Persbericht

 

Paramaribo, 29 november 1999

Op 29 november 1986, nu 13 jaar geleden, werden ongeveer 50 burgers door acties van eenheden van het Nationaal Leger in het dorp Moiwana aan de Oost-West verbinding nabij Mungo vermoord. Degenen die toen konden ontsnappen, vluchtten naar Frans-Guyana. Een belangrijk deel van deze mensen woont er nu nog. Anderen hebben een tijdelijk onderkomen gevonden langs de weg naar Albina, in Mungo, in Albina zelf en in Paramaribo. Tijdelijk, want "thuis" is men er niet. Dat is Moiwana.

Een aantal nabestaanden heeft in de afgelopen jaren daarom geprobeerd naar huis terug te gaan. De eerste stap is altijd het open kappen van een kostgrondje. Maar de gevoelens gevormd door die dag in november zijn hun te machtig. Na korte tijd vertrokken ze weer, want er rust nog steeds een "kunu", een vloek, op de plaats. Vandaag wordt een aanzet gegeven die kunu weg te nemen. Onder leiding van de Stichting Jepi Makandra (Mungo) en de "Association Moiwana'86 Guyane Francaise" (Mana, Frans Guyana), wordt het eerste gemeenschappelijk ritueel daartoe gehouden. Eerst in Moiwana, daarna in Frans Guyana. Centraal in het ritueel is het gebed en verzoek aan de voorouders en de slachtoffers om mee te werken de vloek op te heffen. Men zal er in Moiwana ook de plaats voor een monument bepalen. Zo een gedenkteken staat wel in Frans Guyana, maar nog niet in Suriname.

In september 1998 heeft de "Commissie Voorbereiding Onderzoek Institutie Mensenrechtenschendingen" (COVIM) die de regering moet adviseren inzake onderzoek naar alle mensenrechtenschendingen, nabestaanden in Suriname en Frans Guyana bezocht. De jarenlange verwaarlozing door de overheid werd met het bezoek van de COVIM enigszins doorbroken. Door dat bezoek is bij de nabestaanden de indruk ontstaan dat de overheid een serieuze bijdrage zal leveren aan het verwerkingsproces dat al die jaren nagenoeg stil heeft gelegen. Maar de mensen beginnen er vandaag in elk geval zelf aan.

Moiwana'86 heeft middels nota's aan opeenvolgende regeringen steeds aangedrongen op onderzoek, op vervolging van de verantwoordelijken en op compensatie van de slachtoffers en nabestaanden. Een monument ter plaatse, hoe noodzakelijk ook, is daarvoor geen vervanging.