zowel de actief als passiefzijde van de balans groeide onrustbarend en werd de
grootste balanspost. Het is zeer wenselijk deze posten transparant te maken door deze te
disaggregeren, zodat ook de effecten op de Surinaamse economie kunnen worden ingeschat.
De oorzaken van de mutaties in de geldhoeveelheid, M2, in miljoenen Sur.guldens:
| 1997 | 1996 | 1995 | |
| 1. Liquiditeitscreatie t.b.v. de Overheid | 5.626,5 | 1.504,1 | - 9.766,5 |
| 2. Kredietverlening aan de private sector | 11.111,2 | 20.217,4 | 13.187,4 |
| 3. Overige oorzaken van liquiditeitscreatie | 19.877,7 | - 3.804,6 | - 13.447,7 |
| Totaal binnenlandse liquiditeitscreatie | 36.615,4 | 17.916,9 | - 10.026,8 |
| 4. Liquiditeitstoevoer uit het buitenland | - 24.456,7 | - 1.262,1 | 48.531,8 |
| Totaal 1 t/m 4 | 12.158,7 | 16.654,8 | 38.505,0 |
In het jaar 1995 kwam de groei van de binnenlandse liquiditeitenmassa voornamelijk door
liquiditeitstoevoer uit het buitenland terwijl de stijging van de geldhoeveelheid in de afgelopen 2
jaar een binnenlandse oorsprong had, waarbij vooral in 1997 het effect per saldo werd afgezwakt
door afvloeiing van liquiditeit naar het buitenland. Dit had een matigend effect op de inflatie.
Enkele markante cijfers betreffende het algemene bankwezen (in miljoenen Sur.guldens).
| aan het einde van | toename 1997 | toename 1996 | toename in % |
| balanstelling | 157.678,2 | 124.815,3 | 26,3% |
| rekening-courantgelden | 35.475,8 | 25.156,1 | 41,0% |
| uitleenbare middelen:
spaargelden termijndeposito's kapitaal en reserves totaal uitleenbare middelen kredietverlening kengetallen: capital ratio I (kapitaal en reserves in
% van de balansstelling)
capital ratio II (kapitaal en reserves in % van de kredietverlening |
27.800,1 34.173,1 9.113,6 71.086,8 71.956,5
5,8%
12,7% |
19.738,7 32.870,4 5.750,0 58.368,1 46.382,3
4,6%
12,4% |
40,8% 4,0% 58,5% 21,8% 55,1% |
In onderstaand overzicht wordt de vorm van de kredietverlening van de algemene banken in miljoenen Sur.guldens1) weergegeven.
| aan het einde van 1997*) | aan het einde van 1996*) | |
| Private sector
Kredietverlening in rekening courant Vaste voorschotten waarvan: afbetalingsfinanciering persoonlijke leningen financiering onroerend goed overige Beleggingen |
42.052,6 23.129,2
( 4.634,1) ( 1.757,2) (14.583,2) (2.154,7) 15,8 |
31.948,6 14.060,1
(4.646,2) (1.054,9) (6.345,1) (2.013,9) 46,7 |
| Totaal private sector | 65.197,6 | 46.055,4 |
| Overheid
Kortlopende vorderingen Vaste voorschotten |
824,3 5.934.3 |
326,8 0,1 |
| Totaal Overheid | 6.758,6 | 326,9 |
| Totaal generaal | 71.956,2 | 46.382,3 |
1) Bron: Centrale Bank van Suriname
*) Voorlopige cijfers
De ontwikkeling van de monetaire reserve1) (in miljoenen US-dollars)
| Omschrijving | Aan het einde
van
30 juni 1997*) |
1996*) |
1995 |
| 1. Monetaire autoriteiten
a. Goudvoorraad b. Bijzondere trekkingsrechten I.M.F. c. Reservepositie in het I.M.F. d. Deviezenvorderingen --(waarvan Centrale Bank) --(waarvan Overheid) e. Deviezenschulden |
62,8 11,4 -- 68,6 ( 68,6 ) ( - ) - 2,1 |
58,9 11,8 -- 76,0 (76,0) ( - ) 0,0 |
41,9 11,5 -- 112,8 (112,8) ( - ) - 2,8 |
| Totaal 2 | 140,7 | 146,7 | 163,4 |
| 2. Deviezenbanken
a. Deviezenvorderingen b. Deviezenschulden (-) |
39,1 - 0,1 |
38,6 - 1,1 |
24,1 - 1,2 |
| Totaal 2 | 2 39,0 | 37,5 | 22,9 |
| Totaal 1 + 2 | 179,7 | 184,2 | 186,3 |
| 3. Schulden van deviezenbanken2)
in Sur.guldens aan niet-ingezetenen |
- 2,1 |
- 2,0 |
- 0,9 |
| Monetaire reserve (1 t/m 3) | 177,6 | 182,2 | 185,4 |
De monetaire reserve vertoont sinds 1995 een lichte trendmatige daling, echter kan het niveau goed voor ruim 3 maanden import - als bevredigend worden aangemerkt.
In de monetaire reserve neemt de goudvoorraad een toenemend aandeel voor haar rekening,
hetgeen in contrast staat met het beleid van de meeste centrale banken in de wereld om hun
goudvoorraad te verminderen. Op de goudvoorraad zijn in 1997 herwaarderingsverliezen geleden
vanwege de sterke daling van de goudprijs op de wereldmarkt.
1) Bron: Centrale Bank van Suriname
2) Inclusief de Centrale Bank van Suriname
*) Voorlopige cijfers
De verkorte weergave van de betalingsbalans op kasbasis 1) (in miljoenen US-dollars).
| eerste halfjaar 1997 | 1996 | 1995*) | |
| Saldo goederenverkeer | 8,1 | - 1,6 | 123,0 |
| Saldo dienstenverkeer | - 36,7 | - 65,7 | - 57,2 |
| Saldo primaire inkomens | 0,0 | 2,7 | - 2,8 |
| Saldo inkomensoverdrachten | 1,9 | 1,1 | - 0,3 |
| Saldo lopende rekening | - 26,7 | - 63,5 | 62,7 |
| Saldo kapitaalrekening | 27,4 | 69,4 | 14,9 |
| Nog te rubriceren posten | - 4,1 | - 18,6 | 21,5 |
| Saldo der niet-monetaire sectoren | - 3,4 | - 12,7 | 99,1 |
De betalingsbalans vertoonde in 1996 een duidelijke achteruitgang in vergelijking met het daaraan
voorafgaand jaar. Vooral de handelsbalans vertoonde door de forse groei van importen een
duidelijke verslechtering. De cijfers over het eerste halfjaar 1997 vertonen een patroon dat min of
meer overeenkomt met dat van 1996.
Op basis van de gegevens van het Algemeen Bureau voor de Statistiek zien de gemiddelde prijsstijgingen er als volgt uit:
| 1997 | 1996 | 1995 | |
| Voeding en dranken | - 8% | - 7,2% | 231,1% |
| Woning en woninginrichting | 8% | - 4,4% | 234,0% |
| Kleding en schoeisel | 18,1% | 1,6% | 188,0% |
| Overige uitgaven | 18,3% | 17,4% | 282,8% |
| Inflatie | 7,2% | - 0,7% | 235,6% |
Uit dit overzicht blijkt dat de inflatie in 1997 binnen de perken is gebleven. Het cijfer zou hoger
zijn uitgevallen indien de overheid haar eigen beleidsvoornemens om subsidies af te bouwen en
een omzetbelasting te introduceren in het verslagjaar had gerealiseerd. De laatste tijd zijn er door
de vakbonden hoge looneisen gesteld en hier en daar zelfs afgedwongen waardoor het gevaar van
loonkosteninflatie realiteit begint te worden. De overheid dient een gezond budgetair beleid te
voeren en te allen tijde af te zien van monetaire financiering, zodat geen "demand pull" inflatie,
zoals wij die gekend hebben, wordt opgeroepen.
1) Bron: Centrale Bank van Suriname
*) Voorlopige cijfers
Onderstaand enige gegevens over de handel op de effectenbeurs in 19971)
| Fondsen | Omzet Nominaal Srg | Omzet ffectiefSrg | Gemiddelde koers % | Slotkoers ult dec 1997 % |
| Assuria | 368.430 | 23.532.090 | 6.387 | 6.300 |
| Surinaamse Brouwerij | 10.950 | 3.227.500 | 29.475 | 24.000 |
| Varossieau | 71.200 | 2.902.200 | 4.076 | 4.125 |
| Marg. en Vettenfabriek | 2.940 | 1.986.200 | 87.558 | 75.000 |
| CIC | 0 | 0 | 0 | 850 |
| Torarica | 44.100 | 7.054.000 | 15.995 | 9.000 |
| Elgawa | 97.800 | 2.874.510 | 2.939 | 3.000 |
| H.J.de Vries | 9.300 | 513.750 | 5.524 | 5.500 |
| Hakrinbank | 357.548 | 27.537.529 | 7.702 | 7.600 |
| De Surinaamse Bank | 284.925 | 25.771.513 | 9.045 | 8.975 |
| Self Reliance | 7.670 | 115.050 | 1.500 | 1.800 |
| Totaal aandelen | 1.254.863 | 95.514.342 |
1) Bron: Vereniging voor de Effectenhandel in Suriname.
Sedert 1 januari 1998 vindt de notering van toegelaten fondsen op de effectenbeurs niet meer
plaats in procenten van de nominale waarde van het effect maar in centen, waarmee aangesloten
wordt bij hetgeen internationaal gebruikelijk is. Ook wordt sindsdien een officiële beursindex
berekend welke overigens in het eerste kwartaal van 1998 een neergaande trend vertoonde. In
1997 werd "Self Reliance" tot de Beurs toegelaten terwijl de handel in aandelen Consolidated
Industries Corporation enige tijd werd stopgezet.
In diverse van onze jaarverslagen is erop gewezen dat bedrijven voor de financiering van hun vermogensbehoefte vooral hun toevlucht nemen tot bankkrediet en zelf weinig doen aan expansie van hun eigen vermogen als financieringsbron.
Daardoor gaat de financieringsstructuur van vele bedrijven achteruit waardoor de financierings-
risico's toenemen. Vanwege de hoge financieringslasten kunnen de concurrentiepositie en
bedrijfsrentabiliteit worden aangetast. Het is danook geboden dat bedrijven werken aan het
verbeteren van hun vermogensstructuur.
De regering staat voor de grote uitdaging om de monetaire en economische stabiliteit te continueren en versterken. Belangrijke voorwaarde daartoe vormt de uitvoering van haar eigen beleidsvoornemen om te allen tijde af te zien van monetaire financiering.
Economische stabiliteit is een noodzakelijke voorwaarde om investeerders te kunnen aantrekken
en de economie op een hoger groeipad te brengen. Dit is van even groot belang als het
voorhanden hebben van natuurlijke hulpbronnen.
Ook de vakbeweging dient een bijdrage te leveren aan een beheerste loonkostenontwikkeling.
In een zich steeds meer globaliserende wereld en met het oog op onze participatie aan de Free Trade Area of the Americas, waarbij concurrentiekracht van levensbelang zal blijken te zijn, dient aan deze zaken nog meer aandacht dan voorheen gegeven te worden.