KRONIEK VAN EEN VERMEENDE COUPPOGING

Moiwana '86 speciale editie

 

Inhoud

Voorwoord

Kroniek van een vermeende couppoging

Persbericht M86

Namen aangehoudenen

Eerste zitting dd. 2 april 1998

Tweede zitting dd. 5 mei 1998

Derde zitting dd. 12 mei 1998: Verhoor verdachten

Vierde ziting dd. 26 mei 1998: Requisitoir AM

Vijfde zitting dd. 9 juni 1998

Zesde zitting dd. 23 juni 1998: Pleidooi

Zevende zitting dd. 30 juni 1998

Achtste zitting dd. 23 juli 1998

Negende zitting dd. 12 augustus 1998

Tiende zitting dd. 13 augustus 1998: Uitspraak Hof

Elfde zitting dd. 20 augustus 1998: Uitspraak Hof inz. Millerson

Bijlage 1 Overzicht verdachten, advocaten, getuigen

Bijlage 2 Telastelegging

Bijlage 3 Overzicht straffen


 

 

 

Voorwoord

Na de schrik van de bekendmaking dat mannen opgepakt waren, verdacht van een poging tot omwenteling en na de afschuwelijke gedachten over wat er met hen zou kunnen gebeuren, omdat je dat al kende en na de angstige momenten van wachten, om te weten wie erbij betrokken waren, besef je dat je nog niet echt bevrijd bent van een bepaald soort angsten; en verder dat demokratie en rechtsstaat slechts kreten en bovendien zeer fragiel zijn.

In deze speciale editie van Moiwana86 – Mensenrechtenorganisatie Suriname wordt het verhaal verteld van de couppoging.

Het verhaal begint op zondag 26 oktober 1997 toen ons het bericht bereikte dat in de nacht van 25 oktober 1997 mannen opgepakt waren aan de Wanicastraat, omdat ze met een serieuze coup bezig waren, een poging die 100% kans van slagen had, omdat het allemaal getrainde militairen betrof met een gedegen opleiding. Zoals de Adviseur van Staat zelf zei, waren ze in een ‘klep’ gelopen: hij zou immers naar het binnenland vertrekken met Overste Linscheer, die echter op Zanderij uitstapte en terug ging naar de stad.

Het Staatshoofd, President Jules Wijdenbosch, vertrok op 2 november 1997 naar het buitenland, Gabon, om de ACP-Lome staatshoofdenconferentie bij te wonen. Aan journalisten zegt hij met een gerust hart te vertrekken aangezien de zaak volledig onder controle is.

Het verhaal eindigt op donderdag 20 augustus 1998 met het vonnis van Steven Millerson. Voor de overige verdachten was het doek reeds gevallen en wel op donderdag 13 augustus. Met het vonnis van de Krijgsraad moeten wij nu spreken van een mislukte couppoging, hetgeen het aantal couppogingen na de staatsgreep van 25 februari 1980 brengt op vijf, te weten:

  1. 1981
  2. 1981
  3. 1982
  4. 1990 ‘telefooncoup’
  5. 1997 ‘coup ‘97’

 


 

 

KRONIEK VAN EEN VERMEENDE COUPPOGING

(25 oktober - 13 november 1997)

ZONDAG 26 OKTOBER

's Middags informeert het staatshoofd de pers over de aanhouding van een aantal personen op verdenking van poging tot staatsgreep. Hij wordt geflankeerd door vice-president Pretab Radakishun en persman Borger Breeveld.Naast de pers zijn er medewerkers van de Centrale Inlichtingendienst en de speciale Veiligheidsdienst aanwezig.

Volgens Wijdenbosch hebben de politie (m.n. het speciale Arrestatie-Team) en het leger op de avond van zaterdag 25 oktober 1997 een inval gedaan aan de Wanicastraat 77, bij de Uitdeuk- en Spuitinrichting van Rudie Bosnie. De arrestatie zou nog voor middernacht hebben plaatsgevonden, rond elf uur 's avonds.Op dit adres zouden de verdachten in vergadering zijn. De groep zou uit zestien tot zeventien personen bestaan en niet gewapend zijn. Daarbij zouden zij zijn bijgestaan door de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. De groep zou plannen hebben gehad om zich naar de marinebasis te begeven om daar wapens op te halen en vervolgens 'het kamp' (de kazerne) over te nemen. Autoriteiten uit verschillende politieke partijen zouden worden gearresteerd. De macht zou na een aantal dagen worden overgedragen aan 'politieke figuren of anderszins'.

Volgens Wijdenbosch is de arrestatie vlekkeloos ('smooth') verlopen; er is geen vuurwapengeweld gebruikt en geen fysieke schade toegebracht. Er zijn bij de actie elf verdachten aangehouden en de ochtend daarop nog eens twee. Onder de dertien zouden zich drie of vier militairen bevinden. Volgens het staatshoofd zijn er nog enkele verdachten voortvluchtig. De President verklaart verder dat de gearresteerden aanvankelijk de coup zouden plegen op 27 september. Hij gaat niet in op de redenen waarom de verdachten van gedachten zouden zijn veranderd. Hij prijst de veiligheids- en inlichtingendiensten die direct onder hem ressorteren voor hun speurwerk en effectiviteit. Hij bedankt ook leger en politie.

Hoewel de President te kennen geeft niet te weten wat de motieven achter de coup zijn, zegt hij dat de groep tot doel had over te gaan tot politieke, economische, militaire en maatschappelijke destabilisatie. Ook zou de afschrikking van investeerders een rol spelen, terwijl er eveneens sprake zou zijn van een politieke hetze uit persoonlijke frustratie en persoonlijk politiek gewin. Op vragen van journalisten over de verdachten, zegt de President, hun namen niet te kennen. Onderzoek en vervolging worden overgelaten aan het Openbaar Ministerie. De President benadrukt dat het hier beslist niet een door de Regering in scene gezet voorval gaat.

Voorafgaand aan de persconferentie heeft het staatshoofd de regering en de fractievoorzitters van de politieke partijen geïnformeerd. De organisatie stelt onmiddellijk na de persconferentie van de President een advocaat ter beschikking van alle verdachten.

 

MAANDAG 27 OKTOBER

In een persbericht veroordeelt Moiwana'86 pogingen om op gewelddadige wijze de staatsmacht over te nemen. De mensenrechtenorganisatie waarschuwt tevens in hetzelfde persbericht voor mogelijke pogingen van de Regering om de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering te beperken.

Minister Errol Snijders van Buitenlandse Zaken informeert het Corps Diplomatique. Hij verzekert dat de zaak onder controle is en dat de verdachten een eerlijke rechtsgang tegemoet gaan. Zijn verhaal wijkt niet af van dat van de President.

De diplomatieke vertegenwoordiging van de Verenigde Staten van Amerika en van Nederland veroordelen pogingen tot gewelddadige machtsovername en dringen bij de Regering erop aan de rechten van de verdachten te eerbiedigen.

Het Openbaar Ministerie geeft de advocaat geen toestemming om de arrestanten te spreken.

President Wijdenbosch bezoekt het Arrestatieteam om zijn erkentelijkheid over te brengen. Hij zegt een financiële 'waardering' toe.

Twee militairen melden zich bij respectievelijk de ambassade van Nederland en van de Verenigde Staten van Amerika. Zij zeggen te vrezen voor hun leven en garanties te zoeken voor een eerlijke rechtsgang. Deze militairen zijn: Lloyd Iwan Bahareea bij de Amerikaanse ambassade en korporaal Steven Hoepel bij de Nederlandse ambassade. Na een gesprek met de vertegenwoordigers van de respectieve ambassades geven deze verdachten zich over aan de Surinaamse justitiële autoriteiten. Dat doen ze na een gesprek van de Nederlandse zaakgelastigde en de Amerikaanse ambassadeur met de minister van Justitie en Politie, Sjak Shie, en de secretaris-generaal van het Kabinet van de President, Iwan Graanoogst. Daarbij is in een schriftelijke verklaring de eerbiediging van mensenrechten toegezegd. Voorts heeft de procureur-generaal, Heloise Rozenblad verzekerd dat de vervolging bij haar berust en dat de doodstraf niet zal worden geëist. De vertegenwoordiging van beide landen zal het verloop van de rechtsgang nauwlettend blijven volgen. Zij krijgen toestemming de gearresteerden te bezoeken.

De politiewoordvoerder zegt aan Radio ABC, dat er nog eens drie militairen zijn aangehouden. Hij laat weten dat er vrijdag een communiqué zal verschijnen.

 

DINSDAG 28 OKTOBER

Er wordt bekend gemaakt dat een dag eerder nog twee verdachten zijn gearresteerd en dat nog steeds verdachten voortvluchtig zijn. Het nieuws over de twee 'asielzoekers' bereikt het publiek via de Surinaamse politiewoordvoerder en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. Het Openbaar Ministerie geeft geen toestemming aan de advocaat de arrestanten te spreken.

Verschillende radiostations zenden een radioreportage uit van het bezoek van de Adviseur van Staat aan Diitabiki, waar hij de bevolking informeert over de verijdelde couppoging. Volgens Bouterse geloofden de vermeende coupplegers dat de kust zaterdag vrij was voor een staatsgreep, omdat hij samen met de speciale veiligheidsman van de President, Melvin Linscheer, vanaf het vliegveld Zorg en Hoop naar het binnenland was vertrokken. Linscheer is echter op de internationale luchthaven uitgestapt en teruggereisd naar de stad. Volgens Bouterse waren de mannen reeds vijf maanden bezig en zijn ze al die tijd in het oog gehouden. Hij brengt de kwestie in verband met buitenlandse mogendheden die moeite hebben met een regering die niet doet wat zij zeggen.

De President informeert De Nationale Assemblee in een openbare zitting over het voorval. Er komen tijdens zijn presentatie geen nieuwe feiten naar voren. Zowel de oppositie als de coalitie keuren de couppoging af. De oppositie roept de regering op alles in het werk te stellen om herhaling te voorkomen en ervoor te zorgen dat de verdachten een menswaardige behandeling krijgen. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, informeert de Tweede Kamer over de ontvangst van korporaal Steven Lloyd Hoepel bij de consulaire afdeling van de Nederlandse ambassade in Paramaribo. Hij benadrukt dat de overdracht van Hoepel pas heeft plaatsgevonden nadat de nodige garanties zijn verkregen voor een eerlijke rechtsgang en eerbiediging van mensenrechten.

De Adviseur van Staat, ex-legerleider D. Bouterse, verklaart in een interview in het programma 'Na 't Nieuws' van het staatstelevisiestation, de STVS, dat 'deze couppoging 100% kans van slagen had'. Hij zegt dat de verdachten 'super goed' getrainde militairen zijn. Op een vraag van de journalist noemt Bouterse enkele namen van aangehoudenen. Dit in tegenstelling tot de President die het noemen van namen van verdachten tot de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie rekent. Bouterse is echter van mening dat het volk in onzekerheid zal verkeren als namen van verdachten niet bekend gemaakt worden.

 

WOENSDAG 29 OKTOBER

Het ochtendblad De Ware Tijd en andere media vinden dat de President door de Adviseur van Staat 'in z'n hemd is gezet': als het staatshoofd geen namen wil noemen moet een ander dat ook niet doen. Bouterse verklaart 's avonds in het STVS-journaal dat hij pas namen van verdachten heeft genoemd na afstemming met de President en de perschef Borger Breeveld. Hij zegt dat het noemen van namen verhelderend heeft gewerkt naar de samenleving toe.

De Nederlandse zaakgelastigde en de Amerikaanse ambassadeur bezoeken Hoepel en Baharea. De verdachten vertonen geen tekenen van fysiek geweld en lijken voldoende nachtrust te hebben gehad. Volgens de diplomaten bevinden zij zich, in een naar omstandigheden, redelijke toestand.

In een interview met Radio ABC gaat de bevelhebber van het Nationaal Leger, Glenn Sedney, in op de vermeende voorbereiding van een coup. Hij zegt niet te weten wat de motieven van de groep waren. Hij zegt wel dat de militairen onder de verdachten goed getrainde mannen zijn, die deel uitmaakten van de Anti-Terreur Eenheid (ATE) die tijdens het binnenlands gewapend conflict actief was. Volgens de bevelhebber zijn het mannen die bewezen hebben efficiënt te kunnen werken en voor niets terugdeinzen. Verder zegt hij al geruime tijd op de hoogte te zijn van de coupplannen en dat het om een serieuze couppoging gaat. Hij voegt er aan toe dat manschappen binnen het leger op de hoogte waren van de plannen en dat sommigen zouden meewerken, o.a. door toegang te geven tot wapens.

 

DONDERDAG 30 OKTOBER

Vandaag worden vier verdachten bezocht door de consul van de Ambassade van Nederland en de vice-consul van de Verenigde Staten van Amerika. Hun toestand zou, naar omstandigheden, redelijk zijn.

Het STVS-journaal meldt de aanhouding van sergeant Goedhoop.

Moiwana'86 dringt schriftelijk bij de Procureur-generaal aan op toelating van de advocaat tot de arrestanten. Daarbij wordt gewezen op Artikel 40 uit het Surinaamse Wetboek van Strafvordering, Artikel 9 van het 'INTERNATIONAL COVENANT ON CIVIL AND POLITICAL RIGHTS', Artikelen 10 en 14 van het 'INTERNATIONAL COVENANT ON CIVIL AND POLITICAL RIGHTS'.

In de brief wordt ook gewezen op rapportage over mishandeling van verdachten tijdens en/of na hun aanhouding, onder wie Jan Bosnie, Ricardo Cleve, Rudie Bosnie, Toemeri, Sweedo en Juliaans.

President Wijdenbosch ontbiedt minister Dwarka Panday van Defensie en geeft opdracht tot versnelde reorganisatie van het Nationaal Leger.

 

VRIJDAG 31 OKTOBER

Majoor Ganpat verklaart tegenover De Ware Tijd dat er verdachten naar de arts zijn gebracht vanwege klachten over pijnen die zij zouden hebben opgelopen tijdens hun arrestatie. Het aantal arrestanten is ondertussen opgelopen tot zeventien (17). Politiewoordvoerder Ro Gajadhar zegt dat het hardhandig optreden bij de arrestatie de oorzaak van de pijnen bij enkelen is. In een politie communiqué staat dat het aantal arrestanten in de zaak is opgelopen tot 26 personen, 14 militairen en 12 burgers. Van de burgers is een groot deel ex-militair. Het bericht meldt verder dat één van de verdachten inmiddels in een ziekeninrichting is opgenomen.

Slechts twee van de verdachten zouden om een 'gekozen' raadsman hebben gevraagd. De overigen zouden om een 'toegevoegde' raadsman hebben gevraagd.

Tot de dag van vandaag krijgen advocaten geen toegang tot de verdachten. Volgens de inspecteur van politie, Ro Gajadhar, is dit een juiste beslissing, gedragen door de wet. De vertegenwoordigers van de Nederlandse en van de Amerikaanse Ambassade krijgen vanaf vandaag geen toestemming de verdachten te bezoeken.

 

ZONDAG 2 NOVEMBER

De president reist af naar Gabon om de ACP-Lome staatshoofdenconferentie bij te wonen. Aan journalisten zegt hij, met een gerust hart te vertrekken omdat de zaak volledig onder controle is.

 

MAANDAG 3 NOVEMBER

De advocaat van M86 krijgt toegang tot de verdachten Edmund Ricardo Oktober en Jan Bosnie. Zij hebben eerder bezoek gehad van Nederlandse en Amerikaanse diplomaten; het gaat dus om verdachten die al eerder 'exposed' zijn. Een andere advocaat bezoekt Rudie Bosnie, die in het ziekenhuis ligt met inwendige kneuzingen. In een ingezonden artikel in het dagblad De Ware Tijd wordt opgemerkt dat ongeacht de ernst van het misdrijf de rechten van verdachten gerespecteerd dienen te worden. De schrijver vindt het prijzenswaardig dat de ambassades, waar twee verdachten zich hebben aangegeven, hun strafprocesgang en mensenrechten bewaken.

 

DINSDAG 4 NOVEMBER

De zaakgelastigde van Nederland en de Amerikaanse ambassadeur dringen er bij waarnemend minister van Buitenlandse Zaken Errol Alibux op aan onafhankelijke derden toegang tot de verdachten te verlenen. Zij uiten tevens hun bezorgdheid over de toestand en dringen aan op 'transparantie' in de kwestie. Intussen is er nog een verdachte gearresteerd. Dit brengt het aantal arrestanten op 27.

 

WOENSDAG 5 NOVEMBER

De politie meldt de vrijlating van de verdachten Rudie Bosnie en Guts. De aanhouding van de andere verdachten is verlengd; uit het aanvullend onderzoek moeten nog nadere beslissingen worden genomen. In een vervolg op het gesprek van 4 november dringen de Nederlandse zaakgelastigde en de Amerikaanse ambassadeur er bij waarnemend minister Alibux van Buitenlandse Zaken op aan, dat alle verdachten zo snel mogelijk kunnen worden bezocht en in elk geval contact kunnen krijgen met een raadsman. Alibux geeft een verklaring uit. Hij laat weten dat iedere inmenging in het onderzoek een juiste rechtsgang in gevaar kan brengen. Hij zegt te hopen dat er een einde komt aan de tendentieuze berichtgeving in de Nederlandse pers en politiek, die volgens hem het onafhankelijk onderzoek van het Openbaar Ministerie in gevaar brengt. De verklaring van Alibux is gematigder van toon, dan een bericht dat de presidentiële perschef Borger Breeveld eerder die dag uitbrengt. Breeveld is met de President meegereisd naar de ACP-Lome-conferentie in Gabon. Volgens Breeveld roept de meer dan normale belangstelling van Nederland om verdachten te kunnen bezoeken, vragen op over de werkelijke beweegredenen van Nederland. Dat zou een anonieme, hooggeplaatste ambtenaar van het Surinaamse ministerie van Buitenlandse Zaken hebben gezegd. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, ontbiedt de Surinaamse ambassadeur in Den Haag, Azimullah, om de zorg van de Nederlandse regering over te brengen. Hij schrijft aan de Tweede Kamer dat de Nederlandse regering niet wil twijfelen aan de garanties van een eerlijke rechtsgang met eerbiediging van mensenrechten. Toch delen, volgens de minister, de Nederlandse en Amerikaanse regering de zorg en onrust die leeft bij de grote Surinaamse gemeenschap in Nederland en mensenrechtenorganisaties. Van Mierlo meldt, dat het Amerikaanse State Department volgens dezelfde lijnen de zorgen van de Amerikaanse regering heeft overgebracht aan de Surinaamse ambassadeur in Washington.

Op een wijkvergadering van zijn politieke partij, de Nationale Democratische Partij, houdt Desi Bouterse de aanwezigen voor dat Nederland de Verenigde Staten van Amerika bewust betrokken heeft in deze zaak. De verdachten Hoepel en Beharea zouden zich aanvankelijk beiden bij de Nederlandse ambassade hebben gemeld. De Nederlandse ambassade zou vervolgens Beharea hebben afgezet bij de Amerikaanse ambassade.

De NDP-voorzitter haalt fel uit naar Stanley Rensch, de directeur van Moiwana'86 en Ilse Labadie van de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede. Ook journalisten als Nita Ramcharan en Iwan Brave moeten het ontgelden, evenals Radio ABC waarvan Johnny Kamperveen de directeur is. Bouterse roept de pers op tot ondersteuning van de regering. Onder de toehoorders zijn er ministers en parlementariërs uit de coalitie.

Eén van de sprekers is minister Ramon Dwarka Panday van Defensie. Ook de in Nederland woonachtige, zich journalist noemende, Ludwich van Mulier voert het woord. Hij zegt, namens 300.000 Surinamers in Nederland te spreken en constateert dat Suriname niet beschikt over een nationale pers.

 

DONDERDAG 13 NOVEMBER

In gesprek met het dagblad De Ware Tijd geeft minister Dwarka Panday van Defensie aan dat financiële compensatie voor militairen nodig is. Die compensatie zou moeten geschieden voordat de reorganisatie van het Nationaal Leger wordt gerealiseerd. Volgens Dwarka Panday is er nog geen keuze gemaakt voor een dienstplicht- of een beroepsleger.

 

Aanvullende informatie van Moiwana'86

Getuigen bevestigen dat Rudie Bosnie door het opsporingsteam op de bewuste zaterdagavond werd aangehouden. Hij kwam aanrijden, waarna hij terstond uit zijn voertuig zou zijn gesleurd. Hij moest vervolgens op zijn buik gaan liggen. Hem werden enkele slagen toegebracht. Een verder onderzoek heeft uitgewezen dat er tijdens de arrestatie hevig geschoten is. Dit in tegenstelling tot de beweringen van de President, die tijdens een persconferentie verklaarde dat de arrestatie vlekkeloos, zonder schoten en zonder geweld was verlopen. Ooggetuigen verklaarden dat sommige aanhoudingen zeer hardhandig verliepen. Een arrestant werd uiteindelijk in het ziekenhuis opgenomen.

Tot op dit moment zijn twee arrestanten invrijheid gesteld, te weten Rudie Bosnie en Guds.

Kroniek van een vermeende couppoging (vervolg)

(13 november 1997 - 2 april 1998)

"Niemand zal van zijn vrijheid worden beroofd, anders dan op gronden en volgens procedures, bij wet bepaald".

Art.16 lid 2, Grondwet van de Rep.Suriname

In het vorige nummer van de Nieuwsbrief (editie januari 1998) is deze affaire voor u bijgehouden vanaf de aanhouding op 25 oktober 1997 tot 13 november 1997. In deze editie het vervolg.

Vanaf 13 November 1997 tot het ter perse gaan van deze editie (maart 1998)van de Nieuwsbrief hebben wij de volgende berichten verbandhoudende met de vermeende couppoging voor u verzameld.

 

Dinsdag 18 november 1997

Uit: De West

Het KPS heeft het volgende opsporingsbericht doen uitgaan.

De Procureur-Generaal van Suriname verzoekt, gelast opsporing en voor-geleiding van de voortvluchtige verdachte: Hunswijk Henny Nelson alias BOJO, geboren op 30 april 1966 in het district Marowijne, van beroep militair en laatstelijk gewoond hebbende aan de Nw.Zorgweg 123 te Pontbuiten en Burnsideweg 113 te Moengo.

De verdachte voornoemd wordt ervan verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan: Aanslag tegen de militaire gezagsdrager; Aanslag tegen het Staatshoofd; Omwenteling; Schuldig aan opstand; Geweld tegen de regering zoals omschreven in de artikelen 128; 129; 131' 132; 133 jo 128 en/of 132 van het Wetboek van Strafrecht.

Signalement

Geslacht: m.; postuur: slank; huidskleur: lichtbruin; lichaamslengte 1.70 m.

M86 is via haar eigen bronnen steeds op de hoogte gehouden van het gebeuren rond de arrestanten van de vermeende couppoging.

Na geruime tijd van stilzwijgen, kwam alsnog het volgende bericht.

Vrijdag 6 februari 1998

Uit: De Ware Tijd, een samenvatting

Er heerst grote geheimzinnigheid rondom de arrestanten i.v.m. de couppoging van 25 oktober 1997. Zowel de politie als delen van het vervolgingsapparaat krijgen al geruime tijd geen informatie meer over deze zaak. Leden van de vervolging die wel enigszins worden ingelicht mogen niets aan derden mededelen. Politie-inspecteur R.Gajadhar zegt desgevraagd dat voor de politie het onderzoek al is afgerond. Van de 26 aangehoudenen zijn tot nu toe vier in vrijheid gesteld, terwijl één verdachte nog voortvluchtig is. Het is volgens Gajadhar niet bekend of de zaak wordt voorgebracht en wanneer.

De Officier van Justitie, Mr. Baidjnath Panday, zei geen ruimte hebben om verklaringen af te staan. Pogingen om de Wnd. P-G., Mr. H. Rozenblad te spreken mislukten, vanwege vergadering of afwezigheid.

 

Donderdag 12 februari 1998

Uit: De Ware Tijd

Zes verdachten van de vermeende couppoging van afgelopen oktober zijn invrijheid gesteld. De Rechter-Commissaris weigerde dit weekeinde de aanhouding van de verdachten te verlengen. Hun vrijlating sluit echter niet uit, dat ze alsnog worden vervolgd.

In totaal zijn 27 mensen gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de vermeende couppoging op 25 oktober vorig jaar. Van hen zitten nog 14 vast. De mensenrechten-organisatie Moiwana‘86 zette onlangs vraagtekens bij de procesgang tegen de verdachten. Alhoewel deze zaak reeds lang afgerond is door het Openbaar Ministerie is het nog niet duidelijk wanneer de kwestie voor de rechter komt.

 

Donderdag 2 April 1998

Vandaag werd een aanvang gemaakt met de openbare zitting van de Krijgsraad; 15 arrestanten verschenen voor de president, Mr. von Niesewand. Hun advocaten zijn Mr. S. Marica, Mr. R. Truideman, Mr. G. Gangaram Panday, Mr. A. Matawli, Mr. J. Kraag en Mr. K. Glunder.

De zitting werd uitgesteld tot dinsdag 5 mei 1998. Ook de 20 aanwezige getuigen kregen te horen dat zij op die dag verwacht worden.

De rechter gaf aan in 5 weken, steeds des dindags, met deze zaak bezig te zullen zijn. De processtukken kunnen gedurende deze periode door de raadslieden ingezien worden.

Mr. Marica en Mr. Gangaram Panday hebben de rechter verzocht enkele van hun cliënten, vooruitlopend op het onderzoek, invrijheid te stellen. Zij voerden aan overtuigd te zijn van de onschuld hunner cliënten; bovendien was het gevaar voor ontvluchting niet aanwezig. De president van de Krijgsraad achtte echter geen termen aanwezig in te gaan op dit verzoek. Het ging om de arrestanten Wiebers, Jubitana, Goedhoop, Beharea en Breinburg.

Momenteel zijn 14 verdachten aangehouden. Jubitana is reeds eerder invrijheid gesteld.


 

 

Persbericht Moiwana’86 -Mensenrechtenorganisatie Suriname dd. 9 februari 1998

Moiwana'86 heeft recentelijk een verzoek gericht aan de IACHR, de Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten van de Organisatie van Amerikaanse Staten, om zich door de regering van Suriname te laten informeren over het huidige mensenrechtenklimaat in Suriname. M86 is van mening dat de huidige situatie in Suriname gelijkenissen vertoont met die welke voorafging aan de wijdverspreide en systematische mensenrechtenschendingen in de jaren 80. M86 vreest dan ook voor herhaling, mede in het licht van de huidige politiek-bestuurlijke instabiliteit.

De aanhouding van 27 personen i.v.m. een vermeende couppoging, waarbij de arrestanten geruime tijd rechtshulp is ontzegd en sommigen zijn mishandeld. Een persoon werd dringende medische hulp ontzegd en wordt samen met andere gevangenen in onmenselijke toestanden vastgehouden. Ook heeft M86 haar bedenkingen over de juistheid van de procesgang van de verdachten.

De toenemende intolerantie van de regering jegens kritiek in de pers. De persvrijheid staat al sinds het begin van de regering Wijdenbosch onder druk. Deze druk neemt steeds toe. Critici van het regeringsbeleid zijn uitgemaakt voor verrader, geïntimideerd en bedreigd. Dit culmineerde in de ontvoering en mishandeling van de journalist Edward Troon op 8 december 1997.

De overheid blijft concessies uitgeven, zelfs zonder de Inheemse en Marron gemeenschappen in die concessiegebieden te consulteren, te informeren en zonder rekening te houden met hun belangen. Hierdoor worden zij ernstig in hun bestaan bedreigd. De rechten van de Inheemsen en Marrons zijn in Suriname niet verwerkt in de nationale wetgeving. Deze wetgeving staat daarmee in schrille tegenstelling tot internationale wetgeving en verdragen waar Suriname zich toe heeft verplicht. Alle andere landen in Zuid-Amerika hebben wel nationale wetgeving op dit gebied!


 

De bij M86 bekende aangehoudenen

Matroejani, Roland Armand *

Guds, Armand Steven * 3

Artist, Iwan Clifton 3

Hoepel, Steven Loyd

Beharea, Lloyd Iwan *

Jubitana, (Alias Rupie) 3

Berggraaf *

Jubitana, Clemens

Biswane, Edley Ramon

Juliaans, Walther Ferdinand

Bosnie, Jan *

Linger, Ronny Julius

Bosnie, Rudie * 3

Millerson, S

Boy, Ricardo Alice (Alias Mike) *

October, Edmund Ricardo 3

Brown * 3

Parana, M.R. 3

Breinburg, William Alfons

Sabajo, James * 3

Carrilho, Steve Franklin 3

Sweedo, Andre John

Cleve, Ricardo Theo Philip

Tjon A Kon 3

Domburg 3

Toemerie 3

Goedhoop, Cornelis Leendert

Wiebers, W.M. *

3 = in vrijheid gesteld * = burger